Op de piano staan

Een piano is een mooi en duur muziekinstrument. Daarom moet je de klep zachtjes open en dicht doen en mag je de toetsen alleen maar heel voorzichtig aanraken.

En als je niet weet hoe je pianospelen moet en toch "Boer, er ligt een kip in het water' oefent, dan raken na een tijdje de snaren in het binnenste van de wijs. Dan gaat de piano vals klinken en moet de pianostemmer komen.

Dat is nog niet zo erg, maar stel dat je ineens zin hebt op het toetsenbord te klimmen en eroverheen te lopen. Dat kan gebeuren, iedereen wil weleens iets ongewoons doen, zomaar zonder reden. Heen en terug over de witte en zwarte toetsen, dat is toch zeker heerlijk? En flink stampen! Beng! Beng! Wat een lawaai maakt dat. Het maakt zelfs zoveel lawaai, dat er vast iemand komt kijken wat je nu weer uitspookt. En die zegt dan waarschijnlijk: “Lastpak! Het is met jou ook altijd wat!”

Over de toetsen lopen is leuk, maar de gevolgen zijn dat niet. Dat vonden de kinderen van de Franse muziekmaker Etienne Favre ook. Daarom heeft hun vader een oplossing bedacht voor kinderen die met alle geweld ineens over toetsen willen lopen. Hij maakte een groot houten toetsenbord voor ze, waar mooie klanken uitkomen en waar wel vijf kinderen tegelijk op kunnen staan. Het bord heeft witte en donkere toetsen, voor de hele en halve tonen. En het ligt op de grond, zodat je je niet bezeert als je eraf valt.

Wat hele en halve tonen zijn is moeilijk uit te leggen. Die moet je horen. En die kun je ook horen, in het Nederlands Theater Instituut in Amsterdam. Daar staat tijdens de kerstvakantie De Muzikale Tuin van Etienne Favre. Toen hij eenmaal die slimme piano had uitgevonden, maakte hij nog wel dertig andere ongewone instrumenten. Allemaal bij elkaar vormen ze een speeltuin voor kinderen die geluiden mooi vinden en benieuwd zijn of ze samen met anderen misschien wel muziek kunnen maken.

In de tuin staan bij voorbeeld twee huisjes waar kinderen in kunnen kruipen. Elk huisje heeft vier ramen, van verschillende grootte. In die ramen hangen pijpjes aan elastieken draadjes. En als je die pijpjes tegen elkaar aan laat slaan, ontstaan er verschillende klanken. Zo kun je ook in een klokketoren kruipen en staan er snaarinstrumenten die eruit zien als een tuinhekje of als een reuzerad. Ook is er een reuzerammelaar en een tuinpaadje en een trapje, die geluid geven als je eroverheen loopt. En blaasbalgen die blokfluit spelen en een deuntje fluiten in flessehalzen. De glijbaan is een plank met klankbuisjes, waarover een balletje naar beneden rolt en dan klinkt er een Nederlands liedje. Daar kun je naar raden, net als naar het geluid van ijzeren bananen, appels en ander fruit dat in een gefiguurzaagde boom hangt.

De muzikale tuin is nu voor het eerst in Nederland. Favre heeft zijn instrumenten gemaakt voor scholen met leerlingen van 4 tot en met 11 jaar. Hij heeft géén lawaaituin willen maken. Daarom is er in het Theater Instituut een juf (Loes of Daphne) die uitlegt hoe de instrumenten werken en hoe ze de mooiste klank geven. De juf geeft opdrachten om te kijken of je gevoel voor muziek hebt. Daarna mag je vrij spelen in de tuin. Alles bij elkaar duurt het bezoek een uur, telkens voor hooguit 25 kinderen. Ouders mogen er niet bij blijven, want daarvoor is de zaal te klein. Die kunnen intussen het theatermuseum bezoeken. Hieronder staan de tijden en het telefoonnummer, zodat je meteen kunt laten weten dat je komt.

De Muzikale Tuin, Theatermuseum, Herengracht 168, Amsterdam. Van 21 dec. 1991 t-m 5 jan. 1992. Op maandag, 1e Kerstdag en Nieuwjaarsdag is het museum gesloten. Van 11 tot 12 uur en van 14 tot 15 uur voor kinderen van 4 t-m 8 jaar. Van 12.30 tot 13.30 uur en 15.30 tot 16.30 uur voor kinderen van 8 t-m 11 jaar. Entree ƒ 5,50. Reserveren noodzakelijk: 020-6235104.