De Koningin

Beste Jan,

Hoewel je vorige week zaterdag al je veertigste verjaardag vierde, moest ik toen, vanwege de "mensenrechtendag', over Amnesty International schrijven (heb je 't telefoonnummer nog? - 020-6264426), maar ik besteed er dus vandaag aandacht aan.

Het gaat om een gebeurtenisje waarover ik hoorde van John Vaughn die het weer rechtstreeks van Patrick Lichfield had, 14e in lijn of zoiets van het Britse koningschap, dus goed op de hoogte. Ik kwam er op, omdat je een antiek schaakspel kreeg waar je in Parijs verliefd op geworden was.

De gebeurtenis speelt in de tijd van de kroning van koningin Elizabeth II (voor de Schotten I). Het was de bedoeling dat ook de paleisstaf van Buck House een cadeau zou geven. Maar men kwam niet tot overeenstemming en het werd aan iedereen persoonlijk overgelaten.

Nu werkte er op het paleis een secretaresse, Mary Alsopp. Ze was pas anderhalf jaar in dienst van het koninklijk huis en ze wist natuurlijk niet wat ze geven moest. Trouwens, het ging niet om een normale feestelijkheid, een verjaardag, een afscheid, een jubileum, nee, het ging om een kroning en nog wel de kroning van de rijkste vrouw op aarde. Wat moest je die in hemelsnaam geven? Bovendien was het salaris van de secretaresses op het paleis niet florissant.

Het was, zoals met veel dingen in die tijd, een hele eer om voor de Prinses te werken. En dat vormde als het ware een fors deel van de vergoeding. Zo kregen de eerste omroepsters van de televisie ook nauwelijks betaald, KLM-stewardessen hadden, na de huur van hun kamertje met het danseresje van Degas en het foe-yong-hai-paardje aan de muur en de druipfles-met-kaars op het wrakke fafeltje, nauwelijks geld over om eten te kopen en aankomende advocaten die stage liepen bij een groot gerenommeerd kantoor kregen helemaal niets. Die tijd was het.

Ongerust liep Mary op haar vrije dag langs de winkels. Je kon toch moeilijk aankomen met een setje eierdoppen of kaasduimen. Zelf iets maken? Gebruikte de prinses ooit pannelappen? Hield ze wel van een zelf-gepunnikt wandkleedje? Een boek? Een etsje van het paleis? Het was een enorm probleem, waar trouwens de hele staf mee te kampen had. Kleine groepjes sloegen de handen ineen. Zo maakten de koks een speciale theetaart-met-opschrift, de afdeling bewaking had de hand weten te leggen op een aquarel, waarvan iemand had beweerd dat de prinses deze zeer mooi vond, en een enkeling kwam met eigengemaakte jam aan of zoiets.

Alleen zij wist niks.

Terwijl de kroning naderde ontlaadde zich een vloedgolf van publiciteit over de Britten. Er ging geen dag voorbij of er werden weer meer beuzelachtige details kenbaar gemaakt, die slechts een flauw verband met de aanstaande kroning hadden. En elke dag sloeg de schrik haar steviger om het hart: ze had nog geen presentje.

Precies twee weken voor de kroning liep ze vertwijfeld door Portobello Road, met zijn wirwar van kraampjes en de doolhof van winkeltjes die in elkaar schijnen over te lopen, met doorgebroken verdiepinkjes, aangebouwde snackbars en doodlopende pijpenla's vol bric-à-brac. Achter een winkel met tweedehands jassen bevond zich een soort antiquair met snufdoosjes en andere zilveren voorwerpjes. In een glazen kastje, waar de meer waardevolle stukjes stonden, zag ze een eenzaam schaakstuk staan, zo te zien ivoor met zilver, maar dat wist je in dit soort winkeltjes nooit zeker. Het stelde de witte koningin voor, en het hart van de secretaresse sloeg over toen ze het zag. Dit was nu precies waar ze onbewust naar gezocht had. Een kleinood, niet te gek duur, mooi en symbolisch. Geknipt als geschenkje bij de kroning van een koningin.

Ze liet het inpakken, schreef er een briefje bij en leverde het de volgende ochtend in bij de afdeling waar de geschenken in ontvangst werden genomen.

De dag van de kroning zat ze aan de televisie met een gerust hart. Ze had een uitnodiging gekregen: "Her Majesty the Queen has the honour to invite miss Mary Alsopp etc. etc.', om in kleine kring de kroning te vieren met de staf van de voormalige prinses en ze verheugde zich er al op. Het zou 's middags zijn, in de vorm van een High Tea, en er zouden niet meer dan 15 mensen aanwezig zijn. Zou de koningin iets zeggen over het schaakstuk?

Voordat ze de bewuste middag naar de vertrekken ging waar men bijeen zou komen, liep ze even langs de kleine tentoonstelling van de geschenken. In het vertrekje waar de gaven van het paleispersoneel stonden opgesteld, miste ze haar schaakstuk, en enigszins ongerust voegde ze zich bij de thee drinkende groep. Toen de jonge koningin binnenkwam verstomde het gesprek. Men wist niet of men nu in een spontaan "lang zal ze leven' moest uitbarsten of alleen eenvoudig op moest staan, maar de koningin vroeg of iedereen weer wilde gaan zitten, want zijzelf had lang genoeg gestaan bij de kroning, zei ze. En ze begon meteen een geanimeerd gesprek aan een van de tafeltjes.

Na een kwartiertje nam de koningin weer het woord en dankte de aanwezigen voor hun komst, hun goede wensen en hun alleraardigste en persoonlijke cadeautjes, en ze stelde voor er even langs te lopen. Mary schuifelde mee. Geen schaakstuk.

Toen ze weer terugwaren in de kamer waar de thee gedronken werd, kwam de koningin op Mary toe en zei, een beetje lachend, of ze even wilde meekomen. Ze gingen nu naar een ander vertrek, naast dat waar de stafcadeaus stonden, een vertrek met enkele kastjes met geschenken. Geheel rechts, belicht door een apart lampje, was er een kleine vitrine waarin één enkel schaakstuk stond.

""Weet u, miss Alsopp'', zei de koningin, ""dat mijn vader al heel lang schaakstukken verzamelde, die ik na zijn dood geërfd heb? Als kind vond ik ze al heel mooi en net als hij had ik een lievelingsschaakspel, waar echter één stuk aan ontbrak. Ze wees naar de vitrine. ""U begrijpt, miss Alsopp, welk een groot plezier u mij heeft gedaan. Dáár staat de ontbrekende koningin.''

    • van Lennep