Was Parsifal een nazi?

De Israeliers zijn werkelijk niet goed bij hun hoofd.

Nee, ik doel niet op hun bejegening van de Palestijnen, maar op hun bejegening van Richard Wagner.

Het Israelisch Philharmonisch Orkest heeft weer eens een poging gedaan een stukje Tristan te spelen. Het leidde tot oorverdovend antifascistisch gefluit. Net als in 1981, andermaal bij een fragment uit Wagners beste, meest vooruitstrevende opera. En net als in 1861. Toen betrof het echter Tannhauser, uitgefloten omdat Wagner weigerde het, in Parijs gebruikelijke, ballet in te voegen, omdat hij geen boodschap had aan het boezem- en benenspel der balletteuses. Wagner moge een egocentricus, een gigantomaan, een antisemiet en een politiek warhoofd zijn geweest, hij was tevens een gewetensvol kunstenaar, die heel zijn leven geen enkel artistiek compromis heeft willen sluiten.

Israel is het enige land ter wereld dat hem een visum weigert. Wat denken de Israeliers daar eigenlijk mee te bereiken? Het enige slachtoffer van deze maatregel is Israel zelf, niet de componist, die al honderdvijftien jaar dood en begraven in zijn achtertuin ligt.

Waarom willen de Israeliers het beter weten dan bijvoorbeeld Arturo Toscanini? Die zette in 1938 een fragment uit de Meistersinger op het repertoire van de voorganger van de Israelische Philharmonie, nota bene om de onverenigbaarheid van kunst en politiek te demonstreren.

Waarom willen de Israeliers het beter weten dan bijvoorbeeld Bruno Walter? Die begon in 1935 aan een integrale registratie van Die Walkure, met Wagnerspecialisten als Lotte Lehmann, Lauritz Melchior en Emanuel List in de voornaamste rollen en de Wiener Philharmoniker in de orkestbak. De opname is tot de eerste acte beperkt gebleven, omdat de cast exclusief bestond uit kunstenaars die de kritische toetsing van de rassenwetten van Neurenberg niet konden doorstaan en even later, toen de nazi's zich ook over de Oostmark ontfermden, allemaal naar de Verenigde Staten zijn gevlucht. De componist huldigde de avontuurlijke mening dat zingende joden het niet verder brengen dan enig "zin- en geestverwarrend gegorgel, gejodel en gekakel'. Dit fragment uit Die Walkure geldt niettemin als exemplarisch in de Wagnerdiscografie.

Waarom willen de Israeliers het beter weten dan de schrijvers Thomas Mann en Kurt Tucholsky? Of Friedelind Wagner, de kleindochter van de componist en de enige van de familie die deugde?

Thomas Mann wees in 1933 op het feit dat Wagner, wonend en werkend in Hitler-Duitsland, ongetwijfeld als een "cultuurbolsjewiek' zou worden beschouwd. Hij was immers een vernieuwer zonder weerga, een cultuur-utopist, een radicale socialist, "een man van het volk, die zijn hele leven hartstochtelijk tegen macht, geld, geweld en oorlog heeft gestreden.

Kurt Tucholsky schreef in 1932: “Enkele analfabete nazi's, die enkel en alleen onder Hitlers schriftgeleerden zijn opgenomen, omdat zij ooit een politieke tegenstander met het telefoonboek op de kop timmerden, hebben thans Wagner als een der hunnen ingelijfd. Ach, wie annexeert hem niet? Zeg mij wat u nodig hebt en ik zal u een citaat van Richard Wagner leveren.”

Friedelind Wagner schreef in 1945: “Het grieft mij altijd in hoge mate, als ik de vaak verkondigde, absoluut onware mening hoor, dat mijn grootvader in de geest een nazi zou zijn geweest en dat de nazi-leer als het ware in zijn muziek zou zijn uitgekristalliseerd. Wagner had niets van dit soort ideeen willen weten. Zijn hele leven, zijn geschriften en zijn muziek zijn hiermee in regelrechte tegenspraak.”

Zeker, Wagner is de auteur van een huiveringwekkende brochure over "het jodendom in de muziek'. Ik vermoed dat de nazi's ook wel zonder deze tekst antisemiet zouden zijn geworden. Trouwens, als Wagner door de nazi's als hun leidende theoreticus werd gezien, waarom hebben zij zich dan wel aan zijn antisemitisme, maar niet aan bijvoorbeeld zijn vegetarisme gespiegeld?

Nee, Wagner dacht niet vriendelijk over zijn joodse medeburgers. Net als de filosoof Johann Gottlieb Fichte, die hen liefst allemaal de keel wilde doorsnijden. En de staatsman Napoleon, sprekend over “rupsen en sprinkhanen, die heel Frankrijk verwoesten.” De filosoof Voltaire noemde hen barbaren. De theoloog Maarten Luther beschouwde hen als bloedhonden. De filosoof Giordano Bruno veroordeelde hen als “een pestilent, melaats en asociaal geslacht, dat verdient nog voor de geboorte te worden uitgeroeid”. Haast iedereen schold op de joden, in die tijd, de joden-zelf niet uitgezonderd. Zie Karl Marx: “Wat is de wereldlijke cultus van de joden? De sjacher. Wat is hun wereldlijke God? Het geld.” Het zijn verre van vrolijk klinkende opvattingen, die wij tandenknarsend moeten accepteren, omdat je immers moeilijk vier, vijf eeuwen cultuurgeschiedenis bij het asvat kunt zetten.

Wagner was trouwens niet alleen tegen de joden, maar ook tegen de jezueten. En tegen de Fransen. En tegen de Duitsers. “De Duitsers zijn slecht”, zei hij, “Ik word onwel als ik zo'n kerel met een helm op z'n kop zie. De Duitsers begrijpen niets, zij zijn ongevoelig.” Niettemin denkt men er niet aan om voor straf zijn Lohengrin of Parsifal de toegang te verbieden tot de schouwburgen van Kassel en Wuppertal, want daar is men heel wat verstandiger dan in Haifa en Tel Aviv.

Waarom willen de Israeliers het beter weten dan bijvoorbeeld Theodor Herzl, nota bene de architect van de natie? Terwijl hij in Parijs aan zijn brochure over de toekomstige "jodenstaat' werkte, masseerde hij zich 's avonds de zenuwen met Wagner. Het heeft Herzl, zei hij later, geestelijk op de been gehouden. “Enkel en alleen op de avonden waarop in de Opera geen Wagner werd gespeeld, werd ik beslopen door twijfel over de juistheid van mijn ideeen.” Wagner kan dus de facto worden beschouwd als een der grondleggers van hetzelfde Israel, waarin zijn werken tot op heden op de index staan. Wat een kortzichtigheid! De gemeenten Haifa of Tel Aviv zouden die man eigenlijk tot ereburger moeten benoemen.