Ascese van Mondriaan strookt niet met aards repertoire van kwartet

Concert door Mondriaan Kwartet. Werken van Francesconi, Schnittke, Breuker en Lobanov. Gehoord: 20-12 Concertgebouw, Amsterdam.

Het Mondriaan Kwartet bestaat tien jaar. Terugblikkende blijkt er wel degelijk een lijn te ontdekken in de opbouw van het eigenzinnige en quasi-grillige repertoire: naast Nederlandse componisten zoals Janssen, Termos en Wagenaar vooral over-vitale Amerikanen (Ives, Antheil, Brant) en Sovjet-Russen (Mossolov, Schnittke, Firsova). De naam van Piet Mondriaan staat voor ascese en mystiek, maar dat staat wel zeer in tegenspraak met het buitengewoon aardse repertoire van al die Amerikaanse en Russische pioniers!

Ook vrijdagavond op het tweede concert in de jubileumserie in de Kleine Zaal van het Concertgebouw overheerste die glanzende, gepassioneerde betoogtrant, met name in het Vierde Strijkkwartet op. 49 uit 1985 van Vasili Lobanov. Het werk staat voortdurend op springen, het trilt van emotie letterlijk en figuurlijk bijna uit elkaar. Lobanov ontwikkelde zich vanuit de muziek van Bartok, componeerde vervolgens streng serieel, maar raakte in de tachtiger jaren weer in gemetriseerd, min of meer neo-romantisch vaarwater terecht. Een typische uitspraak: “Om elders te leren helpen zon, regen, gras, wind, zee, bomen, Bach, Mozart, Dostojevski, Tolstoj, Fellini, vochtig asfalt, vogels, ogen, handenlezen, liefde ...”. Kortom: emotie op emotie. Om een dergelijke spanning vol te kunnen houden, is overzicht nodig naast lange adem, kracht en inzet. Het Mondriaan Kwartet kon het zich permitteren om niets achter te houden, wat resulteerde in de enige juiste aanpak.

Gelukkig heeft het Mondriaan Kwartet meer pijlen op zijn boog, want ook de veel geschakeerder wereld van Luca Francesconi's Tweede StrijkkwartetL'abisso kreeg moeiteloos gestalte. Zoals vrijwel al zijn landgenoten houdt ook Francesconi een gewelddadige aanpak niet vol en verschijnen tegen het slot in een intense lyriek dolcissimo flautando-tonen, molto vibrato: ditmaal niet zozeer een trillende materie dan wel een snel vibrerende, een kolfje naar de hand van Jan-Erik van Regteren Altena.

Tenslotte was er naast de korte en ontroerende Canon van Alfred Schnittke nog een woeste collage van Willem Breuker, vorige maandag pas voltooid, onder de volstrekt pretentieloze titel Strijkkwartet van de Week. Typerende aanwijzingen: “met ruk-, schok- en trekbeweging” of “doe maar wat”. Tegen het slot barst een csárdás los en schreeuwt de primarius uitnodigend: “Nu allemaal, het Mondriaan Feestlied: "Het is niet te geloven, maar wij kunnen bogen op het tienjarig bestaan van het kwartet'.” Naar mijn smaak componeerde Breuker - over trillers gesproken - teveel stoplappen in zijn vrolijke kwartet, maar het begin is ijzersterk. Langzame aanlopen smoren steeds in akkoorden waarvoor Dvorak zich niet zou hoeven schamen, tot opeens de pleuris losbreekt: snelle fortissimo aanlopen die blijven hangen in dichte, syncoperende akkoorden. Overigens blijven smartlappen en hysterische glissandi blijven in een strijkkwartetzetting toch iets gedistingeerds uitstralen, een strijkkwartet past nu eenmaal niet op vochtig asfalt om met Lobanov te spreken. Daar kan zelfs Willem Breuker niets aan veranderen!