Betreft: Graffiti

Zeer geachte mr. Koning,

Zoals u weet worden er in Nederland heel wat muren van overheidsgebouwen, metro- en treinstellen voorzien van graffiti. Dat doet de waarde van deze eigendommen geen goed. In Rotterdam heeft gemeentewerken drie "units' ingezet, die systematisch de wijken controleren en aangetroffen graffiti weer uitpoetsen. Bovendien wordt alle graffiti die per klachtentelefoon wordt gemeld, zo spoedig mogelijk verwijderd, racistische leuzen als het enigszins kan binnen tweemaal vierentwintig uur. Op die manier maakt Rotterdam jaarlijks voor een half miljoen gulden een oppervlakte van ruim acht voetbalvelden schoon om graffiti-spuiters te ontmoedigen. Ook de NS maken zelf de bekladderde treinstellen schoon. Zij vertrouwen de hogedrukspuiten, die bij een ongeluk of een "geintje' makkelijk tot onderhuidse bloedingen kunnen leiden, liever niet toe aan onervaren handen.

Schoonmaken voorkomt verdere graffiti - zo zit de psychologie van deze kunstvorm nu eenmaal in elkaar - maar helemaal voorkomen is uiteraard nog beter. Het bureau Halt in Rotterdam zet daarom op heterdaad betrapte graffiti-tekenaars met spons en (milieuvriendelijke) schoonmaakmiddelen aan het werk om bekladde objecten weer in de oorspronkelijke staat te brengen. Heeft dit anti-graffiti-beleid enig effect?

Wij gingen voor u mee op inspectie met coördinator A. Kievit van Halt, langs Joseph (14) en Bob (16), die op een waterig-koude zaterdagmiddag onder begeleiding van Halt-medewerkster C. Valk een fietsviaduct in de Rotterdamse wijk Ommoord van graffiti ontdoen. Bob moet drie dagen schoonmaken. Hij is op heterdaad betrapt bij het spuiten van graffiti. Recidivist, maar nu stopt hij er echt mee. Hij gaat er stevig tegenaan. “Ik vind het wel goed, dat schoonmaken en vooral mijn vader en moeder zijn blij met deze oplossing, dat ik nu geen strafblad krijg.”

Joseph - vier dagen schoonmaken en 500 gulden schade in termijnen te betalen - is wat minder enthousiast. In baseball-jack en op hoge sneakers wrijft hij enigszins landerig over de aangebrachte spreuken en tekeningen. Hij heeft geen bezwaar tegen het schoonmaken, “het is toch niet mooi wat hier gedaan is.” Maar eigen werk zou hij nooit verwijderen en of hij stopt met graffiti, daar moet hij nog eens goed over nadenken: “Ik ben verslaafd, man.”

Graffiti is trouwens niet het enige waar Halt zich mee bezighoudt. De stichting zet ook de jongeren tussen twaalf en achttien aan het werk die zich hebben schuldig gemaakt aan bijvoorbeeld vandalisme, vernielingen of het illegaal afsteken van vuurwerk. Soms ook na winkeldiefstal, maar dat alleen onder bepaalde voorwaarden. Kievit: “Wij bieden jongeren een keuze, natuurlijk met toestemming van de ouders en na overleg met het openbaar ministerie. Het principe is: ervoor werken en schade vergoeden. Het voordeel is dat er geen strafzaak van komt. De jongeren ondergaan dan ook geen alternatieve straf, zoals het vaak wordt genoemd, maar een zogenoemde Halt-afhandeling. Wij fungeren wat dat betreft als het voorportaal van het OM.”

Wat zijn nu de concrete resultaten? Volgens Kievit blijkt dat zestig procent van de jongeren na een Halt-procedure, die altijd binnen twee à drie maanden wordt afgehandeld, voortaan het rechte pad bewandelt. Veertig procent komt terug. “Maar met graffiti liggen die cijfers helaas ongunstiger. Sommigen zijn net honden die het niet kunnen laten om een reukspoor, een vlag, achter te laten.”

Wij vroegen voor u wat de jongens er zelf van vinden. Freek (17) was altijd erg trots op zijn "tags' en "pieces' en "burners' die hij 's nachts aanbracht. Zo fier dat hij zijn "black book' - een soort poëziealbum van graffiti-artiesten - bij zich had toen hij werd betrapt. Inmiddels - tien dagen schoonmaken en een schadevergoeding van 700 gulden later - is hij bekeerd. “Het nam veel te veel tijd in beslag, ten koste van mijn opleiding tot fotograaf. Veel mensen uit de scene doen ook niets anders, of ze kunnen niets anders en gebruiken graffiti om "iemand' te zijn. Maar het wordt steeds agressiever, er is geen erecode meer en er heerst veel jaloezie. Groepen als MDC (More Dead Cops, red.) hebben geen eerbied meer voor elkaars werk, ze spuiten er gewoon overheen. Ik fotografeer graffiti alleen nog maar tegenwoordig.”

Michiel (17) vond het “wel een hele kick” toen hij de plaatselijke krant in Hoek van Holland haalde nadat hij het zwembad daar had versierd. Zijn stijl was al tamelijk bekend en zijn ontwerpen werden zelfs door anderen uitgevoerd toen hij door getuigen werd aangegeven. Hij heeft twee dagen lantarenpalen schoongemaakt op de Rotterdamse Lijnbaan, en komt nog regelmatig langs bij het Halt-buro om zijn schadevergoeding van 1.500 gulden in maandelijkse termijnen van 300 gulden te betalen, waarvoor hij een baantje heeft genomen. “In het begin vond ik het daar wel klojo's, maar nu ze op mijn level zitten is er wel goed mee te praten.”

Tekeningen maakt hij nog steeds, nu in zijn schoolagenda. Hij laat ze zien: fraaie ontwerpen met een boodschap tegen drugs, aids, agressie en incest. Hij wil zijn artistieke gaven na de MAVO verder ontwikkelen aan de grafische school.

Met graffiti op straat is Michiel voorgoed gestopt: “Het kost te veel tijd en geld. Maar het mag ook niet meer van mijn vriendin, want die wil later graag politie-agente worden.”

Met gepaste hoogachting,