Schisma over verbindend verklaren van CAO's; Kabinet en Kroonleden eens over afschaffing automatisme

UTRECHT, 20 DEC. Er tekent zich een heus schisma af in de discussie over het algemeen verbindend verklaren (AVV) van collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's). Het groeiend aantal critici van de AVV-praktijk bestaat vrijwel uitsluitend uit (macro-)economen, de verdediging is nagenoeg volledig in handen van (arbeids)juristen.

De controverse is actueel. Het kabinet liet onlangs bij monde van minister De Vries (sociale zaken) doorschemeren open te staan voor een andere aanpak. Met belangstelling ziet het kabinet uit naar het advies dat de Sociaal-Economische Raad hierover voorbereidt. Werkgevers en werknemers in de Ser zijn het bij wijze van uitzondering in grote lijnen eens: handhaving van de bestaande praktijk. Maar de meeste kroonleden in de Ser willen echter dat het kabinet een eind maakt aan “het automatisme” waarmee afspraken die de georganiseerde werkgevers en werknemers in een bepaalde branche maken over arbeidsvoorwaarden worden opgelegd aan alle bedrijven die in de betreffende sector werkzaam zijn (het zogenoemde AVV-en). De kroonleden doen momenteel een uiterste poging een verdeeld, en daardoor krachteloos, Ser-advies te voorkomen.

Directeur drs. G. Zalm van het Centraal Planbureau waagde zich deze week - “met het risico amateur-psychologie te bedrijven” - aan een verklaring voor de tweedeling tussen economen en juristen. “Ik denk dat de meeste arbeidsjuristen positieve associaties hebben bij uitdrukkingen als bescherming, zekerheid, rust, pacificatie en ordening. Dat zijn uitdrukkingen waar een econoom niet echt warme gevoelens bij krijgt. Zijn hart klopt sneller bij uitdrukkingen als concurrentie, prikkels, dynamiek en flexibiliteit. Begrippen als rust, bescherming en zekerheid liggen voor een econoom zeer dicht bij verstarring en stagnatie.”

De planbureau-directeur leverde anderhalf jaar geleden principiële kritiek op “het blind AVV-en” door de overheid van CAO-afspraken. Hij trad daarmee in het voetspoor van de econoom prof.dr. E.J. Bomhoff, die de gegroeide AVV-praktijk al eerder funest voor de werkgelegenheid noemde. Ondanks heftig verzet van de georganiseerde werkgevers en werknemers - de sociale partners - boeken ze terreinwinst op hun kruistocht.

Op een bijeenkomst in Utrecht van de Nederlandse Vereninging voor het onderzoek van Arbeidsverhoudingen (NVA) trad Zalm deze week in het strijdperk tegen mr.T. van Peijpe, hoofddocent sociaal recht aan de Rijksuniversiteit Limburg. In den beginne (1937), zo betoogde de CPB-directeur, was het AVV een nuttig instrument voor het realiseren van economische en sociale doelstellingen. De loonconcurrentie binnen een bedrijfstak werd erdoor aan banden gelegd, hetgeen een neerwaartse prijs- en loonspiraal tegenging. En werknemers werden erdoor beschermd tegen loononderbieding, wat in een tijd zonder minimumloonwetgeving en zeer bescheiden voorzieningen van sociaal belang was.

Tegenwoordig gelden die economische en sociale motieven niet meer, aldus Zalm. De jaren tachtig hebben ondubbelzinnig aangetoond dat de arbeidskosten voor de werkgelegenheidsontwikkeling van cruciale betekenis zijn. En met de sociale bescherming zit het door regelgeving over minimumloon, sociale zekerheid, sociale voorzieningen, ontslag en arbeidsomstandigheden wel goed. Wie onder deze gewijzigde omstandigheden CAO-afspraken dwingend blijft opleggen aan de hele branche (dus ook aan de ongeorganiseerde werkgevers), belemmert het scheppen van nieuwe banen en het terugdringen van het aantal mensen dat van een uitkering afhankelijk is, meent Zalm.

Hij gaf drie voorbeelden waarin het "AVV-en' averechts uitwerkt. Zijn CAO-partijen het eens zijn over aanvullingen op ziekengeld en WAO-uitkeringen dan worden die opgelegd aan alle bedrijven in de branche. Hetzelfde gebeurt als ze afspreken om de laagste salarissen bijvoorbeeld op 20 procent boven het minimumloon te zetten. Het AVV-mechanisme verbiedt vervolgens iedere werkgever mensen in dienst te nemen tegen het wettelijk minimumloon, waardoor de kans op werk voor laaggeschoolden kleiner wordt. Tenslotte kan het in de huidige AVV-praktijk voorkomen dat het kabinet de ene dag zegt dat een in een CAO overeengekomen loonsverhoging “onverantwoord” is om die verhoging de andere dag dwingend op te leggen aan werkgevers die met de CAO-afspraak niets te maken (willen) hebben.

De jurist Van Peijpe beklemtoonde daarentegen dat het "AVV-en' de arbeidsrust bevordert, dat de constructieve samenspraak van sociale partners over arbeidsvoorwaarden een groot goed is, dat afschaffen van het AVV leidt tot verregaande overheidsbemoeienis met de loonvorming en zal uitdraaien op geleide loonpolitiek, en dat maar 15 procent van de werkgelegenheid onder bedrijfstak-CAO's via het "AVV-en' wordt gebonden. (De rest werkt bij georganiseerde werkgevers en valt er dus sowieso onder, of valt onder aparte bedrijfs-CAO's.)

Maar de CPB-directeur kegelde deze argumenten één voor één omver. Arbeidsrust? Zalm: “Rust op een arbeidsmarkt waar circa twee miljoen mensen personen in de actieve leeftijd afhankelijk zijn van een uitkering, lijkt mij niet een topprioriteit”. Consensus? “Goede zaak, maar mag niet ten koste gaan van het nationale belang van een grotere arbeidsparticipatie.” Loonpolitiek? “Het huidige AVV-beleid is evenzeer loonpolitiek, zij het dat de inhoud van die politiek thans volledig door werkgevers- en werknemersorganisaties wordt bepaald en de overheid een blinde uitvoerder is.” Ten slotte sprak het argument van de beperkte kwantitatieve betekenis van het "AVV-en' Zalm evenmin aan. “Als ik u zou meedelen dat 85 procent van de rijwielhandelaren een afspraak heeft gemaakt over de verkoopprijs van fietsen en dat het dus niet bezwaarlijk is dat de overheid de andere 15 procent ook verplicht om die prijsafspraak te volgens zult u mij ongelovig aanstaren. Juist de wetenschap dat 15 procent van de fietsenhandelaren vrij is, zal de 85 procent georganiseerden ervan weerhouden het te bont te maken in hun prijszetting.”

De arme jurist Van Peijpe zat er wat confuus bij. Tegen de retoriek van de macro-econoom Zalm was hij, alhans op deze NVA-bijeenkomst, niet opgewassen. Wellicht is het een troost voor Van Peijpe dat Zalm niet aankoerst op volledige afschaffing van het AVV, maar op selectieve toepassing, bijvoorbeeld alleen bij CAO-afspraken over "goede doelen' (scholing, werving en inschakeling van minderheden, gedeeltelijk arbeidsongeschikten).