Juristen nemen baldadig afscheid van Burgerlijk Wetboek; Nieuwe teddybeer voor civilisten

UTRECHT, 20 DEC. Elfhonderd juristen die, zoals advocaat mr. H.A. Groen het uitdrukte, bij elkaar “beschutting zoeken” nu de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) onvermijdelijk nadert. Na al een jaar lang bijscholingscursussen te hebben gevolgd, toonden advocaten en leden van de rechterlijke macht nog een enorme belangstelling voor het laatste symposium voorafgaande aan het in werking treden van het NBW op 1 januari. De organisatoren van de bijeenkomst, gisteren in de Jaarbeurs, moesten wegens plaatsgebrek vijfhonderd belangstellenden teleurstellen.

Hoe verandert de juridische praktijk met het nieuwe vermogensrecht, was de vraag waar de deelnemers zich in een baldadige sfeer een dag lang over bogen. Een redelijk hypothetisch debat, omdat die vraag pas werkelijk kan worden beantwoord als er enige tijd met de boeken 3, 5, 6 en een deel van boek 7 van het NBW in de rechtszaal is gestoeid.

Teneur van de bijeenkomst was in ieder geval dat, om met de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak mr. A.H. van Delden te spreken, er “voor paniek geen aanleiding is”. Het oude burgerlijk wetboek, door mr. H. Drion de teddybeer van de juristen genoemd, is volgens Van Delden gewoon een beetje sleets geraakt. “En dus is het tijd om naar een ander speeltje om te zien”, aldus de rechter. Veel meer is er niet aan de hand.

Advocaat Groen voorspelde evenwel dat elke advocaat weer zijn eigen stagiaire wordt. “Hij kan veel, heel veel minder op zijn parate kennis en vermeende slimmigheden vertrouwen dan vroeger. Hij moet lezen en studeren voor hij een advies geeft en voor sommigen van u zal dat niet meevallen”, hield hij de zaal voor.

Wat in de praktijk in ieder geval zal veranderen is de terminologie, de juridische taalfolklore. De meester in de rechtsgeleerdheid zal zijn woordgebruik moeten aanpassen: het begrip goede trouw is bijvoorbeeld door de wetgever vervangen door de termen redeljkheid en billijkheid en de kwalificatie wanprestatie wordt na oudjaar een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis.

De Leidse hoogleraar burgerlijk recht mr. W.M. Kleijn noemde het NBW “voor de rechtsvinder een reuze leuk gebied”. Voor de cliënt die worstelt met een geschil wordt het wellicht minder leuk, omdat hij van zijn advocaat nogal eens te horen zal krijgen dat we voor het definitieve antwoord op deze rechtsvraag nu moeten gaan wachten op de jurisprudentie.

Kleijn voorspelde dat het zeker zes jaar zal duren voordat het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, definitieve antwoorden heeft gegeven op de vraag hoe onduidelijke wetsartikelen dienen te worden gelezen. Om in die periode te voorzien werd gisteren het boek "101 praktijkvragen nieuw BW' gepresenteerd. Het boek is het verslag van een studiedag in oktober waar tachtig advocaten en rechters zich over een reeks van kwesties hebben gebogen om alvast wat "jurisprudentie' te verzamelen.

Professor Kleijn stelde de aanwezigen voor om voortaan ieder half jaar bij elkaar te komen zodat de juristen de ontdekte valkuilen in het NBW kunnen melden. “We moeten niet zoals de belastingconsulenten juridische vondsten voor elkaar achterhouden. Niet elkaar afsnoepen, maar samen de moeilijkheden van het nieuwe wetboek oplossen.”

's Middags stond er een soort science fiction voor civilisten op het programma. De rechtsgeleerden speelden kort-gedingetje-volgens-nieuw- burgerlijk-recht waarbij de zaal elektronisch mocht meebeslissen. Zo ging uiteindelijk iedereen vrolijk en enigszins opgelucht er vandoor. Totdat men thuis het nieuwste advocatenblad onder ogen kreeg waar de Rotterdamse hoogleraar Burgerlijk recht mr. J.M. van Dunné, gerenommeerd NBW-hater, nog één keer zijn onheilsboodschap verkondigde door het nieuwe wetboek te vergelijken met een slecht geconstrueerd nieuw huis.

“Wij gaan een Nieuwbouw tegemoet waar regen en wind en het lawaai van de buren vrij spel hebben, terwijl de reparatie- en onderhoudskosten in lengte van jaren de pan uit zullen rijzen. Het is een gebouw waarbij men de gebruiker vergeten is: geen liften aangebracht heeft maar eindeloze trappenhuizen, doolhoven van gangen, met onleesbare opschriften. De rest van Europa zal ons meewarig gadeslaan”, aldus Van Dunné.

Nog twaalf nachtjes slapen.