Kok: geld fraude Wir besteden aan infrastructuur

DEN HAAG, 20 DEC. Wir-geld dat wordt teruggevorderd moet worden besteed aan verbetering van de infrastructuur. Dit zei minister van financiën Kok gisteren bij de behandeling van de Najaarsnota in de Tweede Kamer.

CDA-woordvoerder Reitsma wilde ten onrechte uitbetaalde investeringspremies aanwenden voor lastenverlichting bij het bedrijfsleven. Maar Kok schaarde zich achter het standpunt van PvdA-woordvoerder Melkert, die pleitte voor infrastructurele investeringen.

Uit een onderzoek van de Belastingdienst is gebleken dat tijdens het beruchte Wir-weekend van eind februari 1988 het bedrijfsleven ten onrechte een bedrag van ruim 260 miljoen gulden heeft geclaimd. Volgens staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) is de helft van dit bedrag al uitgekeerd.

Minister Kok waarschuwde tijdens het debat voor al te hoog gespannen verwachtingen ten aanzien van de terug te vorderen bedragen. “Ik heb zeer veel moeite met het verkopen van huiden van beren die nog niet eens in het het vizier zijn”, aldus Kok.

Een Wir-claim van 610 miljoen gulden is buiten het onderzoek van de Belastingdienst gebleven. Staatssecretaris Van Amelsvoort zei dat deze claim in de eerste zes maanden van volgend jaar zal worden onderzocht.

De staatssecretaris van financiën bestreed de kritiek van de Kamer dat de Belastingdienst te laat met het onderzoek naar de Wir-fraude is begonnen. Volgens hem is “tijdig en adequaat” door de Belastingdienst gereageerd.

In februari 1988 werd de Wir afgeschaft en twee jaar later startte de Belastingdienst met een landelijk onderzoek. “In 1988 had deze zaak al de aandacht van de belastingdienst”, zei Van Amelsvoort “en uit het reguliere onderzoek bleek dat het verstandig was landelijk de krachten te bundelen. In september 1990 zijn we daar mee begonnen en in januari 1991 kreeg de actie het groen licht.”

Alle fracties in de Tweede Kamer steunden minister Kok in zijn streven om “alle aanvragen tot op het bot” uit te zoeken. Niet "het' bedrijfsleven moet in de “verdachtebnak worden geplaatst, zei PvdA-woordvoerder Melkert “Maar net als tegen haar klaplopende neefjes dient tante Truus streng te zijn tegen haar sjoemelende oompjes.”

Uit de Najaarsnota en de antwoorden op schriftelijke vragen blijkt dat de collectieve lastendruk in 1991 niet uitkomt op 52,9 procent van het nationale inkomen, zoals in de Miljoenennota was voorspeld, maar op 53,4 procent. Dit is, zei Kok gisteren, het gevolg van het “primacheque”-effect. Belastingplichtigen moeten nu enkele dagen eerder belasting betalen dan tot dusver gebruikelijk was. In september werd de opbrengst van die maatregel voor 1991 geraamd op 2,0 miljard gulden, maar nu houdt Financiën het op 3,7 miljard gulden.

Kok wil het verschil - 1,7 miljard gulden - in de kas van het kinderbijslagfonds storten, zodat daarvoor in 1992 minder geld nodig is. Maar mocht het financieringstekort onverhoopt de 4,75 procent overschrijden, dan zal die storting naar beneden worden aangepast.

Het financieringstekort daalde door het primacheque-effect over de twaalf maanden tot en met oktober tot 4,3 procent van het nationale inkomen, ruim beneden de doelstelling van 4,75 procent voor heel 1991. In november volgde echter weer een stijging tot 5,3 procent. Minister Kok verwacht echter dat het tekort in december opnieuw daalt, zodat het alsnog binnen de grenzen van het regeerakkoord blijft. Dit omdat het weekeinde in november zodanig viel dat de primacheques geen effect hadden, terwijl dat in december wel het geval zal zijn.