De CPSU in zaken

Donderdagavond 17 oktober rond half tien verlaat Dmitri Andrejevitsj LISOVOLIK plotseling de huiskamer.

Even een sigaretje roken op het balkon, denken zijn vrouw en zoon. De televisie kan dus hun aandacht blijven vasthouden. Een paar minuten en één peuk later klettert er in het noordwesten van Moskou plotseling een mens op het plaveisel van de Lizi Tsjajkinoj-straat: het is Dmitri LISOVOLIK, 54-jaar, voormalig onderwijzer, communist.

Dmitri Lisovolik is niet de enige. Zondagmorgen 6 oktober bijvoorbeeld maakt de 81-jarige GENNADI PAVLOV, eveneens communist, ook op deze klassieke Boheemse wijze een einde aan zijn leven. Nog voordat zijn echtgenote er erg in heeft, stapt hij over de vensterbank heen. Zijn vrouw is verbijsterd. Anderhalve maand eerder had hij, toen een kennis op dezelfde manier zelfmoord pleegde, immers nog gezegd: ""Zo kan alleen een sterk mens handelen. Ik zou het zo niet doen.''

Dat krachtige mens, dat aanvankelijk geen voorbeeld mocht zijn maar het toch werd, is NIKOLAJ KROETSJINA. Maandag 26 augustus is hij uit het raam van zijn woning gestapt, een huis op de zevende verdieping van een van die toch al suïcidaal stemmende Sovjet-flats.

Niet bekend

Met Nikolaj Kroetsjina was een reeks zelfmoorden begonnen, een samenhangende trits omdat de zelfdoders iets met elkaar gemeen hebben. Ze waren niet alleen communist, ze waren alle drie ook werkzaam geweest bij het Centraal Comité van de CPSU, de partij die na de mislukte staatsgreep in augustis door JELTSIN werd verboden.

Kroetsjina bijvoorbeeld was tot het bittere einde chef van de afdeling "bestuurszaken' van de CPSU geweest. Pavlov was er zijn voorganger geweest. Hij fungeerde daar, in Westerse termen, als manager van de partij. En Lisovolik werkte er op de internationale afdeling.

LIEFDESVERDRIET, schuldgevoel om overspel? Nee, zo mogen we aannemen. Er was iets anders aan de hand. Ze waren vermoedelijk ten einde raad dat hun corruptie zou uitkomen. Daar in de "verboden stad' - tussen het Oudeplein en de Rybny-steeg, tussen de Koejbysjev-straat en hotel Rossia, waar de staatspartij tot eind augustus beschikte over haar eigen LABYRINT van overdekte bruggen, sluizen, geheime kamers en ondergrondse keldergangen die het gebouw zelfs rechtstreeks met het Kremlin verbonden - daar waren KROETSJINA, PAVLOV en LISOVOLIK op een of andere manier betrokken geweest bij al die heimelijke financiële transacties waarmee de CPSU haar cash flow op peil poogde te houden.

En dat zou, nadat JELTSIN de partijbezittingen had geconfisqueerd, waarschijnlijk geopenbaard worden. Ideologie of niet, in de dagelijkse praktijk was de partij immers een ORDINAIRE TYCOON geweest die de laatste jaren van de perestrojka maar met één ding serieus in de weer was: winstmaximalisatie van de holding. ""Voor het volk het socialisme, voor de partij het kapitalisme'', zoals een onafhankelijke krant het dit najaar treffend wist samen te vatten.

De CPSU was daarmee op twee fronten tegelijk bezig. In eigen land bouwde ze een netwerk van bedrijvigheid op die het apparaat, met het oog op de onvermijdelijke markt-economie, een voorprong op de concurrentie moest geven. Dat was het werk van de "vierde' sectie van Kroestsjina's algemene bestuursafdeling. In het buitenland koesterde de partij intussen haar gevel-ondernemingen waarmee ze "houten' roebels tegen lucratieve koersen kon omzetten in "groen' geld, zoals de dollar in de volksmond heet. Dat was de verantwoordelijkheid van de "vijfde' en "zesde' sectie.

Via deze kanalen wist de CPSU de afgelopen jaren haar geschatte vermogen van VIER MILJARD ROEBEL een geweldige spin-off te geven. Alleen al in Moskou heeft de partij zo honderd "commerciële' bedrijven kunnen oprichten. In de rest van Rusland zou het aantal communistisch-kapitalistische ondernemingen meer dan zeshonderd zijn.

Een centrale rol daarin speelde het bankwezen. Vroeger waren er in de voormalige Sovjet-Unie maar een paar financiële instellingen, die binnen het voor hen afgebakende terrein - valuta voor de Vnesjekonombank, vakbondsgelden voor de Bank profsoejozov en spaartegoeden voor de Sberbank - een absoluut monopolie mochten botvieren. De afgelopen anderhalf jaar leken die exclusieve rechten ineens doorbroken te worden. Het particuliere bankwezen begon te floreren. Maar dat was vooral SCHIJN, zoals nu blijkt. Liefst twaalf van die private banken, luisterend naar onschuldige namen als Menatep en Tokobank, waren in feite communistische mantelorganisaties. De Tokobank bijvoorbeeld was voor Nederlandse uitgeversgigant VNU twee jaar geleden niet meer dan een gewone zakelijke partner waarmee ze in zee ging, toen ze via het full-colour maandblad Moscow Magazine voet aan de grond probeerde te krijgen op de Russische mediamarkt. Voor de Tokobank waren de VNU-investeringen echter een middel om communistisch geld openlijk te kunnen kapitaliseren.

De belangrijkste van het dozijn was de Avtobank. Die kreeg bij haar oprichting uit de kas van de CPSU een miljard roebel als stichtingskapitaal mee. Plus mevrouw NINA RAJEVSKAJA (de echtgenote van Sovjet-onderminister Rajevski van financiën) als voorzitter van de nieuwe raad van bestuur, alsmede het lucratieve recht om voortaan de schulden van de staatsbedrijven "te innen'. ""De droom van elke bankier'', aldus officier van justitie SERGEJ ARISTOV die namens het Russische openbaar ministerie de financiële machinaties moet uitzoeken. Via deze bank kon de CPSU vervolgens een miljard zwarte roebels "witten' en naar de gepaste kanalen doorsluizen. Met name naar "rekeningnummer 1' bij de Vnesjekonombank, de geheime valutarekening van de partij.

Dank zij dit deposito konden de mannen van Kroetsjina werkelijk alles voor elkaar krijgen. Zoals het omzetten van die steeds waardelozer wordende "houten roebels" in "valuta-roebels', een munteenheid die weliswaar fictief is maar toch ook erg HANDIG bleef omdat ze kon worden omgeruild voor dollars die op nummerrekeningen bij Westerse banken in veiligheid konden worden gebracht. Op deze manier kon een binnenlandse roebel (een half jaar nog 33 cent waard) worden opgewaardeerd tot 3,30 gulden buitenlandse waarde. Ook goud zou op die manier zijn verdwenen.

Zelfs na de coup zouden er nog koeriers met tassen vol edelmetaal met vliegtuigen van Aeroflot naar het Westen zijn vertrokken. Niemand minder dan voormalig hoofdredacteur IVAN FROLOV van het partijblad Pravda zou dit in de dagen van de staatsgreep hebben voorbereid. Frolov verbleef toen officieel voor een operatie aan zijn benen in Düsseldorf. In het desbetreffende ziekenhuis hebben de artsen hem echter maar anderhalf uur op hun spreekuur gehad, zo vernam een Russische journalist ter plaatse. Daarna was hij weer gevlogen. Frolov zou dit "gewoon grappige' verhaal later hardnekkig ontkennen. Hij was op op 7 augustus naar de Bondsrepubliek gevlogen, werd daar 15 augustus aan zijn benen geopereerd door PROFESSOR ZANDMANN en kwam pas dagen later uit de "intensive care', aldus de 62-jarige Pravda-chef bij terugkeer eind september.

Voor de illegale valuta- en goud-export is overigens nog geen serieus bewijs geleverd, maar de Moskouse ondernemers-bond denkt het niettemin zeker te weten en is daarom een eigen onderzoek begonnen.

Dezelfde constructie stond de CPSU ten dienste om haar zusterpartijen te subsidiëren dan wel in te zetten als veredelde handelsagenten. Hoeveel de Sovjet-partij zo heeft geïnvesteerd in haar illusie van het "proletarisch internationalisme' is niet precies bekend. In het afgelopen decennium zou het om een bedrag van in totaal 250 miljoen dollar gaan, een saldo dat het weekblad Rossia heeft becijferd. De serieuzere hoofdstedelijke krant Moskovskije Novosti houdt het er op dat deze "hulp' vanaf januari 1989 tot zeker 10,7 miljoen dollar moet zijn opgelopen. Begin deze maand verstrekte het blad daarvoor de kant en klare bewijzen.

Het was een interessant lijstje dat Moskovskije Novosti enkele weken geleden heeft publiceerd. De politieke prioriteiten van het Centraal Comité in de laatste twee jaar van zijn bestaan bleken er namelijk zo helder uit. Twee miljoen dollar voor de Amerikaanse communistische partij die tussen 1979 en 1990 in totaal 21,6 miljoen dollar zou hebben ontvangen, twee miljoen voor de Franse PCF (op een totaal van 26 miljoen), 1,8 miljoen voor de Finse kameraden, een miljoen voor de Portugezen rond de rechtgeaarde ALVARO CUNHAL, een krap miljoentje voor de Griekse KKE en wat klein bier voor de partij in India, de Chilenen, de Israelische communisten, de Namibische bevrijdingsorganisatie SWAPO, en zo meer.

Minder kieskeurig kon de partij zijn als het ging om zusterpartijen die een handeltje met de CPSU moesten opzetten. In het Westen werden er vanuit het Oudeplein talloze firmaatjes bestierd die de partij gouden eieren moesten bezorgen. Dat ging zo: via het Centraal Comité verkocht de Sovjet-staat aan handelsonderneming X of Y een bepaalde hoeveelheid olie of wapens tegen prijzen onder de wereldmarkt. De zogenaamde joint-venture verkocht de spullen vervolgens door tegen normale prijzen. Waarna het verschil in de partijkas verdween.

Dit was uiteraard serieuze business. Alle chicanes gingen tegelijkertijd niettemin gepaard met een hoop predigitale romantiek. Onlangs werd op de vijfde etage (te bereiken langs de derde ingang aan het Oudeplein) van het Centraal Comité, in een van de veertien kamers die Kroetsjina's bestuurssectie van het Centraal Comité daar ter beschikking stonden, een uitrusting gevonden die in een JONGENSKAMER niet zou hebben misstaan. De Russische justitie trof er een prachtige collectie baarden, snorren en pruiken aan. En een geverseerde serie valse stempels van de Franse, Zwitserse en Italiaanse douane, keurig nagemaakt naar het voorbeeld van de stempels die de "Sûreté nationale' van Orly en vergelijkbare politiediensten op de vliegvelden Kloten (Zürich) en Fiumicino bij Rome plegen te gebruiken. Die stempels werden uit de kast gehaald als de communistische koeriers even snel een VISUM nodig hadden. Zelfs gekopieerde documenten van instellingen uit Zuid-Afrika, een land dat de Sovjet-Unie tot voor kort principieel zei te boycotten, ontbraken niet in de verzameling.

Het is allemaal genoeg voor een FORSE KWESTIE, maar dat is het nog niet geworden. Dat komt doordat het allerpikantste detail tot nu toe nog SCHIMMIG is gebleven: de vraag wie voor deze politiek-financiële oplichterij verantwoordelijk was. De vingers wijzen in de richting van niemand minder dan GORBATSJOV. Die was tot vijf dagen na de putsch immers ook nog secretaris-generaal van de partij. Volgens de Russische minister van justitie NIKOLAJ FJODOROV zou Gorbatsjov van alle sluipwegen hebben geweten. Hij zou de overboekingen zelf hebben geparafeerd, aldus Fjodorov ruim een maand geleden.

Wellicht is dat wishful thinking. Een van zijn rechters-commissaris, Sergej Dmitri ARISTOV, wil zo ver in ieder geval nog niet gaan. Hij wil slechts kwijt dat zijn mannen op het Oudeplein een document hebben gevonden met de pikante tekst: ""honderd miljoen ontvangen, verbergen'', ondertekend door wat hij noemt een ""zeer bekende persoonlijkheid''.

Drie van de mensen die daar iets zinnigs over zouden kunnen zeggen, leven echter niet meer.