Bukmans vondst

“EEN NIEUWE atmosfeer, het is hanteerbaar geworden!” De Europese Commissaris voor visserij, Manuel Marn, had het woensdagmiddag in Brussel helaas niet over het probleem van de overbevissing zelf, maar slechts over de sfeer in de Raad van Ministers.

Er was geen nachtelijke marathon-zitting nodig geweest om de jaarlijkse vangstquota vast te stellen. Maar een "gewone' zitting van een uur of twintig, zoals die dagelijks in Brussel wordt gehouden. Nu eens gaat het daar over de maximumsnelheid van vrachtwagens, dan weer over de handelsboycot tegen Haïti. Woensdag was het vis. Nederland kwam er relatief gunstig af. Tong- en scholvissers mogen weliswaar minder vangen, maar bij makreel en haring vierde de Raad de teugels. Over de ministers van visserij scheen een sober realisme te zijn neergedaald - biologen hadden aangetoond dat het met sommige vis-"bestanden' zo slecht gaat dat aan ingrepen niet valt te ontkomen. De ministers raken gewend aan het mechanisme: die vissoorten waarmee het wat beter gaat mogen in grotere hoeveelheden worden gevangen. In zoverre is de visserij inderdaad voor Brussel "hanteerbaar' geworden. Althans op papier.

IN THEORIE IS dit een van de laatste keren dat er quota worden vastgesteld. Volgend jaar wacht een grootscheepse revisie. De Gemeenschap begon in 1983 met een gezamenlijk visbeleid; volgend jaar worden de resultaten van de afgelopen tien jaar geëvalueerd. Moeten het komende decennium vangstquota hèt middel blijven om de visserij te beheersen? Wie zich de televisiebeelden herinnert van controleurs van de Algemene Inspectie Dienst, rondkruipend in ruimen, starend in vangstkisten (Horsmakreel? Wijting? Kabeljauw?), weet een antwoord. Vangstquota zijn vooral een symbolisch middel gebleken, ingezet tegen een beroepsgroep die zich ongebreideld vrij ondernemer voelt met als levenshouding "vangen maar niet gevangen worden'.

Minister Bukman probeert nu met een "zeedagenregeling' de geesten binnen de EG rijp te maken voor een nieuw controle-systeem. Niet langer de hoeveelheid te vangen vis is dan uitgangspunt voor de controle, maar het toegewezen aantal dagen dat er mag worden gevaren. Dit aantal zogeheten "zeedagen' houdt weliswaar verband met de biologisch toelaatbare hoeveelheid te vangen vis, maar haalt een visser tijdens een zeedag meer binnen, dan hoeft dat niet meer overboord of achter een dubbele wand te worden verborgen. Het is nu eenmaal makkelijker te controleren welke schepen hoe lang buitengaats zijn geweest, dan hoeveel vis en in welke soort zij aan land brachten.

LIDSTATEN MET een technisch minder hoogwaardige visserijvloot zijn hierover niet enthousiast. De Hollanders met hun vangfabrieken komen ook met minder zeedagen aan een inkomen, is hun klacht. Een Spaanse trawler die stil moet liggen legt eerder het loodje dan een Hollander. Maar als ergens geldt dat de wal het schip keert dan hier. Zonder een controleerbaar systeem van vangstbeperking blijft de visserij voor zichzelf de ergste vijand. Brussel zal geduldig quota blijven vaststellen. Kabeljauw 10.590 ton. Wijting 4.550 ton. Makreel 37.460 ton. Schol 83.110 ton. Tong 15.800 ton. Enzovoort, enzovoort.