Beetgaar

Als de aardappels te hard zijn, kijken we elkaar aan en zeggen met lange tanden: "Al dente!'. Ook bij te hardmondige kussen wordt deze term gesmoord gehoord. Al dente is Italiaans voor: zo weinig gaar dat je tanden nog moeten werken.

In 1976 omschreef Paul Bocuse het als: “sperziebonen moeten knappen onder de tanden” en Margriet schreef voor bloemkool "bijna gaar' te koken. In 1979 liet Berthe Meijer in NRC Kookboek groente "net aan gaar' koken.

Het probleem was natuurlijk dat halfgaar al een, ongunstige betekenis bezit. Bijtgaar en beetgaar deden zich voor, waarvan ik bijtgaar zou prefereren, in analogie met hamergaar voor warme metalen.

Maar A. Heijn heeft afgelopen woensdag anders beslist. In hun serie opvoedkundige huishoudadvertenties, waarin wij eerder Japans eten en Spaans drinken leerden, stond: “Eet er eens broccoli bij. Beetgaar gekookt en - voor de liefhebbers - een klontje boter, teentje knoflook, zout en peper.” Recepten met "voor de liefhebbers' zijn laf. Natuurlijk, als de liefhebbers een klontje snot en een teentje kaas liefhebben, dan moeten zij dat toevoegen, maar daar lees je geen recept voor. Dat neemt niet weg dat bijtgaar, beetje gaar, bijna gaar, net aan gaar, tandgaar vanaf nu verloren hebben van: beetgaar.