Alleen de hoogste partijfunctionarissen en de toeristen leven er nog gerieflijk; Verdwijnen Sovjet-Unie is de nekslag voor Cuba

MADRID, 21 DEC. Het verdwijnen van de Sovjet-Unie betekent de nekslag voor de economie van Cuba, dat voor tachtig procent van zijn buitenlandse handel van Moskou afhankelijk was. In 1990 wilde Moskou nog slechts een overeenkomst voor één jaar tekenen, maar op 1 november was voor nog geen derde van de overeengekomen waarde aan goederen geleverd.

Terwijl nog slechts enkele dagen resten voor het begin van 1992, lijkt minister van handel Ricardo Cabrisas de hoop op een nieuw akkoord geheel te hebben opgegeven. Hij kan in Moskou eenvoudig niemand meer vinden om mee te praten, gaven Sovjet-diplomaten onlangs toe tegenover de correspondent van het Spaanse dagblad El Pais.

In de duisternis van Cuba, een begrip dat door de energieschaarste letterlijk mag worden opgevat, gloeit slechts één lichtpuntje: de groeiende belangstelling van Westerse toeristen voor een bezoek aan de laatste resten tropisch communisme. Het eind van het jaar treft het eiland in grote somberheid, maar als vakantiebestemming is het vrijwel uitverkocht.

Begin deze maand maakte de Cubaanse overheid in één klap een einde aan het bonnensysteem dat de distributie van benzine regelde. Niet omdat er een nieuwe lading brandstof was gearriveerd, maar omdat er niets meer viel te distribueren. De lange rijen voor de benzinepompen die dit najaar het beeld van steden als Havana en Santiago bepaalden zijn nu verdwenen, want de verkoop aan particulieren is verboden. De overheid heeft zelfs voor eigen gebruik niet meer genoeg. De suikerrietoogst, die in november hoort te beginnen en de belangrijkste pijler vormt van de Cubaanse economie, heeft door gebrek aan transportmiddelen een onherstelbare achterstand opgelopen.

De belangrijkste afnemer van het Cubaanse suikerriet was echter tot dusver de Sovjet-Unie en die kan het produkt niet meer betalen. Zo bezien is het geen ramp dat de oogst op het land verrot. “Het is hoog tijd dat Cuba òns humanitaire hulp gaat geven”, klaagden de al geciteerde Sovjet-diplomaten. Vijf jaar geleden kreeg Cuba nog acht ton olie van de Russen in ruil voor 1 ton suiker, maar sinds 1990 is die verhouding 1 op 1,4. Meer dan de helft van de suikeropbrengst was dan ook nodig om de jaarlijkse energiebehoefte van het sterk verstedelijkte eiland te betalen.

Waarschijnlijk is de brandstoffenschaarste van de laatste maanden niet alleen te wijten aan het niet nakomen van de contractuele verplichtingen door de Sovjet-Unie. Moskou stuurt immers geen tankers naar het Caribisch gebied maar "levert' de olie aan Cuba op de termijnmarkt in Rotterdam. Daar wordt Venezuela voor de ontvangen hoeveelheden gecrediteerd en dit land levert vervolgens, geraffineerd en wel, de olie die de Cubaanse samenleving draaiende houdt. Havana verkoopt echter al jaren, vooral bij hoge olieprijzen, op diezelfde markt een deel van haar ruwe olie aan derden, in ruil voor harde valuta. Dat is ongetwijfeld ook het afgelopen jaar gebeurd, om andere behoeften dan die aan brandstof te dekken. Goed geïnformeerde bronnen in Caracas wijzen erop dat de olievoorziening van Castro's eiland vanuit Venezuela tot en met de maand november normaal liep, maar dat nu onderhandeld wordt over de hoeveelheid voor deze en de komende maanden.

Zeker is dat er op dit moment op Cuba niet veel meer rijdt, vaart en vliegt. Het ministerie van vervoer halveerde in november de dienstregeling van stadsbussen, treinen en passagiersschepen en de luchtvaartmaatschappij Cubana heeft het aantal binnenlandse vluchten vorige maand met het oog op de brandstofschaarste aanzienlijk beperkt. Transportproblemen bemoeilijken ook de voedseldistributie. Castro heeft maandagavond nieuwe maatregelen afgekondigd: de Cubanen moeten hun elektriciteitsverbruik verder beperken, ze moeten meer fietsen en de boeren moeten trek-ossen in plaats van tractoren gebruiken. Cuba heeft al 1,2 miljoen fietsen in China gekocht en zal er nog meer aankopen of zelf gaan fabriceren, aldus Fidel.

De overheid roept ook op om alle braakliggend land in de steden als moestuin te benutten. Eerder al kregen de bewoners van Havana het advies om kippen te houden, zodat men tenminste af en toe van een ei verzekerd zou zijn. Verscheidene fabrieken draaien op halve kracht of zijn zelfs geheel gesloten en wie zich schuldig maakt aan energieverspilling krijgt een boete.

Al deze beperkingen gelden uiteraard niet voor de allerhoogste partijfunctionarissen en evenmin voor de tienduizenden buitenlandse toeristen, die op dit moment vrijwel de enige bron van inkomsten voor het eiland vormen. Zij logeren in comfortabele hotels met energievretende airconditioning, waar de buffetten nog dagelijks vol voedsel worden gestapeld en tegen harde dollars volop rum en sigaren te krijgen zijn. Wat er over is van de maaltijd wordt zorgvuldig vernietigd, om het bedienend personeel niet aan al te veel luxe te laten wennen. Ook huurauto's en benzine zijn voor de toeristen nog beschikbaar, zolang er met buitenlands geld wordt betaald.

De toeristische infrastructuur is tot in het kleinste detail in handen van twee overheidsorganisaties, die een vrijbrief hebben gekregen om zich aan de regels van alle andere ambtelijke instanties te onttrekken. Cubatur en Cubanacan verzorgen de reclame in het buitenland, het vervoer van toeristen, de selectie van personeel, de bewaking van de stranden, de excursies, de shows in de nachtclubs en de speciale toeristentaxi's. Een deel van de hotels in badplaatsen zoals Varadero is door Cubatur samen met ondernemers uit Zuid-Europa en Scandinavië opgezet, sinds Fidel Castro buitenlandse deelname in staatsondernemingen tot vijftig procent heeft toegestaan. Dat Cubatur en Cubanacan een staat in de staat vormen, blijkt alleen al uit de manier waarop leidinggevende functionarissen van beide organisaties zich ook onder de huidige omstandigheden plegen te verplaatsen: per helikopter.

Traditioneel vormt Cuba door de nabijheid en door de relatief lage prijzen een geliefde bestemming voor oudere Canadezen, die er hun eigen barre winter ontvluchten. Sinds kort neemt de belangstelling uit Europa echter stormachtig toe. Spanjaarden, Fransen en Italianen lopen daarbij voorop. Over hun aantal en de inkomsten waarvoor zij zorgen maakt de overheid geen cijfers bekend. Een indicatie vormen echter de bedragen die een trotse afgevaardigde uit de provincie Cienfuegos bekendmaakte aan de vooravond van het laatste partijcongres. Tot oktober zou in deze provincie driehonderd miljoen dollar aan het toerisme zijn verdiend en voor het eind van het jaar zouden deze inkomsten tot een half miljard oplopen.

Vanuit Nederland vliegt Martinair sinds vorige maand een keer per week naar de stad Holguin, op het zuidoostelijke deel van het eiland. Volgens woordvoerder Udo Buys is daarmee “een langgekoesterde wens in vervulling gegaan”. De belangstelling van het Nederlandse publiek is "enorm', de bezettingsgraad voor vluchten naar Cuba in de komende weken “vrijwel honderd procent”. Het brandstofprobleem omzeilt de chartermaatschappij door een tussenlanding in de Dominicaanse Republiek.

In de Cuba-folder van Martinair wordt de bevolking van Cuba met twee miljoen enigszins laag geschat (in werkelijkheid bijna tien miljoen). Aangeprezen attracties als “het paleis van Fidel Castro” (bestaat niet), het carnaval “dat nergens zo enthousiast gevierd wordt als hier” (dit jaar wegens schaarste afgelast) en de “uitzonderlijk goed georganiseerde” bus- en treinverbindingen (zie boven) zal men vergeefs zoeken. En dat het betaalmiddel de peso is, geldt niet voor toeristen; zij worden geacht in dollars te betalen, ook als de prijzen in peso's staan vermeld. De officiële koers is 1:1, de zwarte markt biedt minstens 1:20, maar Cubaans geld raakt een buitenlander met geen mogelijkheid kwijt.

Buys verzekert echter, dat toeristen van de economische problemen op het eiland niets hoeven te merken. “De organisatie is perfect en er is aan niets gebrek. In Nederland heb ik al jaren geen Rioja uit '64 meer gedronken, op Cuba staat hij voor je klaar.” De woordvoerder omschrijft de belangstellenden voor een vakantie in Cuba als “een jong publiek, dat alles al gezien heeft” en niet in de laatste plaats wordt aangetrokken door de bijzonder lage prijzen. Vanaf 1.250 gulden is een geheel verzorgd verblijf van een week te koop, terwijl een vergelijkbare bestemming als de Nederlandse Antillen al gauw twee à drie keer zo duur is. Slechts een klein deel van de bezoekers koestert nostalgisch-revolutionaire gevoelens voor het eiland, de meeste gasten komen gewoon voor de warme zee en het prachtige strand. “Het bounty-gevoel”, aldus Buys.

Cubaanse mensenrechtenorganisaties hebben in Spanje advertenties geplaatst met een oproep om het eiland als vakantiebestemming te boycotten. Door de inkomsten uit het toerisme wordt het regime van Fidel Castro naar hun mening langer dan noodzakelijk in stand gehouden en voor de bevolking is het schrijnend om te zien hoe buitenlanders zich komen amuseren, terwijl het de Cubanen aan bijna alles ontbreekt. De vertegenwoordiger van Martinair meent echter dat negatieve berichtgeving over Cuba slechts een beperkt effect heeft. “In oktober, rond het partijcongres, hebben we even wat terughoudendheid bespeurd. Maar politiek speelt bij de keuze van een vakantiebestemming geen rol. Dat houdt de mensen niet tegen.”