GEA boekte afgelopen vijf jaar voortdurend meer winst

ROTTERDAM, 20 DEC. GEA in Bochum is een sterk expansief bedrijf. Het heeft zijn omzet sinds 1984 verdrievoudigd en zijn winst vertienvoudigd.

GEA is met zijn omzet van 1,6 miljard Dmark vijfmaal groter dan Grasso. De Duitse onderneming, in 1920 opgericht door Otto Happel sr., begon als fabrikant van warmtewisselaars en ontwikkelde zich gaandeweg op het bredere veld van energie-, milieu- en procestechniek (waaronder lucht- en koeltechniek). In juli 1989 werd het familiebedrijf een Aktiengesellschaft, die een half jaar later 62,5 procent van zijn aandelenkapitaal naar de beurs bracht. De meerderheid van de aandelen met stemrecht (de helft van het aandelenkapitaal) is in handen van de familie gebleven. President-commissaris is een naamgenoot en nazaat van de oprichter.

GEA heeft over de afgelopen vijf jaar een voortdurende stijging van omzet, orders en nettowinst geboekt. Voor 1991 wordt een winst van 95 miljoen Dmark verwacht, bijna 1,8 miljard aan orderontvangsten en 1,64 miljard aan omzet.

Onder GEA AG, de houdstermaatschappij die verantwoordelijk is voor financien en management, ressorteren vier divisies: warmte- en energietechniek (binnenland en buitenland), lucht- en koeltechniek en voedingsmiddelen- en procestechniek. De onderneming heeft 7800 medewerkers en meer dan vijftig werkmaatschappijen in vijftien landen.

Het aandeel van warmte- en energietechniek in de omzet (53 procent in 1988) is de laatste jaren teruggebracht tot 48 procent. Het aandeel van lucht- en koeltechniek, de sector waaraan Grasso zou worden toegevoegd, steeg in dezelfde periode van 22 tot 27 procent.

GEA claimt een sterke marktpositie in Europa en "wereldwijde groeipotentie'. De onderneming boekte in 1990 46 procent van haar omzet in Duitsland, 32 procent elders in Europa en 11 procent in Amerika. Haar belangrijkste afnemers zitten in de chemie, de olie-, pijpleidingen en grondstoffenindustrie (32 procent). Technische uitrusting voor gebouwen (verwarming, airconditioning) zorgt voor 28 procent van de omzet. In De voedingsmiddelenindustrie tekent voor 17 procent van de omzet, terwijl in de sector energie-opwekking, centrales en vuilverbrandingsinstallaties 13 procent van de omzet wordt behaald. Door deze spreiding acht GEA zich relatief ongevoelig voor omzetschommelingen.

GEA beschouwt zichzelf, gegeven de solide balansopbouw, als “goed toegerust voor verdere groei”. Het balanstotaal (prognose 1991: 1,12 miljard Dmark) bestaat voor 47 procent uit eigen vermogen. Een aandelenemissie in 1990 leverde GEA 280 miljoen Dmark op, waarmee volgens bestuursvoorzitter Volker Hannemann “moeiteloos” een bedrijf met een omzet van 2,5 miljard Dmark kan worden opgebouwd.