Tenonder met de Titanic; Historische roman over de kwatrijnen van Omar Khayam

Amin Maalouf: Samarkand. Een speurtocht naar het manuscript van de Rubaijjat. Vert. Ed van Eeden. Uitg. Kwadraat, 386 blz. Prijs ƒ 45,-

Maalouf (1949) is een christelijke Libanees met Arabisch als moedertaal, die in Frankrijk woont en in het Frans schrijft. Hij heeft een formidabele carrière als journalist achter zich, en hij heeft succesvolle boeken geschreven, waaronder Rovers, christenhonden, vrouwenschenners, een kroniek over de kruistochten uit Arabisch gezichtspunt.

Maaloufs grote kracht ligt in zijn directe toegang tot Arabische bronnen. Hij is echter geen historicus en zijn boeken zijn gelukkig veel meer fictie dan geschiedenis. Samarkand is een historische roman in vier delen, die speelt in Perzië en Centraal-Azië. Romantische rode draad is het "originele' manuscript van de kwatrijnen van de elfde-eeuwse dichter Omar Khayam. Hem zien wij eerst in actie, als dichter, maar ook als geleerde en levensgenieter. Het tweede deel gaat over de terroristische sekte der Assassijnen, die vanuit hun onneembare bergvesting de staat lang hebben bedreigd en in wier bibliotheek Omars handschrift terecht was gekomen. De bibliotheek gaat in vlammen op, het handschrift wordt uiteraard gered. In de latere delen is de negentiende-eeuwse Amerikaan Benjamin O(mar) Lesage op zoek naar de oorsprong van zijn tweede voornaam, en vooral naar het origineel van de kwatrijnen. Hij belandt in het Ottomaanse rijk, waar hij de hervormer Djamaledin (= Afghani) ontmoet, en vervolgens in het roerige Perzië van rond de eeuwwisseling. Het handschrift vindt hij inderdaad, maar dat gaat in 1912 met de Titanic ten onder.

Opwindend

Ik vind Samarkand geen grote literatuur, maar wens het toch ruime verspreiding toe. Het is met vaart geschreven en goed geconstrueerd, het bevat opwindend materiaal dat anders ontoegankelijk was gebleven, de achtergrond en de sfeer zijn goed getroffen; kortom, het is divertissement dat er mag wezen. Op comfortabele en verantwoorde wijze corrigeert het bovendien het beeld van de islamitische wereld, en zo'n nieuw beeld is hard nodig bij de komende discussie over de immigratie. Natuurlijk figureren er in Samarkand een ideologisch monster uit Qom (wie zou niet aan Khomeini denken?), terroristen, autocratische heersers en fanatieke volksmenigten die voor ieder bloedbad te porren zijn. Dat had iedereen al van die landstreken gedacht, dat bestaat ook en daar is Maalouf niet zachtzinnig over. Maar daarnaast toont het boek de grootsheid, de liberaliteit ook van de islamitische beschaving in haar bloeitijd; en in de nieuwere tijd de honger naar vrijheid en kennis en de pogingen om het autocratische juk af te werpen. In dit boek worden die pogingen vooral door Britten of Russen getorpedeerd - en tegenwoordig door de Amerikanen en door ons, mag de lezer erbij denken.

Moslims wordt met dit boek een hart onder de riem gestoken, maar zij krijgen ook een boodschap mee: hun beschaving is wel degelijk bewonderenswaardig, maar helaas, zij wordt verpest doordat telkens ruimte gelaten wordt voor autoritaire regimes en vrome scherpslijpers. “Welke heerschappij is erger dan die van de militante deugd?” Intellectuelen zijn hier niet onschuldig aan. Het is immers de integere Omar Khayam die de terroristenleider aan een baan helpt en later verscheidene malen diens arrestatie verhindert. Khayam weigert ook telkens een politieke functie te aanvaarden; hij is bang voor vuile handen.

Sluier

Een enkele keer trapt Maalouf nog in de valkuil van "de Oriënt' - een mythe die zo snel mogelijk uitgeroeid moet worden. Een oriëntaals effect wordt bereikt als de handeling even wordt stilgezet voor de beschrijving van een lieflijke plaats, van kostbare juwelen, schitterende stoffen of een dame die bevallig haar sluier manipuleert. Een tweede manier waarop de oude mythe wordt bestendigd is de arabiserende vertaling. Maalouf schrijft soms, in wellicht onbewuste navolging van de Duizend-en-een-Nacht-stijl, zulke wartaal als "kadi der kadi's', in plaats van "hoogste rechter' of "opperrechter'. Dit wanvertalen komt nog heel vaak voor; een beroemd misbaksel is "de moeder der veldslagen' (moet zijn: "de beslissende slag'). Door rare vertalingen wordt een vervreemding geschapen die Europa zich niet meer kan veroorloven.

Erger is dat aan het overwegend positieve effect van Samarkand afbreuk wordt gedaan door het onbegrip van de Nederlandse vertaler. Deze vertaalt "Moordenaars' en "Seldjoekieten' in plaats van "Assassijnen' en "Seldjoeken'. Omars vader heet bij hem Abraham, alsof de man joods was - moslims heten Ibrahim, en zo staat het ook in het origineel. Victime immolée, naar aanleiding van een religieus geïnspireerd volksgericht, mag niet vertaald worden met "aan de goden gewijd slachtoffer'. De islam kent maar één god; andere goden komen zelfs als gedachtenspel niet voor. La rite chaféite is niet "de chafeïtische godsdienst', maar "de Sjafi'itische (wets)school'. Dat staat in de encyclopedie onder de s, maar Van Eeden heeft het niet opgezocht en zijn lezers zullen het ook niet vinden, omdat hij de si-klank hier op zijn Frans spelt. Bij een boek als dit behoren vertaler en uitgever een deskundige te raadplegen, anders krijgen moslims weer het gevoel dat ze niet serieus worden genomen. En dat doet Maalouf juist wèl.