EPENS VERZET

Bericht aan Hare Majesteit door Rosalie Sprooten 151 blz., Coenen bv 1991, f 32,50 ISBN 90 71874 06 0

Rosalie Sprooten was een meisje van zes jaar toen ze in juli 1944 in haar dorp Epen in het Zuidlimburgse heuvelland zag hoe de Duitse Sicherheitsdienst (SD) kapelaan Huub Houben wegens zijn rol in het verzet arresteerde. ""Met een gezicht als van marmer' en ingeklemd tussen twee zwartjassen werd hij in een auto afgevoerd. Kort na de bevrijding bezweek Houben aan tuberculose in Duitsland, waar hij in diverse concentratiekampen had gezeten.

Zonder op dat moment precies te beseffen welk drama zich voltrok, was Rosalie Sprooten ooggetuige van de arrestatie. Het werd voor haar aanleiding om aan de hand van gesprekken met mensen in en rond haar geboortedorp de zaak te reconstrueren en het verzet in dit deel van Zuid-Limburg te beschrijven. Ze deed er tweeëneenhalf jaar over. ""Het is oorlogsgeschiedenis op de vierkante kilometer,' zoals ze zegt over haar Bericht aan Hare Majesteit.

Juist die kleinschalige aanpak maakt het boek zo boeiend. Bovendien heeft Sprooten een goed gevoel voor detail en een bijzonder heldere schrijftrant. "Oral history' van de bovenste plank: nog juist op tijd ter hand genomen, want straks zijn de ooggetuigen overleden. De verhalen passen nu als stukjes van een puzzel in elkaar. Wie een beetje bekend is met de streek en de mentaliteit van de mensen, vindt veel herkenningspunten. Zelf werd ik getroffen door namen van Epenaren die ik ken en door de SD-ers Strobel en Nitsch, die hun hoofdkwartier in de Wilhelminasingel in Maastricht hadden en daar op waarschijnlijk weinig zachtzinnige wijze Houben verhoorden. Dezelfde twee mannen namen ook mijn vader onderhanden en deden hem vervolgens in dezelfde Maastrichtse gevangenis belanden als Houben. Die werd later overgebracht naar Vught en van daar uit naar Duitse concentratiekampen.

Met Bericht aan Hare Majesteit wil Sprooten de volgens haar verkeerde indruk mee wegnemen dat de mensen in deze hoek van het land hoofdzakelijk heulden met de Duitsers, omdat ze vaak familie in Duitsland hadden, een dialect spreken dat veel op het Duits lijkt en, wat Sprooten noemt, "Duitsvertrouwd' waren. De titel is in feite een antwoord op de boodschap die de de toenmalige minister J. Burger aan koningin Wilhelmina stuurde en die als volgt luidde: ""Majesteit, van enig verzet in het Katholieke Zuiden is mij niets bekend.'

""In werkelijkheid,' vertelt Sprooten, ""zaten er op zo wat elke boerderij in Epen onderduikers. Vanuit Epen werden geallieerde piloten geholpen te vluchten en werden verzetsmensen over de grens met België gesmokkeld. Bijna alle geestelijken waren op een of andere manier bij het verzet betrokken. Mijn eigen familie haatte de Duitsers, hoewel we ook familieconnecties in Duitsland hadden. Mijn moeder zei altijd dat de beste "Pruus' nog een paard had gestolen. En zo waren er in Epen veel meer.'

Sprooten behandelt in Bericht aan Hare Majesteit het oprollen van de kopstukken van het verzet van de kring-Gulpen van de Landelijke Organisatie (LO) tijdens "de Slag van Wittem'. Die overval door de SD zou er toe leiden dat tien vooraanstaande Zuidlimburgers in concentratiekampen terechtkwamen onder wie kape-laan Houben. Van hen keerden er maar twee levend terug.

In het boek komen ook nabestaanden van een Epense NSB-er aan het woord. Deze man werd, verdacht van verraad dat overigens geen betrekking had op de "Slag van Wittem', door drie kogels geveld. Vast is komen te staan dat hij twee dagen nadien in het ziekenhuis in Maastricht overleed: niet tengevolge van de schotwonden, maar door vergiftiging. Sprooten, die overigens nagenoeg iedereen in haar boek met naam en toenaam noemt, beperkt zich bij de NSB-er tot de aanduiding "A'. ""Uit piëteit met familieleden, die nog altijd in Epen wonen en die part noch deel hadden aan de wat deze man heeft gedaan.'