Bofill in de Bocht

Waarom zijn het zo vaak socialistische bestuurders die mens-onvriendelijke bouwprojecten willen doordrukken? Waarom zijn het zo vaak socialisten die democratisch gekozen organen besluiten willen laten nemen over plannen die zij later pas uitleggen? Waarom is sociaal-democratie verdomme zo zeldzaam?

“Jullie laten ons wel praten, maar je doet toch wat jullie in je kop hebben”, roept een tuinder door de vergaderzaal van de Haagse gemeenteraad. Hij en een rij streekgenoten uit Loosduinen en omstreken hebben gebruik gemaakt van het "recht op inspraak'. Hun bedrijven moeten opzij voor woningbouw plus een golfbaan met negen holes en omhekte wandelpaden (“om geen ballen tegen het hoofd te krijgen”, aldus een wethouder).

De natuur moet wijken voor de rode cijfers van het gemeentelijk grondbedrijf. Den Haag is failliet en nieuwbouw is nieuw geld. Vorig jaar is ontdekt dat een kwart miljard zoek is in het administratieve verkeer tussen diverse diensten. Het bedelen en scharrelen van burgemeester en wethouders is nu bij windkracht negen op volle zee te horen.

Alsof er niets aan de hand is, werken zij door aan een ambitieus bouwplan voor een nieuw stadhuis in het hart van de stad - iedereen doet zijn best te verzekeren dat het geen financiële replica van de Amsterdamse Stopera wordt. Na maanden gehakketak gaan ze binnenkort het drassige gat naast de dr. Anton Philipszaal weer leegpompen, in afwachting van de volgende bouwvergadering met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. De ambtenaren werken straks in hun eigen spaarcenten, het gat van de gemeente is hun rendement.

Het stadhuis- en bibliotheekcomplex kon destijds alleen een meerderheid krijgen dank zij politieke koppelverkoop: op de plaats van het bestaande stadhuis aan het Burgemeester De Monchyplein zou een flinke pluk woningbouw komen. Een (goedkoper) plan van architect Ellerman om het huidige, nog stevige stadhuis uit te breiden werd te elfder ure van tafel geveegd. De glimmend witte nieuwbouw van de Amerikaanse architect Richard Meier zou een onmisbare injectie zijn voor het levenloze centrum.

Twee wethouders struikelden over de stadhuis-intriges. De rubriek ingezonden brieven van de Haagsche Courant weerspiegelt nog steeds woede en verbijstering over deze "kapitaal-vernietiging'. Het politieke draagvlak in de residentie is niet in de eerste plaats aangetast door werkloosheid of de opmars van Turkse koffiehuizen.

Deze week bleek de muis een dik staartje te hebben. Het bestaande stadhuis moet tegen de vlakte. Dat stond al vast. Maar nu werd duidelijk dat op die plaats een bijzonder fors nieuwbouwproject moet komen, met 12.000 vierkante meter kantoorruimte en 425 middelmatig dure tot dure koopflats en urban villa's. Dat is nodig om de rekening te helpen betalen van het machodrome aan het Spui. Jammer van de sociale woningbouw, maar de kas is zo leeg dat afspraken van toen moeten wijken. Ook jammer van de omringende negentiende eeuwse wijk, die overschaduwd zal worden door een project met een oppervlak van 180 bij 270 meter en een neo-Big Ben van elf verdiepingen.

Het was een PvdA-wethouder die het nieuwe stadhuis doordrukte, het was een PPR-wethouder die in ruil voor zijn steun aan dat plan een nieuw kunstcentrum aan het Spui kreeg (dat bruikbare kunstgebouwen elders overbodig zal maken), en nu is het een socialist die niet zonder zelfgenoegzaamheid verklaart dat zijn “architectuur-opvatting kennelijk verschilt van die van de wijkbewoners”. Hij heeft in het buitenland veel goeds gezien van Ricardo Bofill.

Want dat is de grootmeester die voor deze plek is aangetrokken. Zijn komst heet “een uitgangspunt van de planvorming”. De man van de Taller de Arquitectura uit Barcelona, die zulke ongenaakbare woongebouwen in de nieuwe voorsteden van Parijs neerzette, heeft het geschopt tot principe in de lokale politiek aan de Noordzee.

Wie wel eens over de A15 tussen Ridderkerk en Gorcum rijdt, ziet in de buurt van Ikea midden in de weide een verdwaald tempeltje staan, compleet met speelgoed tympaan. Bofill heeft er voor getekend. Hij trekt ze zo uit de la, in dit geval voor een firma die duur kantoormeubilair verkoopt, maar daar kennelijk niet mee opvalt.

Vlakbij Bofills project op het De Monchyplein in Den Haag staat al een proeve van zijn bekwaamheid om zich iets van de gebouwde omgeving aan te trekken. Het is een bejaardenhuis aan de Patijnlaan. Een classicistische doos van kale baksteen, weer met een tympanon, nu op een nep-toren. Het gebouw heeft ramen van twee verdiepingen hoog.

“Dat vind ik persoonlijk een geslaagd voorbeeld van wat Bofill kan”, zei de wethouder donderdagavond in een vergadering met leden van diverse raadscommissies. Hij had hen een zogenaamd "voorbereidingsbesluit' willen laten nemen, zodat met de uitvoering van het nieuwe project kan worden begonnen vóór dat het bestemmingsplan is aangepast.

Fundamentele bezwaren komen dan te laat, maar “met de buurt kan daarna in een workshop overlegd worden over de uitwerking van het plan”, Ook de Welstandscommissie had nuttige kanttekeningen gemaakt, zei de wethouder. Als voorbeeld van gewaardeerde kritiek noemde de Volkskommissar de deuren van de garages.

Wie het ontwerp van de Werkplaats Bofill goed bekijkt, ziet een imponerend gebouwencomplex voor zich. De plattegrond met een "crescent' (een bebouwde bocht in het Nederlands) om een vijver-met-gras-en-bomen is niet onaardig. De middengebieden in de Bijlmer waren ook best aardig bedacht. Het gaat er om wat er omheen komt te staan.

Dat is in dit geval van een stijl die wijlen N. Ceausescu zou bevallen. De tekeningen van het aanzicht van Bofill Staete lijken sprekend op het paleis van de Conducator. Wellicht gedreven door opgeschroefde rendementseisen is de architect op zoek gegaan naar prestigieuze snufjes uit voorbije periodes. Hij wilde iets monumentaals neerzetten. Het werd vooral autoritair, van een kille monotonie. Stervelingen zijn niet welkom in dit Huize Dracula.

Hoe komt een college van B en W er toe zo'n parvenu-paleis te bestellen? Waarom willen zij dat laten goedkeuren vóór de tekeningen volmaakt helder zijn, vóór de perspectieven ook uit minder gunstige hoeken zijn getekend? Waaraan ontlenen stadsbestuurders de minachting voor één van de laatste min of meer intacte wijken in een vrijwel van zijn historie ontdane stad? Macho architectura, de armoede van een beetje macht.