Explosie DSM mogelijk door fout bij bedrijf

ROTTERDAM, 20 DEC. De ontploffing die vorige week vrijdag bij het chemisch bedrijf DSM Chemicals in het Botlekgebied aan zes mensen het leven heeft gekost, is mogelijk het gevolg van een fout bij het bedrijf zelf.

Dat blijkt uit een brief die de directie van DSM gisteren heeft gestuurd naar de medewerkers van de vestiging in de Botlek.

De tank met benzoëzuur explodeerde terwijl de zes werknemers bouwwerkzaamheden op het dak uitvoerden. Volgens de toelichting van de directie kan zich aan het uiteinde van de ontluchtingspijp op het dak van de tank een explosief mengsel van lucht en benzoëzuurdamp hebben gevormd. Het zuur wordt namelijk voor bepaalde toepassingen tijdens opslag en vervoer vloeibaar gehouden bij een temperatuur van 122 graden. Ongeveer een uur voor de explosie is een tankauto geladen met vloeibaar benzoëzuur uit die tank.

De directie stelt in haar brief: “Voorzover thans bekend, werd bij het afgeven van werkvergunningen voor het aanbrengen van een bordes op het dak van de tank er niet vanuit gegaan dat een dergelijk explosief mengsel aanwezig kon zijn.”

Officier van justitie mr. H.J. Moraal in Rotterdam: “DSM lijkt met de brief te willen aangeven dat er in het bedrijf een fout is gemaakt bij de vergunningverlening.” Een woordvoerder van DSM noemde de brief “zeker geen schuldbekentenis”. Het onderzoek wordt verricht door de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR), de Arbeidsinspectie en Justitie.

DCMR heeft bij vier bedrijven in de omgeving van DSM wit asbest aangetroffen. Het is vermoedelijk afkomstig van de isolerende platen die om de geëxplodeerde tanks zaten. De dienst heeft de bedrijven geadviseerd het stof voorlopig te besproeien zodat het niet kan verwaaien. Asbest kan bij inademing het risico op kanker verhogen.