Enschede weert auto's met slagboom

ENSCHEDE, 21 DEC. Koopavond in Enschede met kerst in aantocht, maar het "kindeke geboren op aard' wordt overstemd door wind en regen. Het centrum van de Twentse "metropool' trekt minder publiek dan normaal en dat merkt Harry Baas, die met zijn achtpersoons busje van de Enschedese Taxicentrale een gratis pendeldienst onderhoudt tussen de parkeergarage bij het station en de binnenstad. Vanavond meldt zich niet één passagier en dat verbaast hem in hoge mate. “Anders heb ik toch altijd een stuk of twaalf, vijftien in de bus.”

Het kosteloze vervoer - op koopavonden en 's zaterdags tussen 10.30 en 17.30 uur - is een service die de gemeente haar bewoners en die van omliggende plaatsen verleent in haar streven naar een autovrije binnenstad. Er zijn meer Nederlandse steden die het centrum op bepaalde dagdelen van "blik' willen bevrijden, maar Enschede loopt hiermee voorop. In het weekeinde, te beginnen op donderdagavond wordt de binnenstad vier keer met paaltjes en slagbomen afgesloten in het kader van een proef, die op 31 januari afloopt, maar ongetwijfeld een vervolg krijgt.

“We hebben de zaak geëvalueerd en de ervaringen zijn overwegend positief. Gebleken is dat de leefbaarheid van de binnenstad een stuk is verbeterd”, meldt W. Salomons, verkeerskundige bij de gemeentelijke bouwdienst en ontwerper van het plan. Hij is tevens voorzitter van de werkgroep die het experiment begeleidt en waarin behalve gemeente en politie ook vertegenwoordigers van middenstand, horeca en ambulante handel zitting hebben. “Ook van die kant”, zegt Salomons, “komen gunstige reacties, al zijn er individuele ondernemers die klagen over minder goede bereikbaarheid en achteruitgang van hun omzet. Maar dat hou je natuurlijk altijd. We mogen absoluut niet klagen en daarom zeggen we als werkgroep tegen B en W: ga er ook na 31 januari mee door.”

Salomons toont zich ingenomen met een recent rapport van de Vereniging Milieudefensie, waarin Enschede aan andere steden ten voorbeeld wordt gesteld. “Zonder auto - mobiel in de stad”, heet het stuk dat vorige week is aangeboden aan een reeks gemeentebesturen.

Alle milieubezwaren tegen het autoverkeer staan in de nota opgesomd: autoverkeer zorgt voor 15 procent van de kooldioxyde-uitstoot (die het broeikaseffect teweeg brengt), voor 20 procent van de verzuring en voor 50 procent van de fotochemische luchtvervuiling. Om een min of meer "leefbaar milieu' te krijgen is volgens de opstellers halvering van het aantal autokilometers nodig.

Citaat: “Vaak wordt de auto gebruikt om kleine afstanden te overbruggen. Zo is de helft van de autoritten korter dan zeven kilometer. Een groot deel van die korte ritten wordt binnen de bebouwde kom afgelegd en is vaak zeer vervuilend: verhoudingsgewijs veel starten, rijden met koude motor en veel optrekken.” Dat leidt tot de aanbeveling het autoverkeer juist in het centrum sterk af te remmen, waarmee men nog extra voordelen zou binnenhalen.

De binnenstad wordt aantrekkelijker doordat minder auto's meer ruimte betekent. Met die vrijgekomen ruimte zijn leuke dingen te doen, waarbij Milieudefensie wijst op terrassen, markten en spelen. De bereikbaarheid van de stad verbetert als er een eind komt aan de verstoppingen, terwijl ook de verkeersveiligheid er op vooruitgaat. Kortom, gemeenten met een milieuvriendelijk verkeersbeleid vangen verschillende vliegen in één klap.

De meeste Nederlandse steden hebben in het centrum al enkele winkelstraten voor het verkeer afgesloten en tot winkelpromenade bevorderd. Wat in de jaren zestig nog veel discussie en verzet opriep, is nu praktisch overal ingeburgerd. Niemand wil in die winkelstraten de auto terug. Het streven naar een geheel autovrije binnenstad gaat echter een forse stap verder, waarbij een club als Milieudefensie beseft dat zoiets niet van vandaag op morgen te bereiken valt: “Het is een kwestie van zorgvuldig uitvoeren van maatregelen die de rol van de auto beperken en alternatieve vervoerwijzen bevorderen.”

Tegelijk wordt er fijntjes op gewezen dat Nederland hierin achterloopt bij een groot aantal Duitse en Italiaanse steden. Daar is de autovrije binnenstad al een veel voorkomende praktijk, maar Nederland verkeert nog in het stadium van experimenten, zoals Enschede laat zien.

Daar blijkt het systeem aan de verwachtingen te voldoen. In de gesloten periodes - op donderdag- en vrijdagavond, 's zaterdags vanaf elf uur 's morgens en 's zondags na tweeën - kent de binnenstad één toegang voor auto's. Hier bevindt zich een slagboom, die slechts opengaat voor politie, brandweer, artsen, taxi's en bewoners van het centrum die over een ontheffing beschikken. Om de binnenstad te verlaten zijn er twee uitgangen met slagbomen, die werken op een detector in het wegdek. Elders staan "Amsterdammertjes' om verkeer te weren. Solomons, het brein achter de Enschedese proef: “Maar we doen niet al te moeilijk. Wie naar de schouwburg gaat in gezelschap van vrouw of vriendin in avondkleding, mag er ook door om haar bij de theateringang af te zetten. Maar dan moet de bestuurder wel gelijk terug om zijn auto buiten het centrum te parkeren.”

Een van de plaatsen die zich daarvoor lenen is de parkeergarage aan het Stationsplein, dezelfde plek waar Harry Baas zijn pendeldienst begint: elk kwartier een lusvormige rit met vijf haltes door de binnenstad.