Een supermacht ontmanteld, Navo zoekt een nieuwe rol

BRUSSEL, 20 DEC. Een supermacht ontmanteld, het Kremlin geëlimineerd. Tegen de achtergrond van die hallucinerende werkelijkheid heeft de NAVO gisteren haar eigen nieuwe rol geformuleerd: de Koude Oorlog ligt achter ons, een “gemeenschap van gedeelde waarden en belangen” is bezig wortel te schieten.

In die gemeenschap wil de verdragsorganisatie, opgezet om de voormalige supermacht in toom te houden, de hoofdrol spelen. “We zijn vastbesloten om ervoor te zorgen dat ons bondgenootschap ten volle deelneemt in het raamwerk” van onderling verweven en elkaar aanvullende instellingen waarvan de vrede en de veiligheid van Europa meer en meer zal afhangen. Dat is een van de kernpassages in het slotcommuniqué dat de Noordatlantische Raad, die bestaat uit de ministers van buitenlandse zaken van de zestien lidstaten van de NAVO, gisteren heeft uitgegeven.

De grootste zorg die de NAVO op het ogenblik heeft is ervoor te zorgen dat de ongeveer 27.000 kernwapens die in de voormalige Sovjet-Unie liggen opgeslagen, bij gebrek aan een duidelijk politiek en militair leiderschap niet in verkeerde handen terechtkomen en niet het voorwerp worden van onderling geharrewar tussen de vier republieken waar ze liggen: Rusland, de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan, of dat de nucleaire technologie wordt geëxporteerd naar onverantwoordelijke regimes.

“De bondgenoten hebben er een gerechtvaardigd belang bij dat er regelingen tussen de republieken worden getroffen om de internationale verplichtingen van de Sovjet-Unie wat betreft wapencontrole en ontwapening ten uitvoer te brengen”, zo zegt het communiqué daarover. Minister Baker kon wat dat betreft gisteren overigens tamelijk optimistisch zijn: van de vier republieken hadden er drie, de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan de verzekerning gegeven dat ze kernwapenvrij willen worden en ondertekenaars van het non-proliferatie-akkoord. Alleen Rusland zou, als "opvolger' van de Sovjet-Unie, kernmacht blijven.

De NAVO is, getuige het communiqué, ook bereid daar een prijs voor te betalen: enerzijds wil ze “zo volledig als mogelijk is” voldoen aan “verzoeken om praktische steun” bij het “garanderen van de veilige, verantwoordelijke en betrouwbare beheersing van kernwapens”. Anderzijds erkent het Atlantisch bondgenootschap “het dringende karakter van de humanitaire behoeften” en is het bereid “om de vrede even effectief te ondersteunen als we agressie hebben afgeschrikt”.

De betrokken organen van de NAVO zullen plannen maken om haar “unieke expertise en vermogens” beschikbaar te stellen voor het transport en de distributie van humanitaire hulp. In de praktijk zal dat inhouden dat “de militaire apparaten van die NAVO-landen die deelnemen aan deze onderneming gezamenlijk en met anderen, inclusief Sovjet-militairen, zullen samenwerken om het menselijk lijden te verlichten”. De modaliteiten en de details daarvoor zullen nog worden uitgewerkt.

De NAVO zal haar infrastructuur beschikbaar stellen en op basis van de door plaatselijke autoriteiten verstrekte informatie de locaties vaststellen waar hulp het meest nodig is. België bijvoorbeeld is al verzocht om zijn C-130 transporttoestellen in te zetten die, zoals minister van buitenlandse zaken Mark Eyskens gisteren trots meldde, “langzamerhand wereldberoemd” zijn geworden. Ze zijn tijdens de Golfoorlog namelijk ook gebruikt voor het transport van humanitaire hulp.

Uit de formulering komt echter ook naar voren dat niet álle NAVO-lidstaten actief meedoen met de operatie. Frankrijk, dat vertegenwoordigd was door minister van Europese zaken Elisabeth Guigou, meent dat het bondgenootschap hiermee buiten zijn mandaat, de verdediging van de zestien lidstaten tegen agressie van buitenaf, treedt. Uiteindelijk zwakten de Fransen hun verzet toch af en konden ook zij zich vinden in de erkenning in het communiqué dat de overgang naar democratie en een markteconomie en de problemen om voedsel, medicijnen en andere primaire levensbehoeften te verkrijgen “een ernstige bedreiging vormen voor het hervormingsproces en voor de stabiliteit in Europa”.

Voor het eerst in zijn geschiedenis heeft het Atlantisch bondgenootschap daarmee een zuiver humanitaire taak op zich genomen: de NAVO als een soort vredescorps dat zich inzet om actie te ondernemen op die plaatsen waar het uitblijven daarvan tot ernstige conflicten zou kunnen leiden. Alle gesprekspartners van Baker in de verschillende republieken hadden hem immers hun grote zorg tot uitdrukking gebracht dat de voedseltekorten zouden kunnen leiden tot “sociale explosies”. De NAVO, zo onderstreepte Baker dan ook, is een “echte politieke alliantie geworden die zorgt voor vrede”.