EG-strijd over HDTV kostte Philips concessies

ROTTERDAM, 20 DEC. Na maanden strijd is gisteren in Brussel besloten hoe Europa de nieuwe televisiegeneratie, HDTV, zal invoeren. Philips, 's werelds grootste televisiefabrikant, moest in die strijd ingrijpende concessies doen. Tijdens een curieus onderhandelingsproces in Brussel ontdekte Philips dat de wereld voorgoed is veranderd.

Revoluties op televisiegebied zijn zeldzaam. Televisiefabrikanten krijgen slechts eens in de dertig jaar de kans hun toekomst met een nieuwe produktgeneratie veilig te stellen. De introductie van de kleurentelevisie was zo'n revolutie. De introductie van High Definition Television moet in de komende 10 jaar weer voor zo'n omwenteling zorgen.

Philips is voor het welslagen van HDTV afhankelijk van anderen. Philips maakt alleen de ontvangers. De omroepen moeten zorgen voor programma's in de nieuwe technologie en de satellietexploitanten voor de verspreiding ervan. Consensus over technische uitzendnormen en het tijdstip van introductie is dus een eerste vereiste.

Groot was dan ook de schrik in Eindhoven toen een coalitie van commerciële omroepen en satellietexploitanten zich begin dit jaar met een luiddruchtige campagne tegen de Philips-plannen keerde. Overschakelen op nieuwe technologie was te duur, luidde een van de klachten.

Toen bleek dat de coalitie gehoor vond bij de Europese Commissie in Brussel werd het concern zelfs onverbiddelijk in de verdediging gedrukt. Philips-lobbyisten onderhielden daarom noodgedwongen een permanente pendeldienst tussen Eindhoven en Brussel om hun zaak te bepleiten en de argumenten van de tegestanders te pareren.

“De onderhandelingen over de ecu vallen in het niet bij het proces dat aan de nieuwe televisierichtlijn vooraf is gegaan”, verzucht R. van Oostenbrugge, een van de Philips-managers die het standpunt van de fabrikant steeds opnieuw moest uitleggen.

Uiteindelijk heeft Philips op veel punten moeten inbinden, erkent Van Oostenbrugge. De introductie van de nieuwe technologie zal daardoor trager verlopen dan het bedrijf had verwacht. “Het eindresultaat is slechts een verwaterde afspiegeling van het oorspronkelijk voorstel.”

Philips had gehoopt dat satellietexploitanten en commerciële omroepen door Europese wetgeving gedwongen konden worden snel over te stappen op de nieuwe technologie. Dat bleek niet haalbaar. Alleen nieuwe satellietuitzendingen zullen nu verplicht in de door Philips en het Franse Thomson ontwikkelde technologie verzorgd moeten worden.

“Philips ging de besprekingen in als het omnipotente elektronica-concern dat gewend is zijn zin te krijgen en zijn mening - desnoods met hulp van de wetgever - aan anderen oplegt”, oordeelt J. Renaud, auteur van een HDTV-nieuwsbrief, Advanced Television Market. “Het concern had niet op tijd in de gaten dat er nieuwe, machtige spelers waren opgekomen en dat door de financiële moeilijkheden in eigen huis de onderhandelingspositie in Brussel was verslechterd.”

In het begin, zo leek het, wist Philips zich niet zo goed raad met de nieuwe oppositie. In het nauw gedreven sloeg het volslagen verraste concern ongericht om zich heen. Philips' gesprekspartners werden onthaald op rechtszaken en miljardenclaims en publiekelijk beschuldigd van "desinformatiecampagnes'.

Pas na enkele maanden volgde op de verwarring een nieuw evenwicht. De toon werd milder. P. Groenenboom, directeur video-produkten, die in zijn enthousiasme de diplomatie wel eens uit het oog verloor, verdween naar de achtergrond. Publieke optredens werden steeds vaker verzorgd door de voorzichtigere Oostenbrugge.

Ook de strategie werd sluwer. In plaats van volledig te vertrouwen op de machtige arm van de Europese wetgever, probeerde het bedrijf in bilaterale besprekingen de opponenten voor zich te winnen. Zo werd het Belgische Filmnet overgehaald om toch programma's te verzorgen in de Philips-technologie. En ook met de Britse commerciële satellietzender BSkyB van media-magnaat Rupert Murdoch - de luidruchtigste opponent van Philips' HDTV-plannen - werden gesprekken over samenwerking gestart. Aan de onderhandelingstafel in Brussel toonde het bedrijf zich bereid compromissen te sluiten en de omroepen tegemoet te komen.

“In de laatste fase heeft Philips het spel goed gespeeld”, zegt Renaud waarderend. “Philips stapte af van het idee dat samenwerking door middel van Europese wetgeving kan worden afgedwongen. In plaats daarvan werd de nieuwe technologie op basis van zijn eigen merites verkocht.”

Eigenlijk was Philips helemaal niet voorbereid op een langdurige lobby ten behoeve van de Europese norm voor HDTV, de zogenoemde MAC-norm. Al in 1986 was binnen de EG afgesproken dat de MAC-uitzendnormen de basis zouden vormen voor de Europese HDTV.

“We waren verbijsterd door de publieke storm die we over ons heen kregen”, zegt een van Philips-lobbyisten die nauw bij de HDTV-campagne was betrokken. “De EG-richtlijn uit 1986 zou op 1 januari verlopen en hoefde eigenlijk alleen maar verlengd te worden.”

Maar tussen 1986 en de onderhandelingen over de nieuwe wetgeving was er in Europa veel veranderd. Destijds waren er nauwelijks commerciële omroepen van betekenis en stond ook de commerciële exploitatie van satellieten nog in de kinderschoenen. Nu waren er nieuwe spelers die niets voelden voor een snelle overschakeling op de nieuwe technologie.

Toen de oppositie zich eenmaal had aangediend bediende Philips zich van de gangbare lobby-instrumenten. Een belangrijk deel van de HDTV-lobby verliep via de branche-organisatie Eacem, waarin Philips-afgevaardigden uit alle Europese landen zitting hebben. Iedere Philips-landenorganisatie heeft bovendien een eigen HDTV-expert. Indien noodzakelijk kan Philips in heel Europa een netwerkje van 15 HDTV-lobbyisten in actie brengen. In tijden van nood moest president Jan Timmer zijn persoonlijke gewicht in de schaal werpen.

Belangrijke steun vond Philips voor zijn HDTV-plannen bij de Nederlandse overheid. De ministers van economische zaken, verkeer en waterstaat en de minister-president maakten zich in Brussel sterk voor de Philips-technologie. “Soms was het wel eens moeilijk om als voorzitter (van de EG) het algemeen belang te dienen en het belang van Philips niet uit het oog te verliezen”, zegt ir A. de Liefde, topambtenaar van verkeer en waterstaat.

Het anti-MAC kamp bestreed Philips met een heel scala argumenten. Het pijnlijkste daarvan was nog wel dat Philips in zijn plannen geen rekening zou houden met de consument. Van Oostenbrugge denkt hoofschuddend terug aan die episode.

“Op verzoek van de omroepen gingen we ermee akkoord dat alle tv-ontvangers standaard uitgerust zouden worden met een decoder voor ontvangst van de nieuwe televisiesignalen. Zelf zagen we daar het nut niet van in. Maar in het onderhandelingsproces gingen we toch akkoord. Dat was een grote fout.” Het voorstel betekende dat alle televisies duurder zouden worden en dat de consument - of hij wilde of niet - voor de nieuwe technologie moest betalen. "Philips beperkt vrijheid consument' was koren op de molen van de tegenpartij.

De tegenstanders van de richtlijn voerden een publieksgerichte campagne. Consumentenorganisaties, het Europese parlement, de media: iedereen kreeg te horen dat er met de Europese televisieplannen iets mis was. Philips daarentegen, koos er bewust voor ambtenaren en politici uitsluitend direct te benaderen en geen campagne te voeren via de media. “We bleven bewust bij de media vandaan. We konden die strijd niet winnen. Iedereen zou onmiddellijk zeggen: kijk eens hoe Philips en Thomson, de twee giganten, in Brussel de zaken naar hun hand zetten”, verklaart een lobbyist.

Behalve het ITC kent Nederland nog twintig andere instellingen voor internationaal onderwijs. De bekendste en grootste zijn naast het ITC het Institute for Social Studies in Den Haag, het International Institute for Hydraulic and Environmental Engineering in Delft, het Institute of Housing and Urban Development Studies in Rotterdam, het Research Institute for Management Science in Maastricht en het International Agricultural Centre in Wageningen. ITC, ISS en IHE nemen met zijn drieën 70 procent van de ruim tweeduizend studenten voor hun rekening.