"Volkskarakter'

In zijn beschouwing "Germania inferior' als Nederlands schrikbeeld (NRC Handelsblad, 17 december) poogt Walter Goddijn een schets te geven van een verondersteld Nederlands volkskarakter. Deze constructies lijden vaak aan het euvel dat de opgesomde componenten van het veronderstelde volkskarakter voor een (groot) deel ook bij andere volken zijn te vinden waardoor als vanzelf de vraag wordt geschapen of het beschreven karakter exclusief typerend voor ons volk is.

Goddijn haalt een Nijmeegs onderzoek aan waarin men tot de veronderstelling kwam dat in het oog lopende kenmerken van Nederlanders zijn: tolerantie, moralisme (vroomheid), utilitarisme, efficiëntie, ijver, zachtzinnigheid, egoïsme en gebrek aan emotie, sympathie en gevoel voor anderen. Zou men onvoorwaardelijk geloof hechten aan zo'n opsomming, dan komt men tot de conclusie dat Nederland niet anders dan door een verzameling engelen wordt bevolkt. Bovendien kan men sommige componenten ook bij andere volken aanwijzen waardoor het typisch Nederlandse van het beschreven "volkskarakter' dubieus wordt. De componenten tolerantie, utilitarisme en sympathie en gevoel voor anderen zijn ook bij de Engelsen vrij geprononceerd.

Het overgrote deel der Nederlanders heeft een broertje dood aan mensen die hun overtuiging uitdragen en daarbij gaan schreeuwen. De Nederlandse politieke geschiedenis is merkwaardig arm aan Duce's en Führers; vandaar ook dat de NSB altijd bijzonder weinig aanhang had. Politieke exaltatie is hier zeldzaam, om niet te zeggen afwezig. De meeste Nederlanders zijn ongevoelig voor hiërarchische verhoudingen; iemand die teveel op zijn strepen gaat staan - ook al zou zijn positie hem daartoe in staat stellen - wordt weinig gewaardeerd. Ook is typerend voor ons volk dat men zijn eventuele rijkdom niet op ostentatieve wijze openbaar maakt. Maar dat laatste ziet men ook bij de Engelsen waar "showing off' zeer negatief wordt beoordeeld. Aan protserigheid hebben Nederlanders van allerlei rang en stand een hekel.