Advocaat al in april over Goldreyer geraadpleegd

AMSTERDAM, 20 DEC. De Amsterdamse wethouder van cultuur, M. Baak, heeft in april van dit jaar, nadat zij had gehoord dat er twijfels waren gerezen over de restauratie van Barnett Newmans schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III, juridisch advies ingewonnen bij de gemeenteadvocaat. Daarna is er overleg geweest met diens kantoor in New York over de te volgen procedure en kreeg Baak het advies het schilderij zo snel mogelijk naar Amsterdam te laten komen voor nader onderzoek.

Dit maakte Baak gisteravond bekend in de tweede termijn van de commissievergadering, die woensdag wegens tijdgebrek voortijdig moest worden afgebroken. De restauratie zal op een later tijdstip nogmaals aan de orde komen in een voltallige raadsvergadering, zo werd gisteren besloten. Dan zal ook duidelijkheid moeten komen over de toekomst van het schilderij. De gemeenteadvocaat zal volgens Baak waarschijnlijk de eerste helft van januari advies uitbrengen over de mogelijkheid van een schadeclaim tegen de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer.

De CDA'er Spit vroeg de wethouder op de raadsvergadering, die waarschijnlijk op 22 januari zal worden gehouden, met gedetailleerde gegevens te komen over de vragen die in april aan de gemeenteadvocaat zijn voorgelegd en de adviezen die daarop zijn gevolgd. Woensdag meldde Baak voor het eerst dat zij al in een vroeg stadium op de hoogte was van een meningsverschil binnen de commissie die de restauratie begeleidde. Directeur dr. W.A.L. Beeren van het Stedelijk Museum had in maart het eindresultaat van de restauratie goedgekeurd, hoofdrestaurateur E. Bracht constateerde dat het was overgeschilderd. Baak besloot niets te doen tot het schilderij in Nederland was. Zij bleef er gisteren bij dat dit een juiste keuze was geweest, mede omdat de kosten zeer hoog waren geworden als het schilderij in Amerika had moeten worden onderzocht.

Een aantal commissieleden vonden dat de wethouder veel te lang had gewacht met het inlichten van de raad en dat zij al actie had moeten ondernemen toen het schilderij nog in Amerika was. “Waarom in april niet aan de bel getrokken?”, vroeg commissielid R.L. Spier (VVD). Zij vond dat de vertegenwoordiger van de wethouder in de begeleidingscommissie, de directeur van de afdeling kunstzaken, duidelijk had gefaald. “Hij had mede moeten onderkennen op wat een cruciaal moment de zaak zich bevond”, aldus Spier.

Kritiek was er ook op het feit dat Beeren herhaalde malen het “goed en bevredigend” over de restauratie had uitgesproken. C. Hulsman (Groen Links) vond dat de wethouder Beeren op dat punt de mond had moeten snoeren, omdat die uitspraken een negatief effect zouden kunnen hebben op een eventuele schadeprocedure.

Beeren bleef ook gisteren bij zijn oordeel, dat de restauratie uit artistiek oogpunt geslaagd was. Hij zei dat hoofdrestaurateur E. Bracht inmiddels een eerste onderzoek naar de mogelijkheid om het door Goldreyer gebruikte alkyd weer te verwijderen, heeft afgerond en aan de wethouder heeft voorgelegd. Het gaat nu, zei Beeren, om de vraag of er "magere' dan wel "vette' alkyd is aangebracht, want “het ene is makkelijker te verwijderen dan het andere”. De museumdirecteur zei dat hij het Gerechtelijk Laboratorium heeft ingeschakeld om dat te onderzoeken.

De meeste fracties waren het eens met het op 10 december geuite standpunt van B en W, dat de procedure die leidde tot de keuze voor Goldreyer zorgvuldig is geweest.