JAN VOLLAARD, KASPER JANSEN

Pearl Jam Pearl Jam: Ten. (Epic 468884)

Kiri Te Kanawa Siegfried: EMI 7 54290 2 (4 cd's) Der Rosenkavalier: EMI 7 54259 2 (3 cd's) Die Fledermaus: Philips 432 157-2 (2 cd's) Otello: Decca 433 669-2 (2 cd's) Strauss Liederen: Decca 430 511-2 (1 cd)

Pearl Jam

De muziekstad van het jaar is ongetwijfeld het Amerikaanse Seattle, de geboorteplaats van veelbelovende rockgroepen als Nirvana, Soundgarden en sinds kort Pearl Jam. Laatstgenoemd viertal maakt een "klassiek' soort hardrock, met dien verstande dat zanger Eddie Vedder niet tot de getergde castraten behoort die het genre vaak zo ondraaglijk maken. Meer dan de meeste langharige mannetjesputters toont hij de achterkant van zijn ziel in doorleefde zangpartijen, afgezet tegen zelfverzekerde gitaarriffs en dwingende ritmes. Waar andere relevante hardrock-groepen als Metallica en Living Colour een afgemeten en bijna steriel geluid laten horen, blinkt Pearl Jam uit in emotie en nummers die na een beheerst begin uitmonden in een hartstochtelijke climax. Het debuutalbum Ten begint en eindigt met een hartslag, die naadloos aansluit bij de warmbloedige muziek. De magische klank van de elf meeslepende rocksongs wordt nog eens versterkt door de intrigerende teksten, variërend van associatieve klankpoëzie tot doorwrochte autobiografische bespiegelingen. Na enkele maanden van intensieve beluistering beschouw ik Ten van Pearl Jam als de meest waardevolle rockplaat van het jaar, met meer diepgang dan het veelgeprezen Nevermind van stadgenoten Nirvana en met voldoende draagwijdte om de vergelijking met de "tijdloze" debuutplaten van Led Zeppelin, Bad Company of Lenny Kravitz te doorstaan.

Pearl Jam: Ten. (Epic 468884)

JAN VOLLAARD

Kiri Te Kanawa

De afgelopen maanden kwamen er vier opera's uit waarin Kiri Te Kanawa zong en ook nog een solo-cd waarop ze onder andere de Vier letzte Lieder van Richard Strauss zingt. Te Kanawa heeft een van de mooiste stemmen van deze tijd en dat blijkt ook op al deze opnamen telkens weer. Maar een plaats aan de absolute top schept naast de verplichting het hoogste niveau telkens weer waar te maken ook onvermijdelijk de verwachting dat dat niveau nog zal worden opgekrikt, dat er een record zal worden gevestigd.

Welnu, die hoop blijkt onterecht. Te Kanawa schiet bij al die vanzelfsprekende vocale schoonheid net te kort aan emotionele inzet om met haar nieuwste prestaties de historie te doen verbleken en zelf geschiedenis te maken. Niettemin zijn dankzij haar medewerking maar ook om vele andere redenen een aantal van haar nieuwe opnamen opmerkelijke produkties te noemen.

Twee opera's worden gedirigeerd door Bernard Haitink: Wagners Siegfried, waarin Te Kanawa slechts de stem van de woudvogel vertolkt, en Richard Strauss' Der Rosenkavalier, waarin ze een van haar gevierde hoofdrollen vertolkt: de Marschallin. Deze Siegfried is voor ons natuurlijk vooral de prestatie van Haitink, die in wisselwerking met zijn in inmiddels beëindigde uitvoering van Der Ring des Nibelungen in het Londense Covent Garden-theater de Ring op de plaat zet in München met het orkest van de Bayerische Rundfunk. Haitink bouwt met Siegfried en Rosenkavalier als operadirigent aan een even degelijke reputatie als hij eerder met het orkestrepertoire deed.

De weloverwogen en integere opvattingen van Haitink zijn niet gemakkelijk te karakteriseren omdat ze nooit vervallen in de ene of de andere extreme richting, noch in een gevoelloos perfectionisme. Men hoort hier vooral zijn geweldige ervaring in het etaleren van heldere lijnen, het opbouwen en vasthouden van spanning en plezier in het genereus etaleren van zijn liefde voor een zorgvuldige klankcultuur. Bij Siegfried zou in de balans met de zangers (onder andere Siegfried Jerusalem, Eva Marton, James Morris, Theo Adam en Peter Haage) het orkest iets prominenter hebben mogen klinken.

Der Rosenkavalier, opgenomen met de Dresdner Staatskapelle, heeft voor de huidige tijd naast Te Kanawa met Anne-Sofie von Otter (Octavian) en Barbara Hendricks (Sophie) een sterbezetting. Richard Leech had van mij als de Italiaanse zanger wat persiflerender "typisch Italiaans' mogen klinken. Maar Haitink houdt de sfeer verder helder en dubbelzinnig: hij houdt ècht van die liefdevolle ironie.

Pure afstandelijkheid beheerst helaas dirigent André Previn in Die Fledermaus van Johann Strauss. De "recht-Wienerische' traditie van de Wiener Philharmoniker legt het af tegen de import-dirigent en -zangers, van wie Leech als Alfred wel erg weinig "schmalz' heeft. Te Kanawa is als Rosalinde geheel zichzelf: ze strooit allerlei Engelse woorden door de tekst en kan in de csárdás ook niet echt bewijzen dat ze een Hongaarse speelt. Edita Gruberova is een voortreffelijke Adele en dankzij de cd-speler kan men de dronken speelscène van Frosch gewoon overslaan.

De live-opname van Verdi's concertante Otello met Pavarotti voor het eerst in de titelrol en met Te Kanawa als Desdemona was eerder dit jaar het afscheid van Sir Georg Solti als dirigent van het Chicago Symphony Orchestra. Te Kanawa en Pavarotti zijn beiden geen voldramatische zangers en Desdemona's Wilgenlied lijkt al te koel, het Ave Maria heeft een zeurderige ondertoon en sommige passages doen ook bij Solti merkwaardig vlak aan. Maar tegen het slot klinkt de opera, vooral dankzij Pavarotti's hang naar het veroorzaken van furore met grote brille en de vereiste zindering.

Solti en Te Kanawa zorgen ook samen voor een nieuwe opname van Richard Strauss' Vier letzte Lieder (met de Wiener Philharmoniker) en dertien liederen met klavierbegeleiding (met Solti aan de piano). De cd is enige tijd een goedkope aanbieding van een aantal platenzaken, die Te Kanawa's interpretatie aanprijzen als een combinatie van de goede dingen in de "wat pompeuze verinnerlijkte versie' van Jessye Norman en de "wat introverte' opname van Schwarzkopf. Wat mij betreft blijft Te Kanawa hier nu juist verre van beide emotioneel doorvoelde opvattingen en klinkt haar stem eigenlijk alleen maar prachtig.

Siegfried: EMI 7 54290 2 (4 cd's) Der Rosenkavalier: EMI 7 54259 2 (3 cd's) Die Fledermaus: Philips 432 157-2 (2 cd's) Otello: Decca 433 669-2 (2 cd's) Strauss Liederen: Decca 430 511-2 (1 cd)

KASPER JANSEN