Tucht

Oom Karel leerde mij schaken, zo'n oom was het. Oom Karel woonde en werkte op Valkenheide. Valkenheide was prachtig. Ik logeerde er met mijn nicht, de eerste vrouw waarmee ik samen in één bed sliep. Valkenheide was een tuchtschool. Het leek een park met huizen opgetrokken in de prachtige Hollandse spitse-dakenstijl van voor de oorlog, en met door berken omzoomde lanen van grind.

Er stond een enorm hek omheen, een hek om deze prachtige wereld te beschermen tegen de buitenwereld dacht ik, maar het diende te voorkomen dat de jongens, zoals Oom Karel ze noemde, konden ontsnappen.

Ik zag ze in de verte lopen, de jongens, in blauwe overalls. Ze zagen er tevreden uit, maar er was een gevangenis of een aantal cellen waarin ze opgesloten konden worden in geval van wangedrag. Die staan natuurlijk altijd leeg, vroeg ik oom Karel. Nou, niet altijd, zuchtte hij. Valkenheide is er nog, maar het hek is weg.

Het hek is, vermoed ik, in de jaren zestig verdwenen. Toen werd de wereld Spockiaans: the world according to Spock. Kinderen konden niet langer verantwoordelijk worden gesteld voor hun wangedrag. Zij waren produkt van hun opvoeding. Bij de opvoeding diende hun welbevinden centraal gesteld te worden en niet dat van ouders, de maatschappij, de gevestigde orde. Wat waren de juiste normen en waarden, die de kinderen moesten leren? De kinderen toen, wij dus, hadden gelijk als ze autoriteit, gezag en macht ter discussie stelden.

"Ha, kankerlul' was de titel van een artikel in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant (Tom-Jan Meeus, 24 augustus): het verslag van een vakantiekamp voor laten we zeggen moeilijke kinderen. Het artikel beschrijft het wangedrag van de kinderen in detail en geeft de wijde grenzen aan, die de leiding stelt aan dit gedrag: ""Voor het overige moeten de kinderen vooral doen wat ze willen''. De leiding bestaat uit vrijwilligers, vast heel aardige mensen.

Kees is mijn achterbuurman. Kees is een moderne Oom Karel: hij geeft les aan een ZMOK-school. Vol bravoure weet hij te vertellen over de vechtpartijen met z'n leerlingen. Hij heeft veel meer lef dan ik, ik moet er niet aan denken: bedreigingen en fysiek geweld. Dat is de enge boze onderwereld die reikt van de grotestads-mavo tot Marokkaanse jeugdbendes, van stickies tot in elkaar getremde Bulldog bezoekers, van pleegkinderen tot heroïnehoeren.

Kees heeft zeeën van tijd want hij hoeft geen lessen voor te bereiden. Dat klopt niet, denk ik. Zijn probleem is veel groter, ingewikkelder dan het mijne, dan dat van een eerstegraads luxeleraar. Hij zou dag en nacht aan het werk moeten zijn. Maar dat is niet terecht, want Kees krijgt minder dan de helft van mijn salaris voor veel moeilijker werk.

Waarom hevelen we niet wat geld over van de luxe hoeken in het onderwijs naar het onderwijs aan moeilijke kinderen? Misschien komt er dan na veel studie en onderzoek weer een hek rond Valkenheide: een hek voor de jongens. Of voor ons, de maatschappij?