Brenda Schultz heeft weer een toekomst in het tennis

ROTTERDAM, 21 DEC. In de laatste week van het jaar wordt Brenda Schultz volwassen. Dan viert de blonde tennisster uit Heemstede op 28 december haar 21ste verjaardag. Zoals de laatste jaren te doen gebruikelijk is het feestje ook dit keer in Australië. In Perth, waar ze met Richard Krajicek uitkomt in het mixed toernooi om de Hopman Cup.

Brenda Schultz, sinds september 1986 (toen ze pas vijftien jaar was) al professional, is zich op en buiten de baan dit jaar ook volwassener gaan gedragen. “Ik ben blij, dat ik 21 jaar word. Dan mag ik tenminste eindelijk alleen een bar binnen”, flapt ze er uit. Om er meteen schaterend op te laten volgen: “Grapje!”.

Brenda Schultz geeft toe altijd nog wel in te zijn voor een geintje, maar past er voor meer waarde te hechten aan dollen dan aan hard trainen. “Vroeger was het nog wel eens andersom. Dan nam ik het niet zo nauw. Ik at waar ik zin in had en sloeg de trainingen over als dat zo uitkwam. Ja, toen kreeg je de verhalen, dat ik zo dik was geworden en er geen hout meer van kon. Zelfs mijn eerste en beste coach Stanley Franker deed daar aan mee. Dat deed pijn. Veel pijn. Achteraf kan ik alleen maar zeggen dat hij, en anderen, gelijk hebben gehad. Ik kan nog steeds niet zonder lol maken. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Maar ik maak daar alleen tijd voor als het kan.”

Schultz, die voor drie jaar een kledingcontract tekende bij Lotto en in Duitsland competitie speelt, kijkt terug op een prima seizoen. Na een diepe inzinking, die haar bijna uit de top honderd deed verdwijnen, is ze nu dertigste van de wereld. Daarmee is de Heemsteedse met de hardste service van het vrouwencircuit (190 kilometer per uur werd er ooit gemeten), terug op het veelbelovende peil van begin 1989 toen ze 31ste was. Haar grootste wapenfeiten in 1991: de toernooizege in Schenectady (tegen de Francaise Dechaume in de finale) en overwinningen op top tien speelsters Jana Novotna (op Wimbledon, waar Schultz pas in de vierde ronde geblesseerd verloor van Capriati) en Mary Joe Fernandez (vorige maand in Philadelphia). Haar eerste toernooiwinst was in 1987 in Chicago.

Toen het met Brenda Schultz twee jaar geleden steeds slechter ging, speelde ze zelfs met de gedachte te stoppen. “Ik hing na weer een nederlaag in de eerste ronde telkens huilend aan de telefoon met mijn ouders. Dan zag ik het absoluut niet meer zitten. Ik had ook geen geld meer om een coach te betalen. Het was om dol van te worden.” Inmiddels had Schultz met de Amerikaan Bill Belser en de Tsjechoslowaak Lada Travnicek twee coaches versleten zonder dat de neergaande spiraal kon worden omgebogen. Integendeel.

Pas nadat Franker zich begin 1990 weer even met zijn ex-pupil ging bemoeien kwam de ommekeer. Schultz haalde de halve finales in Brisbane en langzaam kwam het besef terug, dat er nog een toekomst voor Brenda Schultz in de tennissport was weggelegd. De verbintenis met de in Florida werkende Spaanse coach Juan Nunez, nu een jaar geleden, deed de rest. Schultz heeft inmiddels in Boca Raton, niet ver van de school van Nunez, een appartement aangeschaft. Daarmee volgde ze het voorbeeld van Manon Bollegraf, die in de buurt van Tampa een optrekje heeft. “Het kostte een lieve duit en mijn geld is alweer op, maar ik ga er maar van uit, dat het een goede investering is. Bovendien wordt de flat verhuurd als ik er niet ben.”

Direct na het behalen van haar vierde nationale Masterstitel in Amsterdam reisde Schultz voor een weekje naar Florida om voor de overstap naar Australië nog even met Nunez te werken. De aanpak van de Spanjaard, die eerder Arantxa Sanchez van de dertigste naar de vijfde plaats van de wereld bracht en ook de Russische Zvereva en de Luxemburgse Kschwendt begeleidt, spreekt Schultz sterk aan. “Hij doet me denken aan Franker. Keihard, maar om het half uur een grapje er tussen door. Dat is precies goed voor mij. Nunez moest behoorlijk aan mij schaven. Want mijn techniek was er alleen maar op achteruit gegaan. Zelfs de houding bij mijn service, toch mijn sterkste wapen, heeft hij bijgesteld.”

De komende maanden kan Schultz op de wereldranglijst alleen maar stijgen. In het begin van de samenwerking met Nunez moest ze zich nog aanpassen. Daardoor bleven de prestaties aanvankelijk uit. In Brisbane, Sydney en op de Australische Open vloog ze er direct in de eerste ronde uit. In februari stond ze twee keer in een tweede ronde (Chicago en Oklahoma) en pas in april was ze een keer present in de derde ronde (Amelia Island). “Als het een beetje meezit met de lotingen hoop ik veel punten te verdienen. Ik lees nog wel eens in een boek over positief denken. Daarin staat, dat je je doelen niet te hoog moet stellen. Voorlopig richt ik me op de eerste 25 en dan probeer ik bij de beste zestien speelsters voor de Masters te komen. Dat zou al fantastisch zijn.”

De bijna volwassen Schultz is er inmiddels achter gekomen dat het haar tennisloopbaan niet ten goede komt als ze zich niet honderd procent geeft in de trainingen en de toernooien. “Eindelijk heb ik door dat ik het allemaal voor mezelf doe. Niet voor iemand anders. Ik heb ingezien wat je ervoor moet doen en laten. Een lolletje? Okay. In kan niet zonder. Maar niet meer te pas en te onpas. Die periode heb ik achter me gelaten.”

Het plezier in het tennis is weer helemaal terug. “Ik leer nog elke dag bij. Ik ben zowat in de buis gekropen toen ik de wedstrijd Chang-Lendl op de televisie zag. Dan zie je dat ook Lendl ondanks al zijn ervaring zenuwachtig kan zijn. Je herkent je eigen gevoelens. Dat geeft me moed.”

Schultz speelde dit jaar financieel quitte. “Ik heb geïnvesteerd in een goede coach en de flat in Florida. Volgend jaar wil ik een vaste sparring partner hebben. En in 1993 moet het dan gebeuren. Dan krijgt het vrouwentennis een eigen circuit naar het voorbeeld van de ATP. Zes toernooien met een miljoen dollar aan prijzengeld komen er aan. Daar wil ik ook een graantje van meepikken.”