Vissen naar de maan; Het museum van Storm P., schilder en humorist

In Kopenhagen staat een museum dat is gewijd aan Storm P., schilder en humorist. Zijn schilderijen zijn ernstig en hebben lustmoordenaars en syfilislijders als onderwerp. “Het is onvoorstelbaar dat aan dit werk een heel museum is gewijd, zo provinciaals is het.” Pas op de tweede verdieping hangt het werk van de humorist. “Hij is dol op machines die de eenvoudigste handelingen moeten vergemakkelijken.”

Het mooiste park van Kopenhagen zal ik me niet herinneren door de reusachtige bomen, de ranke bruggetjes en zelfs niet door het koninklijk slot dat allang niet meer door een monarch wordt bewoond. Links bij de ingang staat een half hoog huis met vele sponningen dat te groot is voor een portierswoning, maar dat het Frederiksbergpark toch lijkt aan te kondigen. De directeur van de dierentuin zou er kunnen wonen; de Zoologisk Have moet drie, vierhonderd meter verderop aan de linkerkant zijn.

Dat huis heeft me hierheen gelokt. De naam, het adres en zijn bestemming staan in een reisgids: Storm P. Museet, Frederiksberg Runddel, Deense schilder en humorist (1882-1949). Zo'n korte zin staat bol van de gegevens, maar het kan niet anders of het veelzijdige talent aan wie dit museum is gewijd moet onder de naam Storm P. hebben gewerkt.

Zou Storm een Deense voornaam zijn? Het is ook mogelijk dat de man een dubbele achternaam had en dat hij de laatste tot een initiaal beperkte. Het lijkt een komische toespeling op een verdachte die, omdat zijn schuld nog niet vaststaat, in een rechtbankverslag voorlopig nog half en half onzichtbaar wordt gemaakt.

In het museum wordt over de naam niet geheimzinnig gedaan. De schilder en humorist heette voluit Robert Storm Petersen. Op de eerste foto die ik van hem zie moet hij net in de twintig zijn. Hij draagt een colbert van tweed met dunne strepen. Op zijn vest bungelt een horlogeketting en tussen de korte revers steken de twee punten van de losse boord omhoog. Zijn manchetten zijn minstens twee vingers breed en zelfs aan een pink draagt hij een ring.

Als ik z'n ogen, onder het donkere sluike haar en het hoge voorhoofd, stuk voor stuk met een vingertop bedek, zie ik de twee uitdrukkingen die samen zijn blik vormen. Deze aandacht en deze melancholie gaan eerder op in de terughoudende klank van bedeesd dan in de ontwijkende klank van verlegen.

De grote ernst van zijn gezicht doet niet meteen aan een humorist denken, al kent dat woord nog zoveel geledingen. De schilderijen en aquarellen in de eerste zaal zijn somber en zwaar, wat door titels als De absintdrinker en Het sterfhuis wordt aangegeven.

Lustmoordenaar

In het begin van deze eeuw werkte Storm Petersen in Parijs en het is goed te zien welke invloeden hij daar onderging. De geteisterde drinkers en krankzinnigen van Picasso schemeren door de helden van de Deense kunstenaar heen. Ook naar de angstschreeuw van Edward Munch heeft hij goed geluisterd.

Een lustmoordenaar, een lijder aan syfilis, een griezel met een bebloede mond, het kan niet op. Voor de felste kleurtegenstellingen schrikt Storm Petersen niet terug. Hij moet met zijn neus op de eerste explosies van de fauves hebben gezeten. Een groen voorhoofd, blauwe lippen, rode armen, de hele menselijke anatomie is gedompeld in het geweld van de kleur.

Het is onvoorstelbaar dat aan dit werk een heel museum is gewijd, zo provinciaals zijn de schilderijen. Omdat zijn techniek tekort schiet kan hij zijn bedoelingen niet verhullen. Elk drama dat hij wil uitbeelden wordt sentimenteel. De voorstelling doet dapper zijn best om binnen de kunstgeschiedenis te vallen, maar reikt niet verder dan het grootste zelfmedelijden.

Ik ga een brede houten trap op. Op de eerste verdieping bevindt zich de werkkamer van Storm Petersen, die in geen enkel opzicht aan het klassieke schildersatelier doet denken. Een schrijver zou hier kunnen werken. Langs twee wanden staan boekenkasten tot het plafond. De stoel voor het bureau staat een beetje scheef, alsof de kunstenaar even zijn kamer is uitgelopen. En op het bureau liggen een paar pennen en bladen papier.

Dan zie ik de grootste ommezwaai die ik een schilder ooit heb zien maken. Vlakbij dit vertrek hangt werk waarin de echo van Munch of Picasso is verstomd. Het zijn pentekeningen die in al lang ter ziele gegane bladen als Smith's Weekly, Das kleine Witzblatt of Ric et Rac thuishoren. Dit is het werk van de humorist die mij in de reisgids werd beloofd.

Acteur

Ik lees nu pas dat Storm P. ook heeft gepoogd komisch acteur te worden. Daarvoor reisde hij zelfs naar Amerika. De tekeningen lijken op derderangs scènes die in variété-theaters werden gespeeld.

Hij is dol op machines die de eenvoudigste handelingen moeten vergemakkelijken. Een man zit aan een tafel en kijkt vergenoegd naar een apparaat met twee deegrollers dat meelballen tot pannekoeken verplet. Een andere heer leest de krant maar is omgeven door een nog ingewikkelder constructie die de zelfmoord vereenvoudigt: een trap tegen een stijgbeugel en het pistool zal afgaan.

Storm P. - deze geestige naam krijgt nu zijn volle kracht - is een schilder die geen stijlmiddel onbeproefd heeft gelaten. Toen hij het grootste verdriet grondig had verbeeld koos hij voor de klucht die aan duidelijkheid ook niets te wensen over laat.

Kenmerkend voor zijn humoristische periode is het olieverfschilderij Van de wieg tot het graf. Een clownesk heerschap met pandjesjas, hoge hoed en parasol danst op een koord dat tussen twee trappen is gespannen. Op de grond staan met zorg gekozen requisieten die geboorte en dood moeten symboliseren. Hij heeft het midden van het koord bereikt en kijkt opgewekt, alsof de reis hem voorlopig nog wel meevalt.

Op een paar schilderijen heeft hij het melodrama en de klucht toch nog met elkaar weten te verzoenen. Een oude man probeert met zijn stok de weerspiegeling van de maan uit het water te vissen. Een heer speelt op een vleugel in de woestijn. Drie reusachtige vlinders verschrikken een paartje in een weiland.

Maar het bezopen contrast tussen de al te voor de hand liggende cartoon en de smartlap blijft in de meeste zalen de hoofdzaak. Daaraan heeft Storm P. zijn roem te danken. Dit is een parodie op het eenmansmuseum, op al die gebouwen waarin zo keurig en braaf een kunstenaar heilig wordt verklaard.