Zuid-Afrika zet zijn geschiedenis recht

JOHANNESBURG-KAAPSTAD, 19 DEC. Bij de laatste Nationale Conventie in Zuid-Afrika, van 12 oktober 1908 tot 11 mei 1909, waren er zwarten in de zaal. Zij serveerden de thee. Intussen brachten de 33 blanke delegatieleden het Brits Boerenverbond van de Unie van Suid-Afrika tot stand.

De vier Britse kolonies Transvaal, Oranje Vrijstaat, Kaapland en Natal werden samengevoegd tot een blanke eenheidsstaat. Over de naturellekwessie sloot de Britse heerser een ver strekkend compromis met de Afrikaners: de zwarte bevolking kreeg geen stemrecht.

Morgenochtend wandelen voor het merendeel zwarte delegaties van bevrijdingsbewegingen, politieke partijen en thuislanden het World Trade Centre in Johannesburg binnen voor de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa). Ze beginnen in een tweedaagse sessie samen met aparte delegaties van de regering en de Nationale Partij officieel met het opruimen van de erfenis van 1908-1909 en wat er daarna mis ging.

Codesa is breed van opzet, maar geen vertoon van nationale eenheid. Daarvoor is het aantal afvallers te groot. De belangrijkste is Chief Mangosuthu Buthelezi, de leider van de Inkatha Vrijheidspartij (IFP). Hij trok zich gisteravond als persoon beledigd terug, omdat koning Goodwill Zwelithini van de Zulu's - die de machtsbasis van Inkatha vormen - en de regering van zijn thuisland KwaZulu niet met een eigen delegatie zijn uitgenodigd. Het is nog niet duidelijk of de IFP als partij wegblijft. Waarschijnlijk komt Inkatha morgen zonder Buthelezi naar de Conventie.

Andere wegblijvers zijn de extreem-rechtse blanke partijen, zoals de Konservatieve Partij en de Afrikaner Weerstandsbeweging, die weigeren mee te onderhandelen zonder een garantie-vooraf voor een eigen staat. Hun toekomstgeloof heet nu “de taal van het geweer” te zijn.

Het is niet uitgesloten dat weglopers en -blijvers tijdens het proces toch aanschuiven. Nadat eerder ter linkerzijde Azapo het liet afweten, besloot deze week het radicale Pan Afrikaans Congres (PAC) zich terug te trekken, omdat het Afrikaans Nationaal Congres en de Nationale Partij samen de Conventie te veel zouden dicteren. Het leidde tot een breuk. Een afsplitsing van de partij heeft aangekondigd wel de Conventie te zullen bijwonen.

Codesa moet het eens worden over een nieuwe grondwet, die Zuid-Afrika omvormt van een "pigmentocratie' tot een democratie. De blanke huidskleur zal niet langer het entreebewijs tot het stemlokaal zijn. Sinds de toespraak waarin president De Klerk de breuk met de apartheidspolitiek aankondigde heeft het de partijen 22 maanden gekost om naar de onderhandelingstafel te komen. Intussen kwam er een hergroepering van politieke krachten op gang en zette het Afrikaans Nationaal Congres, dat zichzelf ziet als een regering in de wachtkamer, een politieke organisatie op poten.

President De Klerk kreeg tot onbegrip van veel zwarten in hoog tempo internationale erkenning voor zijn hervormingspolitiek. Hij reisde de wereld rond en haalde Zuid-Afrika uit de jarenlange quarantaine. De sancties van de internationale gemeenschap werden versoepeld. Binnenslands groeide het politiek geweld en haalden vredespogingen weinig uit. De economie liep vast. De regering-De Klerk bleef regeren, maar in een politiek vacuüm met onduidelijke krachtsverhoudingen tussen de politieke hoofdrolspelers.

André du Toit, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Kaapstad, maakt zich zorgen over de gang van zaken. “Dit is niet zo'n logisch proces”, zegt hij, “we zitten als burgers te wachten op de deals die de politici sluiten. Maar we hebben niet voor ze kunnen kiezen. Ik heb er daarom geen vertrouwen in dat Codesa het politieke geweld kan stoppen.”

Du Toit pleit dan ook voor verkiezingen in enige vorm op korte termijn. Anderen beweren dat Zuid-Afrika door het geweld en de intimidatie op dit moment niet toe zou zijn aan verkiezingen. “Iedereen weet dat dit een kritieke periode is. Er zijn geen verkiezingen, maar de politieke groeperingen moeten wel hun eisen stellen en hun positie markeren. Zo lang je geen electoraal proces hebt, gaat het politiek geweld door en zal het zelfs erger worden. En als het nu niet zou kunnen, waarom over twee jaar dan wel?”

Het ANC gaat de onderhandelingen in met de eis van een gekozen grondwetgevende vergadering, maar de Nationale Partij wil haar positie niet zo vroeg in het proces uit handen geven. Politieke waarnemers duiden op een mogelijk compromis: Codesa stelt het raamwerk van een grondwet op, en een gekozen lichaam regelt de details en neemt de constitutie aan. Intussen zou het ANC in in een interim-regering met de NP zitting nemen.

Ook daartegen heeft Du Toit bezwaar. “Ik mis een ingebouwde garantie voor de overgang naar een volledige democratie. Zonder het vooruitzicht van verkiezingen kan zo'n regering van ANC, Nationale Partij en misschien Inkatha gewoon doorregeren. Dan krijg je een non-raciale oligarchie als post-apartheidsstructuur”.

De opening van Codesa is vooral ceremonieel, met veel toespraken en gebed. Het echte werk wordt daarna in vijf werkgroepen gedaan. Deze buigen zich vanaf eind volgende maand over het klimaat voor politieke participatie (feitelijk: beëindiging van het politiek geweld), constitutionele uitgangspunten en grondwetgevend lichaam (wel of geen gekozen grondwetgevende vergadering), een interim-regering, de toekomst van de thuislanden Transkei, Boputhatswana, Venda en Ciskei en de invoering van de besluiten van Codesa. De partijen zijn het erover eens dat Codesa zelf zijn besluiten omzet in ontwerp-wetgeving, die de regering zal voorleggen aan het parlement. Daarmee doet feitelijk al een vorm van interim-bestuur zijn intrede.

De bedoeling is in de openingssessie een plechtige intentieverklaring aan te nemen over de grondslagen van een nieuwe constitutie. Sommige uitgangspunten (zoals een non-raciale, democratische eenheidsstaat en een scheiding van machten) behoren tot ieders gedachtengoed, maar de Nationale Partij wilde ook de markteconomie met minimale staatsinvloed als principe vastleggen. Daar voelt het ANC niets voor. “Over de economie onderhandel je niet bij grondwetsbesprekingen”, zegt een hoge ANC-beleidsmaker, “dat is het terrein van een nieuwe regering.”

De staat van de economie plaatst de besprekingen onder grote druk. De economische prestaties van Zuid-Afrika zijn zeer pover: een lage groei, een hoge inflatie, uitblijvende investeringen en een hoge werkloosheid. Dit jaar kan maar één op de tien schoolverlaters een baan krijgen in de formele economie. Wat er ook voor constitutionele afspraken worden gemaakt, als een nieuwe regering de economie niet op gang krijgt, zal de hoop van de zwarte bevolking op meer welvaart niet uitkomen. Du Toit: “Als het proces stukloopt zal het land een hele hoge prijs betalen. Er is grote druk van het bedrijfsleven op de regering om op te schieten. Er moet een economische ommekeer komen. De partijen weten dat ze haast moeten maken”.

Veel zal bij de onderhandelingen afhangen van de onderlinge verstandhoudingen. De relatie tussen president De Klerk en zijn mogelijke opvolger Nelson Mandela, die morgen de delegaties van Nationale Partij en ANC aanvoeren, is na de aanvankelijke bijna-vriendschap bekoeld. De leiders hebben elkaar in het openbaar hard aangevallen. Het bevreemdt Du Toit niet dat bij de voortgang in het proces de leiders meer partijpolitiek gaan opereren.

“Ik denk dat De Klerk nog steeds volledig toegewijd is aan zijn hervormingspolitiek. Hij is alleen niet van plan zichzelf uit de macht te manoevreren. Hij lijkt met tamelijk veel vertrouwen zijn kaarten uit te spelen, opdat hij met zijn partij uiteindelijk een belangrijke rol behoudt. Daarbij zal hij als politicus natuurlijk posities overwegen om op terug te vallen, wanneer het misgaat en het politiek geweld uit de hand loopt. Dat kan nog altijd een noodtoestand of enige vorm van militair bewind zijn.”