Biografie van choreograaf Antony Tudor; Klaagzangen uit het isolement

Donna Perlmutter: Shadowplay. The life of Anthony Tudor. Uitg. viking Penguin, 420 blz. Prijs ƒ 70,20

"Jesus of British Grove' werd hij enigszins spottend door de dansers genoemd. Je moest een overtuigde discipel zijn om het vol te houden bij de Brits-Amerikaanse choreograaf Antony Tudor (1908-1987). Bij voortduring beledigde en vernederde hij zijn dansers, zodat uiteindelijk maar een handjevol bij hun "goeroe' bleef. Vaak waren dat ook de dansers met de grootste dramatische capaciteit - die was voor het psychologische werk van Tudor wel vereist.

In Shadowplay schetst de Amerikaanse danscritica Donna Perlmutter het leven van Antony Tudor. Hoewel hij een van Amerika's invloedrijkste choreografen was, kwam Tudor nooit uit de schaduw van zijn tijdgenoten George Balanchine en Frederick Ashton. Hadden zij in het New York City Ballet en het Royal Ballet (Londen) een eigen gezelschap, voor Tudor bleef een dergelijke erkenning uit.

Al in het begin van zijn carrière, toen hij als twintigjarige slagerszoon aanklopte bij het Ballet Rambert in Londen, wedde hij op het verkeerde paard. Voor choreografische ambities was daar nauwelijks plaats, Marie Rambert verkoos de luchthartigheid van de balletten van de jonge Frederick Ashton boven die van zijn serieuzere leeftijdgenoot. Ook bij het American Ballet Theatre, waar Tudor vanaf 1940 zijn geluk beproefde, trof hij in Lucia Chase een onwillige patrones. Vanaf 1948 was hij dan ook voorgoed van vaste dienstverbanden genezen, al maakte hij voor de twee vrouwen zijn beste werk.

Kat en muis

Dat Tudor een buitenstaander bleef in de danswereld, had hij vooral aan zichzelf te danken. De choreograaf was een bikkelhard persoon met weinig gevoel voor tact, en hij joeg alle groten uit de balletwereld tegen zich in het harnas. Zijn biografe wijt deze ongenaakbaarheid niet alleen aan zijn teleurstelling over uitblijvend succes, maar vooral aan zijn schaamte over zijn lage sociale afkomst en zijn homoseksualiteit.

Tegenover Tudor als koele figuur plaatst Perlmutter de gevoeligheid van zijn balletten. Thema's als een klaagzang over een gestorven kind (Dark Elegies), een onbeantwoorde liefde (Pillar of Fire) en een lustmoord (Undertow) maken dat hij wel 'de choreograaf van het menselijk verdriet' werd genoemd. Anders dan bij Balanchine zijn de karakters van Tudor mensen van vlees en bloed. Balanchine houdt met zijn verering van de ballerina als fysiek wezen ("Ballet is woman') vast aan de onwerkelijke droompersonages van het oude ballet.

Perlmutter laat in Shadowplay leven en werk van Tudor soms op wat gekunstelde wijze versmelten. Zo ziet ze in de rollen die hij voor levensgezel Hugh Laing creëert (van onstuimige minnaar tot moordenaar) een weerspiegeling van hun verhouding. Ook worden de kat-en-muisspelletjes tussen de twee uitgebreid uit de doeken gedaan, uitmondend in een ménage-à-trois als Laing in het huwelijk treedt met danseres Diana Adams. Tudor zelf stelt de biografe gelijk met zijn vrouwelijke protagonisten, die in lange elegieën hun isolement bewenen. Op latere leeftijd vindt de choreograaf echter troost in het Zen-boeddhisme, dat zijn levensechte personages verandert in symbolen. Perlmutter vertelt over haar hoofdpersoon niet veel meer dan dit. Wellicht omdat ze de choreograaf en zijn levenspartner nauwelijks heeft kunnen spreken, weet ook zij niet door de koude façade van Tudor heen te breken.