DE VICIEUZE CIRKEL VAN HET VOETBALVANDALISME

Beslissen over voetbalvandalisme: een permanent probleem door A. Cachet en E. R. Muller 231 blz, Gouda Quint 1991, f 67,50 ISBN 90 6000 860 X

Op de keper beschouwd, zou de aanpak van voetbalvandalisme een speerpunt moeten zijn van de sociale vernieuwing. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, nietwaar? En voetbal vervult in onze samenleving een voorbeeldfunctie. De sociale vernieuwing heeft het echter zonder voetbal al moeilijk genoeg. En het probleem voetbalvandalisme is zo langzamerhand aardig onder controle gebracht met behulp van het reguliere bestuursarsenaal.

Zo wordt althans betoogd in Beslissen over voetbalvandalisme, een publikatie van het gezamenlijke Crisis Onderzoeksteam (COT) van de universiteiten van Leiden en Rotterdam. De begeleiding van evenementen is routineus geworden en de bestuurlijke aandacht heeft de neiging zich al weer te verplaatsen naar andere dringende zaken.

Zou het werkelijk meevallen? De ondertitel van de studie geeft toch weer te denken: "een permanent probleem'. Dat slaat vooral op de mate waarin de controle-strategie op de politie leunt. De onderzoekers spreken van ""de Mobiele Eenheid als permanent onderdeel van het voetbalvandalismeprobleem'. Dat is niet goed. Clubs en voetbalorganisaties moeten - ondanks hun vrome verzekeringen dat ze al zoveel doen - een groter aandeel nemen. En niet alleen door een supportershome in te richten. Zo vormen kwaliteit en ligging van het stadion een belangrijke factor bij de beheersing van voetbalgeweld.

Dit is een van de uitkomsten van deelstudies die het COT heeft verricht naar de vijf zogeheten risicosteden. Utrecht en Eindhoven hebben mindere problemen dan andere steden en ook de beste stadions; Den Haag is sterk aangewezen op busvervoer - met alle problemen van dien.

De soms ronduit agressieve omgang van spelers en bestuurders met het grote geld is trouwens niet alleen de FIOD een doorn in het oog, maar mag ook een bijdrage heten aan een normatief vacuüm waarin vandalisme gedijt. In afschaffing van het betaald voetbal zien de auteurs echter niets. Dergelijke pleidooien miskennen volgens hen de wezenlijke rol die voetbal in de moderne samenleving speelt, een van de laatste collectieve rituelen.

De problemen dienen ook niet overdreven te worden, zo luidt een van de ""tegendraadse hypotheses' waarmee het boek besluit, al was het alleen omdat ze relatief voorspelbaar zijn. De auteurs willen zelfs wel verdedigen dat voetbalvandalisme een functie heeft als uitlaatklep. Hoewel: ""de uitingsvormen zijn simpel maar de achter-gronden complex'. Alleen daardoor dienen de betrokken beleidsvoerders voortdurend bedacht te blijven op het onverwachte.

PAARDEMIDDELEN

De moeite die de auteurs doen het probleem te relativeren lijkt op gespannen voet te staan met hun bevinding dat voetbalvandalisme een structureel verschijnsel is geworden. Die twee conclusies gaan echter heel goed samen in hun pleidooi voor een lange-termijnaanpak. Dat is moeilijker dan het lijkt want typerend voor het probleem voetbalvandalisme is dat het verschijnsel in de openbaarheid wordt uitvergroot. De vandalen zelf zoeken de aandacht en ze worden daarin maar al te makkelijk bediend door publiek, pers en politici. Het is al gauw een vicieuze cirkel. Toch is het uitkijken met paardemiddelen, die alleen symptomen bestrijden zonder op het geheel te letten.

Neem de zware afrastering van het speelveld die in Engeland werd gepropageerd - tot het publiek er in Hillsborough letterlijk tegen werd fijngedrukt. Bij een goed stadion komt wel wat meer aan voorzieningen kijken. En niet alleen de "skyboxen' voor de "bobo's'.

De invalshoek van de COT-studie is een bestuurlijke. Deze wordt verlevendigd door de vijf deelstudies die de kern van het boek vormen. Het leukst zijn natuurlijk de lokale verschillen. Wat dit betreft spreken de titels van de vijf hoofdstukken boekdelen. In Amsterdam - ""activiteit en niet-beslissen' - treft de passieve houding van Ajax en de afstandelijke opstelling van het gemeentebestuur. Het is vooral de politie op straat die het karwei moet opknappen. Dat geldt trouwens ook in belangrijke mate voor Rotterdam. Het motto daar is ""voetbal moet kunnen' - hetgeen er overigens toe leidt ""dat de kosten angstvallig buiten de discussie worden gehouden'. In Den Haag - ""complex en conflictueus' - bestaat een rijksgeschakeerd officieel overlegcircuit waarbij vooral tussen de politie en de verschillende ambtelijke afdelingen nogal eens sprake is van concurrentie. Het motto van Utrecht - ""kennen en gekend worden' - slaat niet alleen op de directe begeleiding door de politie van supporters bij uitwedstrijden maar ook op de tevredenheid van de deelnemers aan het beleidsoverleg. Dat heet aardig "uitgekristalliseerd' te zijn. Eindhoven -""vriendelijk doch streng' - probeert een in vergelijking met andere steden lage tolerantiegrens te combineren met een wat minder nadrukkelijke aanwezigheid van de politie.

UITDAGEND

De "optimale mix' is blijkens dit boek nog niet gevonden. Men concentreert zich wel erg op technische maatregelen - betere hekken, video maar ook de ME en een databank met lastpakken - ten koste van de sociaal-preventieve aanpak. Behartenswaardig voor bestuurders is de hypothese dat een aantal beleidsmaatregelen onbedoeld het te bestrijden verschijnsel in de hand werken. Met name de nadrukkelijke inzet van de politie - het zogeheten "blauw verven' van voetbalevenementen - kan een uitdagend en provocerend effect hebben. Maar ook de veiligheidskooien in stadions, het ontbreken van sanitair en kiosken in de risicovakken en het gebruik van oude treinwagons voor het supportersvervoer kunnen er toe bijdragen dat mensen zich als beesten gaan gedragen.

Dit inzicht is niet bepaald nieuw, maar het "net van afhankelijkheden' - zoals de onderzoekers het noemen - gaat nog verder. Op de keper beschouwd hebben heel wat partijen, variërend van ambtenaren tot hekkenfabrikanten - en onderzoekers! -, belang bij het bestaan van een voetbalvandalismeprobleem. Zelfs voor de politie is het tegenwoordig een van de schaarse gelegenheden daadwerkelijk ervaring op te doen met de planning en uitvoering van grootschalig optreden. Zo'n ""stukje professioneel eigenbelang' is heel normaal in een verzorgingsstaat, haasten de auteurs zich daaraan toe te voegen. Het is weer eens een heel andere manier om tegen voetbalvandalisme aan te kijken. Wie weet zelfs het begin van de optimale mix.