Technologiebeleid zonder technologen

Velen in Nederland roepen om technologiebeleid, ter handhaving en versterking van onze concurrentiepositie, en daardoor van welvaart en welzijn. Maar is er een technologiebeleid mogelijk zonder technologen?

Elke week is wel de klacht te horen of te lezen dat de belangstelling voor studie en werk in de sfeer van techniek èn natuurwetenschappen te gering is: klachten van de overheid, het bedrijfsleven, de SER, de lerarenopleidingen, de wetenschapsorganisaties, de universiteiten. Ook de recente beleidsstukken van minister Ritzen, het Hoger Onderwijs en Onderzoekplan 1992 en de beleidsnotitie versterking technisch-wetenschappelijk onderwijs, staan er vol van.

Ontroerend vaag

De pleidooien voor cultuuromslagen op dit punt zijn even talrijk als ontroerend vaag. Oplossingen worden steeds in één enkele hoek gezocht. Zelden wordt gewezen op tenminste drie factoren, èn hun onderlinge relatie.

1 Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO): wis-, natuur- en scheikunde zijn in sterke mate selectieve vakken geworden. Waar vroeger latijn, wiskunde en Frans als zodanig plachten te fungeren, zijn nu de drie genoemde bètavakken, en in het bijzonder wiskunde-B en natuurkunde, het selectiemiddel bij uitstek. En dat in een situatie waarin juist in deze vakken een gebrek aan goede, motiverende leraren bestaat. Voor de scheikunde sloeg onlangs een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen juist op dit punt alarm. Gevolg van dit VWO-patroon: een te gering aantal leerlingen kiest een volledig bèta-pakket. Volgens voorlopige cijfers: slechts circa 40% van de jongens en 20% van de meisjes.

2 De lerarenleveranciers, te weten de lerarenopleidingen en, daarachter, het ministerie van onderwijs en wetenschappen. Te weinig leraren voor de natuurwetenschappelijke en technische vakken. In een maatschappelijk klimaat dat toch al ongunstig is voor de waardering van het leraarsberoep, is de rechtspositie verslechterd, met name het salarisniveau. Elke redelijke verhouding met de particuliere sector is verloren gegaan: al jaren bestaat de problematiek van de z.g. tekortvakken. Oplossingen liggen niet in het verschiet: de aanmelding voor de lerarenopleidingen blijft alarmerend laag, vooral in de 1e-graadssector.

3 De universiteiten: zij voeren - als puntje bij paaltje komt - een ontmoedigingsbeleid. Onder de VWO-abituriënten, die wel een volledig bèta-pakket hebben gekozen, raden ze degenen die geen hoog gemiddelde op de eindlijst hebben voor wiskunde-B en natuurkunde ("liefst niet lager dan een 8'), af om een bèta- of technische studie te kiezen. Dit gebeurt in informatiebrochures en op voorlichtingsdagen. Een groot gedeelte - méér dan de helft - van de abituriënten met een bèta-pakket laat het dan ook op voorhand afweten en kiest voor een gamma- of alfa-studie. En van degenen, die wel de euvele moed hebben met een bèta- of technische studie te beginnen, valt tijdens de studie nog eens ruim de helft af. En inderdaad vooral degenen die op het VWO niet echt hoog scoorden, waarmee de juistheid van de waarschuwingen vooraf wordt bevestigd.

Te ingewikkeld

De problematiek is te ingewikkeld om snel de juiste oorzaken, en de samenhang erin, aan te geven. Zelfs harde cijfers ontbreken, ook in de stukken van de minister. En de problematiek is helemaal te ingewikkeld om ook al een verantwoorde keuze van te treffen maatregelen te doen. Concrete voorstellen, zoals van de SER en de minister, zijn slechts schoten in de lucht. Eerst dient een degelijke analyse plaats te vinden.

De problematiek is te geladen om direct-betrokkenen te vragen een dergelijke analyse te verrichten. Dan is er in Nederland - maar toch ook in menig ander land - maar één weg: een speciale commissie. Weinig origineel, maar wel hoognodig. Een commissie van onafhankelijke, maar wel zeer deskundige personen.

Laten we de ernst van de situatie niet onderschatten. ""De bestaande en verwachte tekorten kunnen ernstige obstakels zijn voor een voorspoedige ontwikkeling van de economie'', schrijft de minister. De situatie in het VWO, bij de lerarenvoorziening en ook aan de universiteiten, is reeds zo dramatisch, dat geen heil kan worden verwacht van de halfzachte maatregelen die de minister voorstelt: deze zijn schoolvoorbeelden van "kurieren am Symptom'.

De geconstateerde symptomen wijzen op een onheilspellende situatie. Nog langer afzien van ingrijpende maatregelen zal tot terechte verwijten van volgende generaties leiden.