Norman Mailer over de CIA; Een leger tegen het kwaad

Norman Mailer: Harlot's Ghost. Uitg. Random House, 1310 blz. Prijs ƒ 65,50

Wie na dertienhonderd pagina's aan het eind van Harlot's Ghost is aangeland, treft daar de woorden "wordt vervolgd' aan. Het lijkt op een goedkope gimmick om een lang boek zo te besluiten, maar de lezer die tot zover is gekomen realiseert zich, met enige verbazing wellicht, dat dat niet het geval is. Het is een cesuur die de schrijver door zijn uitgever moet zijn afgedwongen, want het boek eindigt alsof het Norman Mailer op een willekeurig moment uit zijn handen gesleurd is.

De roman is opgezet volgens wat ik maar de Brief-Encountermethode zal noemen, dat wil zeggen met een begin in het heden vanwaaruit naar het verleden wordt teruggeblikt. Het is 1983, winter in Maine en in een serie van twaalf geladen hoofdstukken (door Mailer het Omega-manuscript genoemd) lezen we de omstandigheden die Harry Hubbard, de hoofdpersoon, zijn vrouw Kittredge doen verlaten. Zij was de vroegere echtgenote van Hugh Montague, de "Harlot' uit de titel. Deze Montague is de eigenlijke hoofdpersoon van het boek, hooggeplaatst binnen de CIA en beschermer van Hubbard.

Het tweede boek speelt zich een jaar later af in Moskou, waar Hubbard op zoek gaat naar Montague. Want weliswaar wijst alles erop dat Harlot is verdronken bij een boottrip, maar in de wereld van spionage en contra-spionage is er niets dat werkelijk zo is als het er uit ziet.

En van daaruit begint boek drie, het Alpha Manuscript met als werktitel The Game, een beschrijving van Harry Hubbards leven binnen de CIA van 1955 tot 1965, geschreven in de memoire-vorm maar eigenlijk eerder een "Bildungsroman', geïnspireerd door Thomas Manns dictum dat "alleen het uitputtende waarlijk interessant is.'

De opbouw van het boek ligt nu derhalve enigszins uit het lood, omdat in het eerste boek al wordt gezinspeeld op Hubbards ervaringen na 1965 in Vietnam en met Watergate, die uiterst nieuwsgierig maken maar die we hier nog niet te lezen krijgen. De boog, terug naar het heden, wordt niet rond gemaakt.

Harlot's Ghost is dus nog lang niet af, maar tegelijkertijd al veel te lang. Maar alvorens over dit en andere feilen uit te weiden moet gezegd worden dat dit bij mijn weten het beste boek is dat Mailer schreef sinds The Naked and the Dead, zijn debuut van 43 jaar geleden. Sindsdien was zijn produktie vaak in belangrijke mate gemotiveerd door de noodzaak de alimentatie-schoorsteen rokend te houden. Met lapidaire essayistiek als The Prisoner of Sex en dito fictie als Ancient Evenings als dieptepunten, met verplichte nummers over Marilyn Monroe en boksen, en met enkele journalistieke hoogtepunten er tussendoor om ons eraan te herinneren Norman Mailer nog steeds ergens in het literaire landschap was, zwaar ademend van de inspanning om zijn naam levend te houden.

Harlot's Ghost is Mailers lang geleden beloofde roman over de CIA. Het is, in zijn eigen woorden, een boek dat de lezer zijn idee geeft van "hoe de Agency eruit gezien zou kunnen hebben tussen 1955 en 1963 in de ogen van een bevoorrechte jongeman die erin opgroeide.' Die jongeman is dus Harry Hubbard, en Mailer heeft in hem, bewust of onbewust, een grotendeels oninteressante hoofdpersoon geschapen, een man zonder eigenschappen, een blanco aanwezigheid in wie we echter de andere hoofdpersonen en de gebeurtenissen des te kleurrijker gereflecteerd zien.

Hubbards carrière voert hem van Washington via het Berlijn van de Koude Oorlog en Montevideo naar Miami, waar hij verwikkeld raakt bij de CIA-plannen om Castro's Cuba te "destabiliseren'.

Scrupules

Is Hubbards kleurloosheid een tekortkoming? Ja, in zoverre dat het sommige voorvallen ronduit onwaarschijnlijk maakt. In een van de kleurrijkste verwikkelingen van het boek begint Hubbard, in opdracht van zijn peetvader, een verhouding met Modene Murphy, een beeldschone stewardess die Mailer heeft gemodelleerd naar Judith Campbell Exner, in de vroege jaren zestig tegelijkertijd de matresse van Frank Sinatra, John F. Kennedy en mafiabaas Sam Giancana. Mailer laat, als fictief extraatje, Hubbard en Murphy verliefd worden op elkaar, maar hoewel de literair-technische noodzaak daarvan duidelijk is, blijft het moeilijk voorstelbaar wat de door macht en roem gefascineerde super-groupie ziet in de saaie en onervaren employé van een technisch bedrijf (Hubbards "cover' op dat moment).

Ook blijft Hubbard een te vlakke persoonlijkheid om iets van de morele vertwijfeling te vertonen die toch zo voor de hand zou liggen wanneer zijn betrokkenheid en die van de gehele CIA bij de pogingen Castro om het leven te brengen even obsessionele als misdadige en klunzige dimensies gaat vertonen. Maar nee, “ik ga mijzelf geheel wijden aan het vermoorden van Fidel Castro”, zo neemt hij zichzelf aan de vooravond van de moord op Kennedy voor.

De scrupules worden wèl verwoord door Kittredge, met wie hij al die jaren een geheime correspondentie onderhoudt. Die correspondentie blijft doorgaans onuitstaanbaar houterig, Kittredge krijgt al even weinig dimensie als haar aanstaande tweede echtgenoot. En er is veel te zeggen voor de theorie dat Mailer haar als een andere kant van Hubbards persoonlijkheid heeft bedoeld waarmee hij in voordurende dialoog is. Alpha en Omega, het zijn niet alleen de aanduidingen voor de verschillende delen van dit boek, ze vormen ook de basis van een persoonlijkheidstheorie die Mailer drammerig door het hele boek weeft. Alpha en Omega, de beide kanten van de psyche die als een Siamese tweeling binnen een persoon leven, de een optimistisch, mannelijk, levend in de dag, de ander pessimistisch, vrouwelijk, levend in de nacht. “Kunstenaars en andere uitzonderlijke mensen,” beweert Kittredge die namens Mailer deze hele theorie verwoordt, “hebben dramatisch verschillende Alpha's en Omega's.”En ze vervolgt dat een op deze dualiteit gebaseerde persoonlijkheidstheorie de verklaring zou kunnen vormen voor “hoe spionnen in staat zijn te leven met de spanning van hun ongelofelijke levenssituatie.” Welnu, misschien moeten we wachten tot deel twee van deze mega-roman, maar op basis van wat de auteur er tot nu toe mee deed lijkt het mij niets meer dan interessantdoenerij die eerder irriteert dan verheldert.

Mild

Hubbard en Kittredge zijn twee geheel fictieve figuren, evenals Cal, Hubbards biologische vader en een CIA-veteraan, die een van de best geslaagde karakters van het boek is. Voor het overige wordt Harlot's Ghost bevolkt door bestaande personen als Kennedy, Dulles, Howard Hunt, Sam Giancana en generaal Lansdale, de oorspronkelijke "ugly American', of door personages die, zoals de auteur toegeeft, veel overeenkomsten vertonen met historische personages maar met wie teveel literaire vrijheden zijn genomen om ze hun eigen naam te geven.

Gegeven het feit dat Mailer zelf jarenlang is lastiggevallen door de FBI, en gegeven het feit dat de auteur twintig jaar geleden nog aankondigde een Volks-CIA te willen stichten als tegenhanger van de bestaande, is zijn typering van de hoge CIA-functionarissen opvallend genuanceerd, zo niet mild te noemen. Dat geldt dan vooral voor de titelfiguur, Montague, die losjes (of helemaal niet zo losjes, zoals sommige critici beweren) is gebaseerd op James Jesus Angleton, een legendarische hooggeplaatste contra-spionage-expert binnen de CIA over wiens leven maar weinig bekend was. In Mailers boek is hij in elk geval een man van superieure intelligentie en christelijke toewijding die de strijd tegen het communisme als een heilige oorlog ziet waarin alles geoorloofd is, en als zodanig een bewonderaar van zijn oer-tegenhanger, de Poolse edelman Feliks Dzjerzjinski, stichter van de geheime dienst van de Sovjets.

Deze methode van fictie-als-aanvulling op een uitputtend gedocumenteerde historische werkelijkheid - Mailer beweert meer dan honderd boeken over zijn onderwerp te hebben gelezen - maakt de vraag naar wat het fictieve aandeel dan wel is minder interessant dan de vraag wat sommige historische documentatie aan dit fictie-werk toevoegt. Jean Daniels reportages over Castro en Kennedy, uitputtende karaktervergelijkingen tussen de beide Kennedy-broers, ze vinden allemaal een ruime plaats en houden de vertelling hinderlijk op. Een goede redacteur had hier met een bot mes in gesneden, maar misschien is Mailers status te hoog om dit soort ingrepen zelfs maar te overwegen.

De hoogtepunten van Harlot's Ghost liggen dan ook op andere terreinen. In de beschrijving van het van spionage en verderf zinderende Berlijn van de jaren vijftig bij voorbeeld, en in de karakterisering van Hubbards aanzienlijk kleurrijker collega's, zoals Dik Butler en William Harvey. Mailer bereikt een uitzonderlijk hoge graad van authenticiteit juist daar waar de politiek wat op de achtergrond raakt. Het voor het overige saaie deel over Montevideo is wat dat betreft illustratief, met de episode over de hermafrodiet Libertad La Lengua als hilarisch hoogtepunt.

Monstrueus

Mailers CIA is een universum dat op een curieuze manier buiten de rest van de wereld lijkt te bestaan: het boek heeft iets tijdloos, afgezien uiteraard van de verwijzingen naar de politieke werkelijkheid. Door de vermelding van verschijnselen als Lenny Bruce en de twist realiseert de lezer zich dat de wereld ondertussen aan het veranderen is. Maar zo niet de CIA, waar van hoog tot laag met een verbazende schijnheiligheid naar realisering van dezelfde doeleinden wordt gestreefd. Anders dan een roman over Hugh Montague of over Harry Hubbard kan men dit boek zien als een roman met de CIA als hoofdpersoon, een monstrueus organisme dat zich ziet als een leger tegen het kwaad, tegen "de degeneratie van hogere spirituele vormen tot lagere' en dat in het kader van die strijd de eliminatie van eigen mensen en het collaboreren met de georganiseerde misdaad als volstrekt geoorloofd ziet. Een ongecontroleerd leger met een macho-wereldbeeld waarin iedere afwijking van Amerika-centrisch conservatisme verdacht is.

Norman Mailer heeft in Harlot's Ghost een fictieve werkelijkheid geschapen die de vraag naar het historische werkelijkheidsgehalte goeddeels overbodig maakt. “Zoals ieder van ons zijn eigen Amerika heeft”, schrijft hij in zijn nawoord, “en er van die Amerika's geen twee identiek zijn, zo claim ik dat mijn denkbeeldige CIA even werkelijk is of misschien werkelijker dan elke "historisch beleefde' CIA.” De geschiedenis van een geheime dienst is er een die uit de aard der zaak gedomineerd wordt door witte plekken. Plekken waarover tot in lengte van dagen gespeculeerd kan blijven worden, maar waar ook de romanschrijver zich over kan ontfermen. Slaagt deze in zijn opzet, dan ontstaat er een werkelijkheid die een stap verder gaat dan alleen speculaties. En op basis van het hier gebodene meen ik dat Mailer in die opzet geslaagd is.