Zweedse stadsantropoloog Ulf Hannerz op sight seeing in Amsterdam; ”Wat er in Amsterdam gebeurt, zie je in een stad als New York in het kwadraat'

Het plan was om de Zweedse cultureel antropoloog Ulf Hannerz te verleiden tot een wandeling door Amsterdam. Dat zou nog eens mooi zijn - een geleerd man die alle continenten bereisd heeft en die langdurig veldwerk heeft gedaan in steden in de Verenigde Staten, Engeland, Nigeria en op de Caraiben, en ik als jonger en minder ervaren antropologe aan zijn zij om Amsterdam door zijn ogen te zien.

Het mocht niet zo zijn. Ulf Hannerz, op zich wel te porren voor een city walk, heeft er de rust niet voor. Nog maar drie dagen resten hem om zijn lezing over Amsterdam voor te bereiden waarvoor hij door het Centrum voor Grootstedelijk Onderzoek, samen met zijn vrouw en collega Helena Wulff, naar Nederland is gehaald. Op kosten van dit centrum hebben ze een maand een appartement in de Amsterdamse binnenstad betrokken, en zijn van daaruit dag in dag uit erop uitgegaan om Nederlandse stadsonderzoekers te ontmoeten, maar vooral om urenlang door Amsterdam te lopen. Nu het uur nadert waarop hij de organisatie waar voor haar geld moet geven, wordt hij toch een tikje zenuwachtig en komt niet van zijn schrijftafel vandaan.

Ulf Hannerz heeft al heel wat grenzen binnen de culturele antropologie helpen slechten. Halverwege de jaren '60, toen de meeste antropologen nog naar verafgelegen exotische oorden trokken om kleine homogene gemeenschappen te bestuderen, hoorde hij tot de eersten die de culturele variatie binnen Westerse samenlevingen begon te bestuderen. De hoogblonde Zweed trok naar Washington DC en woonde daar twee jaar in een zwart ghetto. In 1969 verscheen zijn Soulside; Inquiries into Ghetto Culture and Community, inmiddels een ”classic' binnen de stadsantropologie.

Tien jaar en vele buitenlandse reizen later, schreef hij Exploring the City, het handboek waarmee jongere stadsonderzoekers worden opgeleid. Hannerz typeert de meer traditionele antropologen in dit boek als een ”agorafobisch stelletje' (agorafobie is pleinvrees, ruimtevrees) dat de steden angstvallig vermijdt. En dat terwijl stedelijkheid tegenwoordig een niet weg te denken element van vrijwel elke beschaving vormt.

Transnationale cultuur

Nu, nogmaals tien jaar later, komt in de Verenigde Staten zijn Cultural Complexity uit. Weer moeten antropologen van Hannerz groter gaan denken, ditmaal over de fenomenen globalization en ”transnationale cultuur'.

Hannerz: ””Antropologen verrichten over het algemeen onderzoek op lokaal niveau naar duidelijk afgebakende en intern homogene samenlevingsverbanden. Ik vind dat we ook moeten kijken naar de netwerken die mensen in verschillende plaatsen met elkaar verbinden, en die zich niet storen aan landsgrenzen. Toerisme en telecommunicatie hebben ertoe bijgedragen dat het sociale netwerk van steeds meer mensen niet beperkt blijft tot de plek waar ze wonen. Ook zie je binnen bepaalde beroepssectoren een toenemende druk om over de grenzen te kijken. Voor fotografen geldt bij ons in Stockholm bij voorbeeld dat ze niet voor vol tellen en op niveau aan de slag kunnen zonder een New Yorkse periode.

””Veel mensen hebben tegenwoordig persoonlijke relaties over de grenzen. Hoeveel mensen hebben niet een of meer familieleden op een ander continent? Hoe houden zulke families hun familieverband in stand? En de migranten, ontlenen zij hun identiteit aan het land waar ze vandaan komen, of assimileren ze in het nieuwe land en brengen ze die invloed in hun familienetwerk? Soms zelfs treedt er kettingmigratie op, waarbij meer familieleden de overstap wagen als ”een van hen' het in het nieuwe land goed doet. We moeten cultuur niet langer vastpinnen op een bepaald gebied. Cultuur is in de eerste plaats een kwestie van sociale relaties, en slechts indirect verbonden met bepaalde territoria.''

Hoe heeft Hannertz zijn maand Amsterdam benut? Heeft hij - in lijn met Soulside - een Amsterdamse buurt opgezocht en zich een indruk gevormd van de normen en waarden, de levenswijze en de materiële cultuur van de mensen ter plekke? Heeft hij - voortbordurend op Exploring the City - getracht een beeld gekregen van ”de stad als geheel'? Of was hij - aansluitend bij zijn meest recente werk - vooral geïnteresseerd in Amsterdam als deel uitmakend van de global ecumene, van de wereldgemeenschap? Als het achter die schrijftafel allemaal lukt zoals het Hannerz voor ogen staat, dan herbergt zijn verhaal over Amsterdam elementen uit alle drie de fasen uit zijn loopbaan.

Met zijn vrouw Helena Wulff, die promoveerde op een onderzoek onder zwarte en blanke tienermeisjes in Londen, deelt Ulf Hannerz zijn belangstelling voor de levenswijze van de zwarte minderheden van de bevolking. Anders dan doorsnee-toeristen die de grachtengordel, de Nieuwmarktbuurt en de Wallen doorkruisen, trokken Wulff en Hannerz keer op keer naar de Amsterdamse Bijlmer.

Hannerz: ””Bijlmermeer: de tweede stad van Suriname, genesteld in de grootste stad van Nederland. We hebben er uren gelopen en als sponzen alle nieuwe indrukken opgezogen. Je kunt het natuurlijk geen onderzoek noemen wat wij daar de afgelopen weken deden. Het was meer een soort antropologische sightseeing. We bekeken hoe de mensen er wonen in die afgetakelde tien-verdiepingen-flats. We neusden tussen de exotische spullen in de supermarkt van Hi-Lo, en we keken welke etnische ondernemers in de Bijlmer hun speciale diensten aanbieden. Verder volgden we vanaf ons cafétafeltje bij het raam het doen en laten van de jongeren die er soms in gemengde clubjes en soms in zwarte groepjes rondhangen op de hoek van de straat.

””Ook andere grote Europese steden hebben hun zwarte bevolkingsgroepen die afkomstig zijn uit voormalige koloniën: Parijs heeft zijn Senegalezen, Londen zijn Jamaicanen, Lissabon zijn mensen uit Goa. Wat het geval van de Surinamers toch wel heel bijzonder maakt, is dat ze na de onafhankelijkheid van Suriname met hun Nederlandse paspoort hebben kunnen kiezen waar ze wilden wonen. Maar liefst een derde van de Surinaamse bevolking trok naar Nederland, en een groot deel van die mensen woont in de Bijlmermeer. De meeste Surinamers die in de jaren '70 naar Nederland zijn gekomen, hadden een zeer beperkte scholing en waren niet direct wat je noemt kosmopolieten. Vooral veel volwassenen konden in Amsterdam niet wennen aan het hoge tempo, de enorme heterogeniteit en het overdonderend ”vreemde' van de stad. Zij trokken zich terug in hun familie- en vriendennetwerken en in de Evangelische Broedergemeente.

””De jongeren waren - zoals het overal gaat - sneller om de nieuwe omgeving te gaan verkennen. Jongens deden dat vooral door op straat en in publieke ruimten rond te hangen en door op die manier in contact te komen met autochtone Amsterdamse jongens. Surinaamse en Hollandse meisjes raakten ook bevriend, maar kwamen als vriendinnen vaker bij elkaar thuis. Op die manier zijn Surinaamse meisjes over het geheel vertrouwder geraakt met de meer huiselijke aspecten van het Hollandse leven. Fascinerend vind ik - en daar zie je de globalization weer om de hoek komen - hoe Surinaamse jongeren door hun keuze voor bepaalde stijlgroepen mee vorm geven aan transnationale zwarte jeugdculturen. Met Livio Sansone, een Italiaanse antropoloog die onderzoek heeft gedaan onder Surinaamse jongeren in Amsterdam, spraken we over de Rasta's in de Bijlmer. In Paramaribo was geen Rastafari-beweging, en ook in Amsterdam was deze subcultuur onbekend totdat Bob Marley en zijn Wailers in 1976 voor een concert naar Amsterdam kwamen. Er ontstonden in Amsterdam toen groepen van Surinaamse Rasta's, die af en toe naar Londen gingen om daar Nederlandse marihuana te ruilen voor Rasta-hoofddeksels, badges en platen. Net als Rasta's elders zochten zij de puurheid van hun Afrikaanse roots, maar ze gaven daar een typisch Surinaamse draai aan. Tot verbijstering en soms zelfs walging van hun ouders begonnen ze zich te identificeren met de Bosnegers, die in Paramaribo beschouwd werden als achterlijke plattelanders. Ideeën en symbolen hebben hun weg afgelegd van Kingston op Jamaica via Londen naar Amsterdam, en inspireren daar tot een weemoedige kijk op de bush achter Paramaribo. Het is niet bepaald de kortste route van een Caraibische plek naar een andere, maar het is wel de manier waarop centrum-periferie-relaties werken. Steden zijn geen centra omdat ze de bron zijn van alle dingen, maar vooral omdat ze de plaatsen van uitwisseling zijn. Grote steden als de schakelborden van cultuur.''

Centrumbewoners

In Amsterdam laten zich processen onderscheiden die ook in andere grote steden waarneembaar zijn. Na een periode waarin iedereen die het kon betalen de stad verliet, is er al weer sinds de jaren '80 een omgekeerde beweging gaande. Stadsonderzoekers spreken hier van gentrification. Relatief welgestelde mensen betalen steeds hogere prijzen om in de mooie panden in de oude binnensteden te wonen. Deze centrum-bewoners zijn vaak alleenstaand of vormen stellen waarvan beide partners werken. Geld genoeg, maar weinig tijd om het huis schoon te maken, te wassen en te koken.

Hannerz: ””Wat je ziet gebeuren is dat de vraag naar dienstverlening groeit. Pizza-besteldiensten, restaurants, wasserettes die de boel thuis halen en bezorgen, schoonmaaksters, avondwinkels. Deze dienstverlening biedt weer werk aan relatief laaggeschoolde werkers. Wat er in Amsterdam gebeurt, zie je in een stad als New York in het kwadraat. Migranten nestelen zich zowel op hoog als op laag niveau. Op hoog niveau moet je daarbij denken aan bankiers, aan employees van grote bedrijven, aan de leden van een internationale academische elite. Op laag niveau gaat het om de immigranten die uit armer streken op de rijkdom afkomen. Zij komen omdat de rijken er zijn. In New York zie je zo generaties arme immigranten uit Latijns-Amerika en de Caraiben opgroeien om later de hogere klassen te gaan dienen.''

Toch wordt in Amsterdam - in tegenstelling tot veel andere steden - niet de hele binnenstad opgeslokt door het grote geld. Hannerz: ””De specifieke architectuur van een stad biedt mogelijkheden en beperkingen aan het sociale leven dat er geleid wordt. In Stockholm waar wij wonen, in Frankfurt, maar ook in Rotterdam dat zijn hart in de oorlog is kwijt geraakt, zie je dat je veel kapitaal nodig hebt om er in het centrum een onderneming te beginnen. In Amsterdam, Lissabon, Kopenhagen heeft de binnenstad veel verschillende functies en valt er ook voor de minder kapitaalkrachtige ondernemers wel ergens een plekje te veroveren. In Amsterdam, there are holes in the wall for everybody.''

Amsterdam heeft - net als andere grote steden in de wereld - deel aan het proces van globalization waarnaar Hannerz' interesse tegenwoordig uitgaat. Hoewel sommige denkers op dit gebied ertoe schijnen te neigen om alleen New York, Londen, Parijs en Tokyo te beschouwen als wereldcentra die er toe doen, is dat niet Hannerz' opvatting: ””De global culture is multi-centrisch, en elk van die centra deelt bepaalde kenmerken met de andere centra maar is in andere opzichten uniek of slechts met enkele andere steden te vergelijken. Ik zie bij voorbeeld veel overeenkomsten tussen Amsterdam en Lissabon. Beide steden zijn vroeger het hart van een wereldrijk geweest en de herinnering aan die periode is in deze twee steden nog steeds levend. Beide steden hebben hun eigen mensen zien uitvaren over de wereld en hebben op hun beurt onderdak geboden aan mensen uit andere werelddelen. Amsterdam heeft door de eeuwen heen groepen mensen aangetrokken die in eigen land geen leven hadden. Dat geldt voor zowel religieuze als etnische minderheden. Ook de dekolonisatie van het huidige Indonesië en Suriname heeft grote aantallen migranten naar de stad gebracht. De aanwezigheid van migranten is een van de manieren waarop transnationale cultuur ontstaat. Migranten worden beïnvloed door hun nieuwe omgeving, maar geven die ook weer hun kleur mee. Naast de kraam met haring-met-uitjes staat die met loempia en saté. Behalve de migranten hebben ook het toerisme, de grote multinationale ondernemingen en de media bijgedragen aan het karakter van Amsterdam als wereldstad, en daarmee aan de globalization.''

Zijn vrouw Helena heeft de uiteenzettingen van Hannerz instemmend aangehoord, maar wil nu toch iets toevoegen. Helena Wulff: ””Het intrigerende in Amsterdam vind ik die combinatie van wat jij net beschrijft... die geschiedenis als hoofdstad van een remembered empire en die traditie als tolerante stad voor mensen van over de hele wereld... met het onmiskenbaar calvinistische dat je hier ook ziet. Het is hier erg rustig op zondag en bijna alle winkels zijn dicht. Zoiets doet ineens helemaal niet werelds aan.''

Informatietechnologie

De dag voordat ik Hannerz en zijn vrouw ontmoet, laat NOS-Laat de Amerikaanse filosoof Naisbitt aan het woord, die vanuit zijn op drieduizend meter hoogte gelegen woning in Colorado contacten met mensen over de hele wereld onderhoudt. Volgens Naisbitt hebben de steden hun langste tijd gehad. Door de informatietechnologie hoeven mensen in de toekomst niet meer bij elkaar te wonen om hun werk te doen en om contacten met elkaar te onderhouden. Wat vindt Hannerz van die voorspelling?

Hannerz: ””De economische noodzaak om in de buurt van anderen te wonen, wordt voor bepaalde categorieën werkers misschien minder. Maar daar staat tegenover dat steden vertier bieden dat je niet met apparatuur in huis kunt halen. Niet voor niets gaan grote steden zich tegenwoordig steeds meer profileren als ”fun cities', als steden waar je goed kunt eten en waar je gerenommeerde musea en festivals kunt bezoeken. Bovendien: communicatie tussen mensen is toch veel meer dan het uitwisselen van mededelingen? Oogcontact, geur, aanraking, houding, uiterlijk... Jij had me best telefonisch wat vragen kunnen stellen, maar je bent toch ook speciaal hier naartoe gekomen om te zien wat voor vlees je in de kuip had?''