Hoe kijk jij eigenlijk?

Hoe komt het toch dat na de première het acteren in veel stukken zienderogen achteruitgaat? schrijft Kester Freriks aan Gerardjan Rijnders. “Laten we ophouden met gezeur en gebabbel waarin jij speldeprikjes uitdeelt aan het toneel en ik jouw collega's te kakken zet”, antwoordt Rijnders. Op verzoek van het Cultureel Supplement schrijven regisseur Rijnders en recensent Freriks elkaar elke maand een brief. Dit is de vierde aflevering.

Beste Kester, Jouw laatste brief is kenmerkend voor de Nederlandse toneelkritiek: veel luisterrijke zinnen, veel stijlbloempjes en veel pogingen tot verbaal vuurwerk, resulterend in een paar doffe plofjes. Want wat beweer je nu eigenlijk? Je bent blij dat er geen strepen en krassen staan in het tekstboek van Penthesilea. Wees dan blij. Ik vind het altijd prettig om snel te zien hoe een tekst bewerkt is.

Je merkt op dat de Oresteia van de Schaubühne in Berlijn zo prachtig was. Daar heb je groot gelijk in. Die voorstelling bestond uit drie delen. Per avond werd telkens één deel gespeeld, om het fysieke uithoudingsvermogen van de Berlijners niet nodeloos op de proef te stellen. Voor freaks en theatertoeristen zoals wij werd de hele trilogie af en toe, op een zondag, achter elkaar gespeeld. Negen uur duurde dat. Niet twaalf.

Sorry, maar ik erger me aan de manier waarop critici met feiten omgaan. Zoals die criticus die beweerde dat Toneelgroep Amsterdam te veel tekst geschrapt had in haar versie van Roberto Zucco. Er zijn hoogstens twee woorden geschrapt. Of zoals die criticus die beweerde dat het koor van Filoktetes op band stond, omdat de man kennelijk geen weet heeft van ”boventonen'. Jullie critici kunnen zelden luisteren.

Maar goed, jij ergert je aan de mate waarin regisseurs alles naar zich toe trekken. Voor die prachtige Oresteia had regisseur Peter Stein overigens besloten om zelf maar Aischylos te vertalen en te bewerken.

Ook maak je je kwaad dat regisseurs niet altijd met de voorstelling mee op reis gaan, want acteurs gaan dan schmieren en zo was jij er getuige van hoe André van den Heuvel in Rotterdam op de loop ging met de tekst van Thomas Bernhard. Dat was dan niet mooi van André. In de voorstelling die ik zag, in Amsterdam, was hij zowat de enige die ik niet even zielloos vond als de hele enscenering.

Dan kom je nog tot het verontwaardigde inzicht dat Chris Nietvelt, steeds hetzelfde is in haar laatste vier grote vrouwenrollen. Overigens, feitje, door twee regisseurs geregisseerd.

Hoe kijk jij eigenlijk? Er was een wereld van verschil tussen Andromache en Penthesilea. In gestiek, in plastiek, in tekstbehandeling en in toon. Chris is een van die zeldzame actrices die duidelijk kan maken wat het verschil is tussen von Kleist en Racine, tussen het hof te Versailles in 1667 en een Pruisische salon in 1807. Natuurlijk, ze blijft Chris Nietvelt, zoals in die prachtige Oresteia Edith Clever toch vooral ook Edith Clever was, waardoor haar Klytaimnestra misschien soms een scheutje had van haar Lotte uit Groot en klein. Prachtig!

Dan merk je nog op dat Tsjechov niet huilde toen hij de slotwoorden schreef van Platonov. Vast niet. Zoals von Kleist vast wel heeft gehuild bij de slotzinnen van Penthesilea. Hij heeft ze later zelfs letterlijk genomen en stierf in een larmoyant geënsceneerde dubbele zelfmoord. Toch, of misschien juist daarom, vind ik Penthesilea mooier.

Maar laten we ophouden met gezeur en gebabbel waarin jij speldeprikjes uitdeelt aan het toneel en ik jouw collega's te kakken zet.

Schrijf bij voorbeeld eens op waarom die Oresteia zo prachtig was: omdat voor het eerst duidelijk werd hoe in die trilogie de overgang van een feodaal matriarchaat naar een zich democratisch noemend patriarchaat niet alleen getoond maar ook verdedigd wordt. Klytaimnestra doodt haar man, haar zoon Orestes wreekt die moord door zijn moeder te doden. Sindsdien wordt hij achtervolgd door de Erinyen, die op hun beurt vergelding willen.

In Berlijn zagen ze eruit als druipende vagina's. De godin Athene moet recht spreken. Is een moord op een moeder erger dan een moord op een echtgenoot? Athene, geboren uit het hoofd van Zeus, spreekt Orestes vrij. Zij zelf heeft immers ook geen moeder nodig gehad. Ziehier de bron van onze beschaving. Dat is de inhoud van de Oresteia en die werd onthutsend duidelijk gemaakt in de voorstelling van Peter Stein. Door zijn eigen vertaling en bewerking, door de vormgeving, door de regie, door een uitgekiende dramaturgie, door de behandeling van de koren en natuurlijk doordat er, o.a. dankzij dit alles, heel erg mooi toneel werd gespeeld.

Maar ook nog eens door een uitgekiend gebruik van de ruimte. Want natuurlijk vind ik zo'n zin als ”aan het werk' aan het slot van je brief irritant dom. Afgezien van de legendarische Lubberhuizen of de onsentimentele Tsjechov, zo'n opmerking suggereert dat jij het niet de taak van theatermakers vindt om na te denken over waar ze spelen en waar het toneel dat ze willen maken het beste tot zijn recht kan komen. Als zelfs toneelcritici zich alle bestaande vooroordelen jegens het toneel eigen maken, dan wordt het nooit meer wat, met die toneelkritiek.

Dan blijven we aangewezen op de wekelijkse beschouwingen over toneel door Hanna Bobkova in het Financieele Dagblad. Die vrouw maakt haar huiswerk, die kan kijken, die kan luisteren en die informeert. Ze kan niet schrijven, beweerde onlangs een collega van jou. Ach, de toneelkritiek lijkt sinds het overlijden van Jac Heijer op een woestijn bezaaid met uiterst kunstige droogbloemen. Ik ben al blij dat er tenminste nog een echte, levende cactus tussen staat.

Geloof me, als je goed kijkt, als je goed luistert, als je tekst en auteur goed bestudeert, dan komen die zinnetjes vanzelf. Wat dat betreft lijkt mijn werk op dat van jou.