Wethouder wist dat Newman wellicht was overgeschilderd

AMSTERDAM, 19 DEC. De Amsterdamse cultuurwethouder M. Baak (D66) wist al in maart van dit jaar dat het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III mogelijk was overgeverfd. De wethouder besloot echter niets te doen en met nader onderzoek te wachten tot het schilderij terug was in Amsterdam en ook de rapportage van de restaurateur beschikbaar zou zijn. Zij zei dat gisteren in de vergadering van de commissie voor cultuur over de restauratie. Omdat de tijd die de commissie ter beschikking had, te beperkt bleek, werd besloten de vergadering vanavond voort te zetten.

De raadsleden A. Grewel (PvdA) en R.L. Spier (VVD) vroegen zich met verbazing af waarom Baak als politiek verantwoordelijk bestuurder niet had gereageerd. Spier wilde weten waarom niemand naar New York was afgereisd om de zaak te onderzoeken, nadat restaurator E. Bracht van het Stedelijk in maart had geconstateerd dat het doek was overgeschilderd. Baak: “Mij is gezegd dat er twee opvattingen waren. Het leek mij goed als de commissie de zaak grondiger zou bestuderen wanneer het schilderij weer in Amsterdam zou zijn en ondertussen het eindoordeel zou opschorten. Ik vond dat een zorgvuldige aanpak. Je kunt zoiets niet snel bestuderen op een achternamiddag.”

Grewel bleef zich afvragen waarom Baak niet had laten uitzoeken wie er gelijk had. “Nu is de zaak verder gesukkeld tot deze commissie zei dat er een onafhankelijk onderzoek moest komen”, aldus Grewel. “Of heeft u een van de meningen de voorkeur gegeven door toe te staan dat Beeren het schilderij in ontvangst nam en er ontroerd voor stond?”

Baak: “Wat u voortsukkelen noemt, was voor mij het ruimte geven aan de begeleidingscommissie om de verschillende inzichten verder te onderzoeken”.

D66-raadslid E. Bakker wilde weten waarom Beeren in zijn rapportage schrijft dat de commissie de handelingen van Goldreyer "tot' de laatste fase had goedgekeurd en niet tot en met die fase, het schilderen van de voorkant van het doek. “Tot en met de voorlaatste fase is de restauratie aandachtig gevolgd en goed bevonden. Op grond daarvan kon je ook de laatste fase met vertrouwen tegemoet zien”, aldus Baak, die zei steeds vertrouwen te hebben gehad in de begeleidingscommissie. “De afgelopen anderhalf jaar heb ik waargenomen dat het personeel in het Stedelijk Museum met veel inzet en zorgvuldigheid bezig is. Er was geen aanleiding aan te nemen dat het met de restauratie niet zo zou zijn.”

De commissieleden vroegen ook om meer duidelijkheid over de overschrijding van de begroting. In 1987 had de gemeente een bedrag van 517.000 gulden uitgetrokken, gebaseerd op een restauratie in eigen huis. Uiteindelijk bedroegen de kosten 814.000 gulden omdat het doek naar New York ging. Toen had er volgens Baak een aanvullend krediet moeten worden aangevraagd. Dat is echter niet gebeurd. De overschrijding van drie ton wordt voor een groot deel opgevangen binnen de begroting van het museum.

Het recente onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium was “een collegiale dienst” waarvan de kosten, vijf- tot zesduizend gulden, niet worden doorberekend.

Hoofdrestaurateur Bracht heeft volgens Baak de houdbaarheid en de omkeerbaarheid van de restauratie onderzocht. Over het resultaat wilde zij echter nog niets zeggen.

Voor de commissievergadering begon, werd een videofilm vertoond van de eerste fase van de restauratie. Er waren uitgebreide beelden te zien van het verdoeken, maar de film stopte op het moment dat de omstreden laatste fase begon, het zetten van rode puntjes, dan wel het overschilderen van het doek.

Beeren reageerde gisteren tijdens de vergadering, waar alle vier leden van de begeleidingscommissie bij aanwezig waren, met bitterheid op de in de media geuite kritiek. “Het lijkt er bijna op dat de dader op meer sympathie kan rekenen dan wij die ons inspannen om een vorm van herstel te bereiken”, zei hij. “Ik pas ervoor om in de hoek te worden geschoven van goedwillend, maar niet ter zake kundig, niet kijkend en niet onderscheidend.”

In een brief aan Beeren dinsdag schreef Goldreyer: “U was buitengewoon tevreden met het eindresultaat. Ook mevrouw Newman was er zeer gelukkig mee. Plotseling verschenen daar Van de Wetering en mevrouw Bracht - en het geluk veranderde in een three ring circus. Alstublieft, wij wensen niet betrokken te worden bij interne politieke aangelegenheden”.