Concurrentiestrijd in VS harder dan in Europa

WASHINGTON, 20 DEC. Dat de concurrentiestrijd op de Amerikaanse markt harder is dan op de Europese, hebben veel automobielfabrikanten al tot hun schade en schande ontdekt. Peugeot, Renault en automotorenfabrikant Sterling likken nog hun wonden, nadat ze hun produkten uit de Verenigde Staten hebben teruggetrokken. Japanse auto's hebben de ruimte opgevuld en uitgebreid.

Anders dan de EG is de Amerikaanse markt er een van vrije concurrentie en de meeste Europese automerken moeten het dan afleggen. Alleen Duitse en Scandinavische merken zijn overgebleven en dan vooral de duurdere. Ze moeten met een klein marktaandeel genoegen nemen. Wegens de goede controle van consumentenorganisaties, wijd vertakt over heel het land, is er in Amerika veel informatie over de duurzaamheid van auto's. Amerikaanse consumenten laten merken als hen iets niet bevalt. In consumentengidsen staan de adressen van directeuren van autofabrieken. Volgens Clarence Ditlow van het door consumentenadvokaat Ralph Nader opgerichte Center for Auto Safety, dat klachten bijhoudt, zijn de Europese auto's doorgaans gelijkwaardig aan de Amerikaanse maar inferieur aan de Japanse.

In de jaren zestig en begin jaren zeventig zeventig had de Volkswagen Kever nog praktisch een monopolie op de markt van kleine auto's. De Amerikaanse autofabrieken namen er nog weinig aanstoot aan, want de markt groeide steeds. De expanderende Amerikaanse markt bevond zich nog in de zelfde fase als de Europese nu. Sinds eind jaren zeventig hebben Japanse automerken de markt van kleine auto's overgenomen. Het marktaandeel van Volkswagen is sindsdien verminderd. Een poging om met een fabriek in de deelstaat Pennsylvania vaste voet aan de grond te krijgen mislukte. De daar gebouwde Volkswagen Golf had talloze mankementen, zoals lekkende olie. De fabriek is inmiddels gesloten. De Duitse Golf was beter, maar de laatste jaren zijn er weer veel klachten, zo blijkt uit de Used Car Book. De betrouwbaarheid is beneden het gemiddelde. Het duurt in het goed geïnformeerde Amerika niet lang voor dergelijke moeilijkheden zich uiten in de verkoopcijfers. Op andere klachtenlijsten scoort de Volkswagen weer hoger, maar hij blijft nog achter bij veel Japanse concurrenten. Amerikaanse producenten hebben de produktie van kleine auto's allang overgedaan aan de Japanse concurrenten. Ze brengen Japanse auto's uit onder eigen merknaam. De Honda Accord is met 409.000 in 1991 nu verreweg de best verkopende auto in de Verenigde Staten, gevolgd door de Ford Taurus (297.000).

Op de, wegens de lage olieprijs, belangrijke markt van de grote auto's biedt de Amerikaanse auto-industrie nog redelijke concurrentie aan de Europese. Mercedes heeft nog een redelijke naam maar is inmiddels van de top van de J.D. Power-lijst voor tevredenheid van consumenten verdreven door de goedkopere Japanse luxemerken, Lexus en Infiniti. De BMW staat qua tevredenheid van de consument onder Cadillac en Buick van het vermaledijde General Motors. Advertenties voor BMW maken reclame met de hoge prijs voor statusonderscheid. Maar de tuimeling van Rolls Royce bewijst dat dat argument niet werkt op de lange termijn. Saab en Volvo komen helemaal niet op de toplijsten voor kwaliteit en tevredenheid van J.D. Power voor.

Onfortuinlijk is de geschiedenis van Renault. Eind jaren zeventig vonden de geïmporteerde Renaults 5 gretig aftrek onder de naam Le Car. In 1984 werd de in Amerika met het toenmalige American Motors gebouwde Renault Alliance de auto van het jaar. In 1988 moest Renault zijn fabrieken in de Verenigde Staten achterlaten. De wagen was wel comfortabel - áls ze reed. Renault is in Amerika synoniem met ellende. Ook de Renault 5 bleek niet de duurzaamheid te bezitten die de Amerikaanse consument gewend is. “In Amerika hebben we niet graag Renaults”, zegt elke garagehouder.

Van de eerste modellen waren de koelpompen te hoog aangebracht, zodat de motor bij een iets te gering koelvloeistofpeil of een klein mankement in het circuit meteen heet liep. Bij andere gelegenheden stortte zich de hete vloeistof op de knieën van de passagier.

Vier jaar na de succesvolle introductie van de Alliance moest Renault haar fabriek in Wisconsin sluiten. Gave, roestvrije tweedehands Renaults zijn nu voor een paar honderd dollar te krijgen. Volgens de MIT-groep (Massachusetts Institute of Technology) die industriële processen onderzoekt zijn Europese autofabrieken als Mercedes en Volkswagen nog minder efficiënt dan de Amerikaanse. Het assembleren van Scandinavische en Duitse auto's kost de meeste werkuren. Een ander probleem is het tempo en de kosten van het uitbrengen van nieuwe modellen. Ook daar liggen Amerika en Europa gelijkelijk achterop bij Japan. Een open EG-markt zal voor autofabrikanten dus nog een harde dobber worden.