Meester Meester

Op de school waar ik nu in de achtste groep zit, was het eerst niet zeker of wij weer naar de schooltuinen zouden kunnen gaan. Het ging gelukkig toch door.

Schooltuinen zijn er al erg lang in Amsterdam, precies 71 jaar. Omdat hij er zo lang voor bezig was, voor alle schooltuinen in Amsterdam, is onze tuin naar Dr. Alma genoemd. Dat was 30 jaar geleden.

Het gaat op die schooltuinen nu zo. Ieder kind krijgt twee strookjes grond, dat is twee bedjes met een smal paadje ertussen om overal goed bij te kunnen. Het Heilige Paadje loopt tussen de onze en de er tegenover liggende tuintjes. Daar mogen "wij' niet lopen. In totaal zijn er 1100 bedjes, dus 550 tuintjes voor 528 kinderen. Want elke klas heeft een voorbeeldtuintje. Er waren dit jaar 22 klassen.

We zijn er bezig van april tot november. Ieder maakt voor zijn tuintje een naambord om het terug te kunnen vinden, vaak in de vorm van een vrucht of groentesoort. Als dat is geregeld, zijn er eerst een paar binnen-lessen. Die worden gegeven door meester Meester. Geen drukfout, want de achternaam van de baas daar is toevallig zo. Meester Meester vertelde ons over hoe je in de tuin moet werken, met welk gereedschap, wat goede tuingrond is, over kleine beestjes in de grond en hun nut voor onze tuin. Hoe planten groeien, over het weer, over zaden, kieming en onkruid. En over de beestjes die pas komen als de bloemen bloeien en nog veel meer.

In april beginnen we met een kale vlakte. Op de tekening kun je zien wat we toen allemaal gezaaid en geplant hebben en als het goed is ook hebben geoogst. Ik weet nu hoe aardappels groeien. Bij het oogsten vind je wat verrotte schilletjes en dat was wat er over is gebleven van de poot- of moederaardappel.

In de grote vakantie ben ik gaan kijken want toen was het een en al bloemen en een en al onkruid. Het was er toen lekker voor de insekten. Onze vaders en moeders konden komen kijken op de open dagen en een potje Alma-bijenhoning kopen.

We hebben een keer bloemstukjes gemaakt, een andere keer groentesoep. Een volgende keer schrijf ik twee recepten voor je op. We hadden ook droogbloemen. Ik leerde hoe je die "op draad' moet zetten, want de steel wordt altijd droog en bros.

Op de laatste les hadden we een kwis, maar onze groep heeft niet kunnen winnen.

Ik hoop echt voor onze tuintjes aan de Karel Lotsylaan, dat ze nog lang blijven bestaan. Want alle keren viel er leuk wat te leren.