Een lucratief contract in het rijke westen betekent beter eten voor de hele familie thuis; Westerhof heerst als Afrikaans dorpshoofd over nationaal team van Nigeria; "Mister Terrific' sticht voetbalfamilie

ARNHEM, 20 DEC. "Mister Terrific' noemen ze hem. In de ogen van de spelers van het Nigeriaanse nationale team heeft Clemens Westerhof zijn zaakjes weer eens goed geregeld. Vier weken lang baden ze zich in de luxe van het lommerrijke en goed toegeruste sportcentrum Papendal om zich voor te bereiden op de eindronde van het Afrikaanse kampioenschap voor landenteams, van 12 tot 26 januari in Senegal.

Alweer twee jaar werkt Westerhof als bondscoach in het West-Afrikaanse land met zijn honderd miljoen inwoners. En het bevalt hem opperbest. Als enkele spelers van de selectie aanschuiven, afgemat door oefenmeester Jo Bonfrère, schakelt hij moeiteloos over in het Engels met die typisch Nigeriaanse tongval. “He is one of us, he could be an African”, lacht Emeka Ezeogu, die voor het Deense Lundby uitkomt. Westerhof: “Die jongen belt me op en zegt: "coach, als je mijn ticket betaalt kom ik direct naar Nederland. Vind je me na drie dagen hard werken niet goed genoeg, dan ga ik weer terug. Even goede vrienden.' Kijk, dat vind ik de juiste mentaliteit. Van die instelling, daar hou ik van.”

De ex-trainer van SVV, Feyenoord en Vitesse heeft de talenten voor het oprapen. De Golden Eaglets, de Nigeriaanse jongeren tot en met 16 jaar, deden hun naam eer aan en werden in 1985 wereldkampioen. Jong Nigeria (onder 21 jaar), bijgenaamd de Flying Eagles, behaalde brons in 1985 en zilver in 1989. De jaren om te oogsten met de hoofdmacht, de Green Eagles, lijken dus aangebroken. Miljoenen voetbalgekke Nigerianen, president Babangida voorop, nemen met minder dan de Africa Cup of Nations en plaatsing voor het WK in 1994 dan ook geen genoegen. Maar Westerhof houdt wel van een uitdaging. “Ik heb tegen de president gezegd: "ik ga naar de Verenigde Staten, met of zonder Nigeria'. Hij antwoordde toen lachend: "ga dan maar met Nigeria'. En dat doe ik dus. Echt, ik geloof erin.”

Als een heus Afrikaans dorpshoofd, een chief, steekt Westerhof vervolgens van wal voor een lange toespraak, doorspekt met peptalk voor zijn jongens. “Het materiaal hebben we, nu zijn we bezig om er een hechte groep van te maken, een familie. Dat betekent niet altijd dat de beste spelers op het veld staan, maar het beste team. Een mix van jong en oud, net als in een familie. De meeste ouderen spelen als professional in Europa. Zij moeten de jongeren hier in het trainingskamp laten merken dat ze er nog niet zijn. Zij moeten vertellen dat je er alleen komt met heel hard werken. En dat het moeite kost om aan de top te blijven. Als een oudere broer moeten ze zeggen: kom op, niet zeuren maar volhouden. Over een paar jaar heb jij het voor het zeggen.”

Westerhof is erin geslaagd de cultuurkloof te overbruggen, dat blijkt overduidelijk uit de instemmende reacties van de spelers. Want als Afrikanen weten zij niet beter of het jongere broertje moet gehoorzamen aan degenen die vanwege hun leeftijd nu eenmaal hoger in de hierarchie staan. Het beeld van het nationale team als een extended family, een grootfamilie, met aan het hoofd de coach als een vader, die je met veel respect benadert en zeker niet tegenspreekt, sluit naadloos aan bij hun belevingswereld.

Maar ook eigenbelang draagt bij aan de inzet van de jongeren tijdens deze trainingsstage. Spelen in Europa en zeker straks in Amerika biedt hen de kans van hun leven. Tijdens een buitenlandse trip krijgen ze uitbetaald in keiharde dollars in plaats van boterzachte naira. Succes in Senegal en plaatsing voor de WK levert - behalve eeuwige roem - misschien wel een huis en een auto op, wellicht als geschenk van de president in eigen persoon. Bovendien: welke Nigeriaan zou niet in het voetspoor willen treden van Emeka Ezeogu, Stephen Keshi (ex-Anderlecht, nu Strasbourg), Agu Alloy (MVV), Ajah Wilson Ogechukwu (Roda JC), Daniel Omokachi (Club Brugge), Friday Elahor en Uche Ogechukwu (Brondby) en een handvol landgenoten in de Engelse eerste divisie?

Een lucratief contract in het rijke westen betekent veel aanzien en beter eten voor de hele familie thuis. En een probleem voor de bondscoach, die de uittocht met lede ogen aanziet. Westerhof: “Je kunt die stroom niet tegenhouden, hooguit in goede banen leiden. Ik heb zelf enkele spelers een handje geholpen bij hun stap naar een club in Europa. De begeleiding, daar draait het om. Meestal geef ik de raad zo'n jongen zeker een jaar in een gastgezin te plaatsen. Want niets is zo belangrijk voor een Afrikaan als de familie.” Ook op het bondsbureau stelde Westerhof orde op zaken. “We weten nu tenminste waar de spelers precies zitten, we kennen hun achtergrond, we kunnen ze bereiken. En zonder de clausule, dat hij vier dagen voor een interland beschikbaar is, mag er niet een meer het land uit.”

Dat was het grote probleem van het Nigeriaanse voetbal: de organisatie ontbrak. Aan talent geen gebrek, maar iedereen - tot en met de president - bemoeide zich met het nationale team. En dan kon het gebeuren dat een prof uit Europa op de ochtend voor een interland als reddende engel werd binnengehaald in Lagos. De bondscoach: “De verhouding ligt nu half-half. Als we een goede vervanger hebben in eigen land, krijgt die de voorkeur boven een buitenlander. Iedereen moet vechten voor zijn plaats, ook die dure jongens uit Europa.”

Intussen draait in Nigeria voor het tweede jaar een competitie met zestien professionele clubs. Een ontwikkeling die overigens tekenend is voor het Afrikaanse voetbal. Behalve de Noord-Afrikaanse landen en Nigeria kennen nu ook Gabon, Cameroun en Ivoorkust een prof-liga. En de sterke voetbalnatie Ghana zal niet achterblijven.

Organisatie en discipline, dat zijn de toverwoorden waarmee "mister Terrific' de zaken naar zijn hand zet. Met gevoel voor de menselijke en vooral de Afrikaanse kant. Westerhof: “Ik ben zelf ook jong geweest. Gisteren was Emeka Ezeogu jarig. Vragen de jongens of ze een biertje mogen drinken, wat normaal gesproken verboden is tijdens een trainingskamp. Ik heb gezegd: "go ahead, I'll watch you'. Want aan de manier van drinken zie je of ze het vaker doen. En iemand die drinkt, rookt meestal ook.”

Twee jaar heeft de 51-jarige Westerhof nu in alle rust kunnen bouwen aan de vertegenwoordigende elftallen, met inbegrip van de jeugdteams. “In 1995 wil ik stoppen. Dan heb ik na de WK een jaar om alles over te dragen.” Want hij wil voorkomen dat de zaak inzakt na een korte opleving, zoals in Cameroun gebeurde. Dat hij de goede weg bewandelt moet over een maand in Dakar blijken. Emeka Ezeogu: “Het wordt geen gemakkelijk klus. Ik tel zeker acht teams die gelijkwaardig zijn. Behalve Cameroun horen daarbij ook Marokko, Algerije, Tunesië en Egypte. En niet te vergeten Ghana. Misschien ook gastland Senegal. But we can do it, we want to make mister Westerhof a hero.”