De stad in

Bir - masase - dangdut

De neon-beloften aan de voorgevels van de Jalan Mangga Besar trekken elke avond duizenden nachtvlinders aan. Wein, Weib und Gesang, maar dan op z'n Indonesisch: bier met blokjes ijs, melancholieke levensliederen en - voor wie dan nog niet genoeg heeft - geoefende vrouwenhanden. Dit is Kota, ""de stad'', ooit het hart van het oude Batavia, nu het uitgaanscentrum van de metropool Jakarta.

Na het avondgebed en voordat de megafoons van de moskee het ochtendkrieken aankondigen, doet men in Kota wat God verboden heeft. Eindeloze hallen met gokautomaten verzwelgen de laatste rupiahs van desperate gelukszoekers, in smoezelige lokalen met biljarttafels wordt om grof geld gespeeld en de massagehuizen draaien op volle toeren.

Af en toe doet de politie een inval; om de Chinese exploitanten te laten zien wie er de baas is en om een graantje mee te pikken van hun zwarte omzet. De caissières van de goktenten zijn daarop voorbereid. Als ze de opbrengst van die avond buiten bereik van de sterke arm weten te houden, kunnen ze rekenen op een mooie bonus.

's Nachts deinen de dansvloeren in Kota. Wie de voorkeur geeft aan het Westerse werk, gaat naar Stardust (""the hottest disco in town''), oogverblindend en oorverdovend. Veel aardiger is dangdut, levende Indonesische muziek die ten gehore wordt gebracht in gelegenheden als Valentino, Chandra en Glamour. Het woord is onvertaalbaar, het is een klanknabootsing van het typische, slepende ritme. Dangdut is een moderne voortzetting van het traditionele Orkes Melayu, ensembles die rond de eeuwwisseling opdoken in Centraal- en West-Sumatra. Het is een mengelmoes van Arabische, Indiase en Westerse stijlelementen en tegelijkertijd de nationale volksmuziek van het moderne Indonesië.

Het dangdut-repertoire, uitsluitend gezongen in het Bahasa Indonesia, bestaat uit weemoedige liederen over armoede, onrecht en ware, opofferende liefde. De teksten (Eén bord met z'n tweeën; Toe vader, toe gok niet meer; Wanneer moet je gaan; Maanlicht door de boomtakken) zijn volks, sentimenteel. De betere dangdut-artiesten maken van deze melancholieke smartlappen ware vocale meesterstukjes.

De zangeres zet in, alleen begeleid door een fluit. Ze zingt de eerste regels langgerekt en klagelijk: een lied over een verloren liefde. Een golf van herkenning: het publiek staat op en begeeft zich naar de dansvloer. Na die indringende proloog valt het orkest in met een onweerstaanbaar ritme, gedragen door een elektrische basgitaar, een tamboerijn en drums. De fluitist en de lead-gitarist ondersteunen de melodie. Voor het podium volgen de voeten het ritme, dramatische hoogtepunten in de tekst worden begeleid met theatraal geheven handen.

De dangdut is razend populair, zowel in afgelegen kampongs als in de grote danstenten van Jakarta en Surabaya. De zangers en zangeressen die 's nachts optreden in Kota dromen allemaal van een doorbraak naar de staatstelevisie. Maar een optreden in een van de populaire muziekprogramma's kost veel geld en dat zingen ze bij elkaar in rokerige zaaltjes boven de eethuizen en goktenten van de Jalan Mangga Besar.

De dames die de dangdut-gelegenheden bevolken, verdienen vaak een centje bij in het nachtleven. Sensueel dansend in strakke korte rokjes, waarmee ze zich overdag niet op straat durven vertonen, lokken zij benevelde heren naar de dansvloer. Soms vergezellen ze hun danspartners van die avond na sluitingstijd naar hun logement.

Wie weerstand weet te bieden aan hun niet geringe verleidingskunsten en na een avond dansen nog niet naar huis wil, merkt dat Kota nog klaarwakker is. Tot ver na middernacht worden gefrituurde garnalen geserveerd in de vele warung op straat: met zeildoek afgezette stukken trottoir met gammele tafels en stoelen, verlicht door petroleumlampen en de flikkerende neon-letters aan de gevels. Toeterende taxi's en bellende beca (uitgesproken als: ""betja'', de laatste fietstaxi's van Jakarta) brengen rusteloze zielen naar speelhol of bordeel.

Als de oostelijke hemel oplicht, gaan de caissieres, serveersters en animeermeiden op zoek naar vervoer. Wie goed verdiend heeft, pakt een taxi; de anderen nemen een beca of lopen in groepjes naar hun kosthuis. Een enkele nachtvlinder biedt de laatste vertierzoekers haar diensten aan, in ruil voor een lift, wat rupiahs en onderdak voor de nacht. Straks gaan de winkels open en treedt in Kota de dagploeg aan.