Rode Leger probeert de eenheid te bewaren

De naweeën van de mislukte augustus-coup en de naderende opheffing van de Sovjet-Unie hebben de chaos in het Rode Leger vergroot en de paraatheid op een ongekend dieptepunt gebracht. De militaire orde binnen het nieuwe Gemenebest staat onder druk door de eigenzinnige opstelling van een republiek als de Oekraïne. Desondanks is het de vraag of de centrifugale krachten het Rode Leger te sterk zullen worden.

Op 1 januari 1992 zullen een kleine vier miljoen Sovjetwerknemers formeel werkloos zijn. Met de opheffing van de Sovjet-Unie heeft het Rode Leger geen reden van bestaan meer. Over de gevolgen daarvan is de afgelopen weken veel gespeculeerd. Betekent dit inderdaad de massale dump van oorlogsmaterieel? Zullen de Gemenebest-republieken Rusland, Wit-Rusland en de Oekraïne - en de republieken die zich daar alsnog bij aansluiten - een gemeenschappelijke strijdmacht in stand te houden? Wordt de boedel van het Rode Leger verdeeld over de republieken, bijvoorbeeld om de her en der opschietende "nationale gardes' te bewapenen?

Westerse inlichtingendiensten achten het waarschijnlijk dat al deze vragen tot op zekere hoogte met "ja' beantwoord moeten worden. Of dat in wanorde zal ontaarden is vooralsnog de vraag. Tegen chaos zou bijvoorbeeld pleiten de betrekkelijk geruisloze benoeming van Sovjet-minister van defensie Sjaposjnikov - de opperbevelhebber van het Rode Leger - tot hoofd van de defensie-poot van het Gemenebest; de "gemeenschappelijke militair-strategische ruimte' onder "eenhoofdig bevel' waarvan in de oprichtingsakte sprake is. “Dezelfde krachten die zich eerst hebben ingezet voor het behoud van de Sovjet-Unie, zullen zich nu daarom inzetten voor het behoud van het Rode Leger als eenheid”, zegt een diplomatieke bron, die verwacht dat de cohesie sterker zal blijken te zijn dan de centrifugale krachten.

Sjaposjnikov heeft zich laten kennen als een pragmaticus. Hij is voorstander van een hervorming van de Sovjet-strijdmacht, onder meer door afslanking, verkorting van de dienstplicht, en ingrijpende personele wijzigingen. Zo heeft hij kort na de augustus-coup beloofd tachtig procent van het officierskorps te vervangen. Conventionele en nucleaire reducties acht hij noodzakelijk, al was het alleen om de efficiency van het leger te vergroten. Ook is hij een verklaard voorstander van een militair systeem dat op twee zuilen is gefundeerd: een zuil voor "territoriale verdediging' (nationale gardes, of zelfstandige legers van republieken) en een zuil voor "gemeenschappelijke militaire belangen'.

Als op één gebied sprake zal zijn van dump, is het wel de Sovjet kernmacht van zo'n 30.000 strategische en slagveldkernwapens. Voor zover Moskou het zelf nog niet wist heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker op zijn rondreis duidelijk weten te maken dat "centraal beheer' van de kernwapens - bij voorkeur op Russisch grondgebied - noodzakelijk is om te voorkomen dat kernkoppen “in verkeerde handen vallen” en hij heeft daarvoor een Amerikaanse bijdrage toegezegd. Dat geld - tot nu toe zo'n 400 miljoen dollar - wordt vooral gebruikt om het surplus aan vooral tactische kernwapens te deactiveren en de resterende splijtstof op te slaan. Vooral aan technologie op dit gebied en opslagruimte is in de Sovjet-Unie een groot gebrek.

Wat als surplus moet worden beschouwd, staat echter nog niet vast. En dat de Sovjet-Unie binnen afzienbare tijd geen kernmacht meer zou zijn wordt, zeker zolang China het blijft, algemeen een illusie genoemd.

Die concentratie van kernwapens op Russisch grondgebied lijkt in elk geval succesvol te gaan verlopen. Zo hebben de Oekraïne en Wit-Rusland gisteren officieel bevestigd kernwapenvrij te willen worden, zoals ze al eerder in het "akkoord van Brest' verklaarden. Maar over de rol van de Oekraïne bestaat in dit opzicht onzekerheid. Samen met Kazachstan heeft deze republiek de intercontinentale raketten die in silo's op haar grondgebied staan opgesteld ontdekt als politieke wisselmunt. President Kravtsjoek van de Oekraïne heeft duidelijk gemaakt zijn 172 ICBM's alleen tegen vergaande politieke en economische concessies van partner Rusland te willen inleveren.

De republieken van het Gemenebest hebben eveneens verzekerd het in november 1990 door de Sovjet-Unie gesloten CFE-akkoord te zullen naleven. Dat verdrag bepaalt maximale hoeveelheden van sommige conventionele wapens (tanks, artillerie, aanvalshelikopters en gevechtsvliegtuigen).

In de praktijk kan dat echter moeilijk worden en mogelijk zelfs gevaarlijk, zo menen westerse diplomaten. Zo bepaalt CFE de "plafonds' van aantallen wapens in vier "militaire zones' ten westen van de Oeral, maar de grenzen van die zones vallen niet samen met die van de nieuwe soevereine republieken. Wit-Rusland en de Baltische Staten zijn bijvoorbeeld opgenomen in dezelfde "CFE-zone', en de Oekraïne maakt samen met Armenië en Azerbajdzjan deel uit van een andere zone. Bij de verdeling van wapens over de republieken die hun onafhankelijke status willen benadrukken met een krachtig, zelfstandig leger, zoals de Oekraïne, Rusland en wellicht Kazachstan, wordt op zijn minst “enige spanning” verwacht, maar mogelijk zelfs een “wapenwedloop tussen republieken onderling”.

Daarbij kan ook een rol spelen dat de Sovjet-Unie duizenden tanks buiten de "CFE-boedel' heeft gehouden door ze te verplaatsen naar de andere zijde van het Oeral-gebergte. Verwacht wordt dat de Russische Federatie, grootste en machtigste van de republieken, uiteindelijk hun nieuwe eigenaar wordt, maar het is de vraag of andere republieken voetstoots met dit fait accompli zullen instemmen.

Een andere factor die van invloed is op de toekomstige militaire structuur is de centraal geleide Sovjet-economie, die heeft geleid tot een "industriële taakverdeling'. Zo staat de enige fabriek voor sigarettenfilters in Litouwen. De belangrijkste fabrieken van vliegtuigen, artillerie, elektronica en tanks staan in Rusland - tachtig procent van het militair-industrieel complex. Rusland zou bijvoorbeeld de Oekraïne tot politieke concessies kunnen dwingen door die republiek te chanteren met de weigering materieel en reserve-onderdelen te leveren. Rusland heeft daarentegen weer weinig scheepswerven; die bevinden zich in de Oekraïne (aan de Zwarte Zee) en in de Baltische staten.

Een aanzienlijk deel van de Sovjet-militairen wordt vanouds gelegerd op grote afstand van zijn geboortestreek. Bij het onderdrukken van binnenlandse woelingen zou dat wegens gebrek aan affiniteit van "regeringstroepen' met plaatselijke opstandigen tot minder scrupules leiden, zo was de gedachte daarbij.

Die multi-etnische organisatie zal in elk geval belangrijk veranderen. De grootte van het "Rode Leger-nieuwe-stijl' is nog onduidelijk. Officieren van de generale staf in Moskou hebben gezegd te streven naar een inkrimping met ten minste een miljoen soldaten. Wanneer alle republieken nu een strijdmacht oprichten - hetzij nationale gardes naar "Kroatisch model', hetzij volwaardige legers - zullen zij daartoe uit eigen gelederen recruteren. In alle gevallen betekent dat een interne volksverhuizing op ongekende schaal.

Hoe ingrijpend die kan zijn toont de - relatief kleine - groep van 250.000 Sovjet-militairen die nog steeds is gelegerd in het oosten van Duitsland en die volgens afspraak per 1994 moet zijn teruggekeerd. Sovjet-generaals hebben laten doorschemeren dat hun repatriëring logistiek onmogelijk is, maar ook dat het ongewenst is de verschillende "thuisrepublieken' te belasten met de komst van 250.000 berooide militairen voor wie werk noch huisvesting beschikbaar is. Gedesillusioneerde Afghanistan-veteranen hebben de nodige maatschappelijke onrust teweeggebracht.

Er is ook een filosofische dimensie. Het grondgebied van de Sovjet-Unie is onderverdeeld in zes zogeheten TVD's ("strategische directoraten' of militaire districten): Noord, West, Zuid, Zuidwest, Verre Oosten en Centrale Reserve. Die indeling is gebaseerd op een verdedigingsconcept van de Unie als geheel, waarin bijvoorbeeld aan de randen grote troepenmachten staan, met "strategische reserves' in het achterland (in de Sovjet-Unie ruimschoots aanwezig).

Dat allesomvattende militaire concept is niet langer de belangrijkste factor. De 1,2 miljoen Sovjet-soldaten in de "TVD' die onder meer de Oekraïne omvat hoeven bijvoorbeeld niet langer de zuidwestelijke flank van de Unie te verdedigen, maar de Oekraïense president Kravtsjoek heeft zichzelf wel uitgeroepen tot hun bevelhebber. Afgezien van de vraag of Kravtsjoek die rol kan waarmaken, komt, rekening houdend met de nieuwe afspraken in Europa, een leger van die grootte de Oekraïne als soevereine staat niet toe.

En wat gebeurt er met de onderdelen van de strijdmacht die uitsluitend staan voor de power projection van de Unie als geheel, zoals de Sovjet-vloot (met uitzondering van de kustwacht). Rusland, dat vanouds de marine domineert, zal ook op dit gebied de eerste viool spelen, al was het alleen omdat Toerkmenistan en Kirgizië moeilijk zelfstandig kanonneerbootpolitiek kunnen bedrijven, evenmin als de Zwitserse marine dat kan. Er zijn aanwijzingen dat Moskou alles in het werk stelt om de zeemacht te consolideren. Zo kreeg het nieuwste paradepaard van de marine, het vliegdekschip Admiraal Kuznetsov, het bevel zijn proefvaarten af te breken en de Zwarte Zee onmiddellijk te verlaten en op te stomen naar het noordelijke Severomorsk (zie hiernaast). Toen president Kravtsjoek van de Oekraïne zichzelf één dag later uitriep tot opperbevelhebber van de Zwarte Zee-vloot had de Kuznetsov de Bosporus verlaten.

Soortgelijke overwegingen gelden voor het militaire ruimtevaartprogramma, dat onder meer het kostbare netwerk van spionage-satellieten omvat. De economische crisis heeft daarin inmiddels een bres geslagen. Lanceringen van militaire satellieten zijn achter op schema door geldgebrek en voor sommige (commerciële) programma's is de Sovjet-Unie desperaat op zoek naar deelnemers in het Westen. Toch wordt ook hier voorzien dat de Russische Federatie, waar de meeste lanceerbases en grondstations zich bevinden, zijn leidinggevende rol kan behouden.

De onafhankelijke status van de Baltische staten kan nog een spaak in het wiel steken. Zij staan afwijzend tegenover het Gemenebest en zouden hooguit willen onderhandelen over het gebruik van havens en mogelijk ook over een sleutelstuk in de strategische verdediging, de waarschuwingsradar tegen intercontinentale raketten in Letland, waarin de Unie miljarden heeft geïnvesteerd.

Ook wanneer de Sovjet-Unie wel een parachute had gehad om haar vrije val te breken, waren ingrijpende veranderingen op termijn onvermijdelijk geweest. Het Rode Leger was al lang geen monoliet meer. De woelingen hebben zelfs zulke vormen aangenomen dat de VS dit jaar de uitgave hebben gestaakt van hun traditionele balans Soviet Military Power en die hebben vervangen door het boekje Soviet Military Forces in Transition. Minister van defensie Cheney noemde het “een momentopname”, maar een ding stond vast: de paraatheid van het Rode Leger bevindt zich nu op een ongekend dieptepunt.

Die woelingen houden deels verband met enorme sociale problemen, zoals drankmisbruik, mishandeling van recruten, etnische spanningen en een gemiddelde opkomst van dienstplichtigen die onder de tachtig procent ligt. Sommige staten (zoals Armenië) onthouden zich vrijwel unaniem van deelname. Voor een ander deel hebben die spanningen te maken met veranderende militaire doctrines, waarbij het oude, communistische kader, onder druk komt te staan van progressieve technocraten in het officierskorps, die een kleinere, maar professionele strijdmacht als enige oplossing zien en die meer zien in hoogwaardige technologie dan in eindeloze rijen tanks. De prestaties van het Amerikaanse leger tijdens de Golfoorlog heeft onder hen respect, om niet te zeggen afgunst gewekt.

Onder invloed van de technocraten begint het concept van de "verstandige toereikendheid', zoals Georgi Arbatov, de directeur van het Amerika-instituut in Moskou het omschreven heeft, overal wortel te schieten.