Nederlands team stelt plaats veilig in Superliga

VELDHOVEN, 20 DEC. De rust in de tafeltenniswereld is definitief weergekeerd. De interne spanningen van het afgelopen seizoen, met een rampzalig wereldkampioenschap als sluitstuk, kende nog een klein staartje bij de nationale titelstrijd, maar na de 'droomfinale' Hooman-Vriesekoop is het ijs bij de tafeltennisvrouwen definitief gebroken. Gisteravond had een collectief sterk Oranje-team in de Europese superliga slechts anderhalf uur nodig om Duitsland te vernederen (4-0).

De Duitse bondscoach Schimmelpfennig was na afloop vol lof over de Nederlandse ploeg, die hij betitelde als 'de sterkste van Europa'. Bondscoach Vlieg is het met die stelling altijd al eens geweest, maar tegelijkertijd weet hij ook - en sinds het wereldkampioenschap in Japan meer dan ooit -, dat grootse teamprestaties met Mirjam Hooman en Bettine Vriesekoop alleen dan mogelijk zijn als er sprake is van een vooral ontspannen sfeer.

Sinds kort is die situatie er, dat merken de internationals onderling. Gerdie Keen bijvoorbeeld voelde dat de afgelopen tijd duidelijk aan: “Toen Mirjam na haar blessureperiode weer terug kwam, was het voor iedereen toch weer even de kat uit de boom kijken. Maar je merkt gewoon, dat de sfeer onderling duidelijk verbeterd is. In elke sportploeg valt weleens iets vervelends voor. Dat is logisch. De meeste zaken blijven echter in de kleedkamer. Maar bij ons kwam in het verleden echt alles naar buiten, en dan weet je als speelster gewoon niet meer waar je moet kijken.”

Tegen Duitsland stelde de Nederlandse ploeg de plaats in de Superliga veilig. “Maar eigenlijk”, zei de Duitse coach Schimmelpfennig, “had dit team al Europees kampioen moeten zijn.” Dat had ook zeker kunnen gebeuren, ware het niet dat aan het begin van het seizoen de wedstrijd tegen Roemenië door het Nederlands B-team werd gespeeld en krap verloren. Vanaf dat moment was het een vergeefse strijd. De Roemeensen gingen door met winnen, en Oranje maakte nota bene nog een fout tegen Joegoslavië.

De formatie van Jan Vlieg was uiterst content na de ruime winst tegen de 'trainingsmachines' uit Duitsland. Op één uitzondering na. De Brabantse Emily Noor zat met de pest in haar lijf op de bank. Niet omdat ze niet mee mocht doen. Maar wel omdat ze het grondig oneens is met de argumenten van Vlieg om haar niet naar het Olympische kwalificatie-toernooi in Bolzano te sturen. De bondscoach, die de voorkeur geeft aan Gerdie Keen, meent dat Noor de minst stress-bestendige is van de twee. Er zullen op dit punt slechts weinig insiders met hem van mening verschillen, maar Noor zelf ziet dat geheel anders: “Jan had gewoon moeten zeggen, dat hij Gerdie de beste vindt. Daar had ik iets meer vrede mee gehad. Dit argument vind ik gewoon onzin.”

Noor is voor deelname in Barcelona nu volledig afhankelijk van Keen. Als de laatste zich plaatst, kunnen beiden ook nog deelnemen aan het dubbel-kwalificatietoernooi.