Diva

Het ballet heette De Diva. het ging over de laatste jaren van Maria Callas.

Plaats van handeling: de enorme, hoge zaal van het teatro Garcá Lorca, Havanna - het tehuis van het Nationale Ballet van Cuba dat onder leiding staat van, zo zegt mijn reisgids, de wereldberoemde Alicia Alonso. Ze moet nu in de zeventig zijn. Het ballet over het langzaam afscheid is voor haar geschreven, een choreografie van verbijsterende pathetiek. In de eerste scène staat rechts het corps-de-ballet, de bewonderaars, zacht deinend en bijeengeschoven als een boeket bloemen. Links een vleugel met pianist. Voor de vleugel hangt een smalle, zwarte doek die na enige minuten muziek wordt opgetrokken - en daar is Alicia Alonso. Met het houvast van de vleugel maakt ze een reeks korte bewegingen. Daverend applaus, donker.

In de derde scène is ze terug, nu midden op het toneel, in een echt balletpakje met korte rok. Ze wordt omringd door jonge dansers die haar steeds vasthouden. Dan pas dringt het tot me door waarom ze eerst achter een zwarte doek tegen de vleugel geleund stond: ze kon niet meer alleen en zwierig opkomen, dat haalde het breekbare lichaam niet. Ik zie nu ook dat ze eigenlijk niet zelf beweegt. Ze wordt in beweging gebracht door de jonge mannen die haar als een pop aan elkaar doorgeven. Twee keer laten ze haar een pirouette draaien: als een tol tussen hen in. Van verbazing en schaamte krijg ik bijna tranen in de ogen.

Na de voorstelling gaan wij haar op het toneel, achter het dichte gordijn, complimenteren en bloemen brengen. Van dichtbij zie ik hoe oud en klein ze is. Ze is doodmoe en trilt als een hazewind. De ogen staan vreemd scheef in het gezicht dat een masker is van mascara. Naast mij fluistert iemand dat ze zo goed als blind is. Daarom was er in het midden van de toneelvloer dus die dikke, gele streep getrokken. Dan kon ze nog zien waar ze was - behalve dat ze zeker wist dat ze in haar theater was, een stervende zwaan.