Kappen is meer dan knippen

Het idee is charmant in zijn eenvoud. Stel gepensioneerde kappers aan in bejaarden- en ziekenhuizen die in hun eigen kapperszaakje tegen een gereduceerd tarief de bewoners knippen. En laat hen bijstaan door leerlingen van de kappersopleiding die gedurende enige tijd stage komen lopen. Zo worden op een goedkope wijze drie vliegen in een klap geslagen: de oudere kappers blijven hun vak uitoefenen, de aankomende kappers leren het ambacht en de bewoners hebben een kapper.

Het idee is terug te vinden onder het kopje “Niet kappen met werk” van het rapport van de “interbestuurlijke werkgroep sociale vernieuwing” onder leiding van Jan Schaefer. Achter een bescheiden alinea gaat een jaren slepende strijd schuil voor het instandhouden van het kappersambacht.

Een herenkapper betekent meer dan alleen een fris geknipt hoofd, zo meent "Figaro' Pasquale Capone (56), de van oorsprong Italiaanse barbier te Amsterdam en verzinner van het plan. De kapsalon vertegenwoordigt het ambachtelijke midden tussen een herensociëteit en de dorpskroeg: een vertrouwde plek waar de ziel tot rust komt, de klant een persoonlijke behandeling krijgt, nieuwtjes hoort en waar plaats is voor enig theater.

Aan dat laatste is Capone's herensalon in de Begijnensteeg in de Amsterdamse binnenstad in ieder geval geen gebrek, zeker niet als de teloorgang van het vak ter sprake komt. Want als je het hem vraagt zijn de meeste herenkappers, ondanks de toegenomen welvaart, afgezakt tot het niveau van een broodjeszaak.

In modieuze, maar kille kapgelegenheden worden de klanten vlot en zonder al te veel zorg geknipt als een anoniem serieprodukt. Een band met de kapper bestaat allang niet meer, al was het alleen maar omdat veel jonge kappers er na korte tijd de brui aan geven. Van de 6.500 kapperszaken die Nederland in 1965 kende zijn er inmiddels ongeveer 1200 over. Vaak raken de gepensioneerde kappers hun winkels aan de straatstenen niet kwijt, treurt Capone.

Een groot deel van de werkgelegenheid is verdwenen in het zwarte circuit van de thuiskapper waar meestal maar wat aangerommeld wordt. Leerlingkappers worden in twee jaar klaargestoomd voor het vak, zonder dat er sprake is van de overdracht van veel ambachtelijke ervaring. Terwijl de oudere kappers bij hun pensionering in een klap worden afgesneden van een zeer sociaal bestaan.

In de herensalon van Capone is geen plaats voor de sfeer van gehaaste confectie. Van enige concessies aan de strakgelijnde design van de hedendaagse kapper is evenmin iets te merken. In de krappe, ietwat rommelige ruimte is sinds de start in 1965 dan ook weinig veranderd. Capone neemt rustig de tijd voor een praatje, koekjes worden uitgedeeld en een zojuist geknipte klant gaat nog eens rond met koffie en thee. Een tweede, gezeten in een ouderwets-degelijke kapperstoel, krijgt een gezichtsmassage door de assistente van Capone, gevolgd door het bijvijlen van de nagels. “Waarom ben ik de enige herenkapper in Amsterdam met een manicure”, verzucht de barbier in toenemende wanhoop, “Pijnlijk is het. Triest.”

Al het zwart werken ten spijt is het mogelijk om het vak op ambachtelijke wijze uit te oefenen, zonder onmiddellijk te vervallen tot het salarisniveau van de gemeentereiniging, zo luidt zijn betoog. Capone doet weliswaar wat schimmig over zijn inkomsten, maar uit zijn rijk voorradige documentatie valt op te maken dat hij een bedrag van rond de honderd gulden per behandeling geenszins onredelijk vindt voor een goede service. De klanten schuiven discreet hun bijdrage, niet zelden een blanco cheque, in de kassa. Capone heeft door de jaren heen een bestand van ongeveer 1500 klanten opgebouwd, die vaak al tientallen jaren bij hem over de vloer komen.

Schaefer is in Nederland de eerste die serieus aandacht besteedt aan het initiatief van Capone om via de gepensioneerde vakbroeders het ambacht over te dragen. In Israël schijnt het systeem reeds enkele jaren te werken, zo heeft de barbier vernomen. Maar in Nederland was er tot dusver weinig aandacht voor. Al in 1983 schreef hij de minister-president aan, maar die beperkte zich tot het antwoord dat hij de plannen van Capone “zeker in gedachte” zou houden.

Het was het begin van een lange reeks van vergeefse verzoeken aan politici en ambtenaren. Zelf Hans van Mierlo, die zijn electorale successsen toch voor een deel aan Capones gedegen kap- en knipwerk te danken heeft gehad, liet verstek gaan.

Maar de wraak van Figaro is zoet. Lubbers, Kok, Brinkman, politici in het algemeen, wat hebben ze eigenlijk over voor hun haar? Zo te zien hooguit een paar tientjes; ongeveer het bedrag van de paar goede glazen wijn die dagelijks worden genoten. Daar hoeven we de redding van het kappersambacht voorlopig niet van te verwachten, concludeert de barbier.