Scheidend commissaris der notering heeft maar van één keer spijt

AMSTERDAM, 19 DEC. Vanochtend werd de notering van Van Melle op de Amsterdamse effectenbeurs opgeschort. Maar het was niet meer Piet van Outersterp die dat deed, al werd hij wel geraadpleegd. Van Outersterp sloeg om 10 uur voor de eerste en meteen ook laatste keer in zijn leven op de grote gong die bij begin en slot van de handel op de Amsterdamse effectenbeurs klinkt. Daarmee nam de commissaris voor de notering “na 142 maanden scheidsrechteren en schelden” afscheid van het beursleven.

“Met ruggesteun van de beursvoorzitter” verdedigde Van Outersterp (65) bijna twaalf jaar lang vooral de belangen van de beleggers. De echte belegger, wel te verstaan, die aandeelhouder en dus mede-eigenaar is van een beursgenoteerde onderneming. Hij werd in 1980 de eerste beroepscommissaris voor de notering.

Echt warm was zijn welkom niet. Een paar handelaren organiseerden bij de aanstelling van Van Outesterp zelfs een protestdemonstratie op de beursvloer.

De "eigengereide en wat zelfvoldane knaap' van het nog altijd bekende familiebedrijf Van Outersterp, die als hoekman de grote orders uit de markt plukte, werd plotseling een "politieman' die als enige beurscommissaris ter wereld handel wegens vermeende voorkennis terug kon draaien. Dat konden veel hoeklieden aanvankelijk niet verkroppen.

Maar de verstoorde relatie met de hoeklieden werd snel hersteld. Hoewel hij zijn dagelijkse bezigheden meermalen als “een hondebaan” omschreef en gebrek aan tact en nuance hem af en toe onnodig in lastige parketten bracht, kijkt Van Outersterp genoegzaam en tevreden terug op zijn jaren als waakhond op het Beursplein.

U heeft zich nogal kritisch uitgelaten over de discussie rondom de beeldschermenhandel die in de toekomst het fysieke handelssysteem met hoekmannen op de beurs geheel zou kunnen vervangen. Denkt u werkelijk dat de beursvloer over tien jaar nog bestaat?

Maar natuurlijk! Die hele discussie over die schermenhandel is een publiciteitsstunt van de optiebeurs. Daar kan het overigens een perfect instrument zijn, maar dan alleen voor de grote, professionele partijen. De kleine belegger zal bij invoering van beeldschermen definitief van de optiebeurs verdwijnen. Voor de effectenbeurs is het directe, persoonlijke contact veel te belangrijk. Dat werd onlangs bij de FNV-geruchten rond KLM nog eens aangetoond. Het technisch systeem van de beurs kon toen de ordermassa niet aan, maar de hoekmannen verhandelden zonder problemen ruim twee miljoen aandelen in 190 transacties. Dat was wat mij betreft hét bewijs dat de beurs niet zonder het hoekmannen-systeem kan!

Waarom bent u eigenlijk ooit overgestapt van uw zeer lucratieve baan als eigenaar van een hoekmansbedrijf naar de "hondebaan' van commissaris voor de notering?

Ik was op een keerpunt in mijn leven aangekomen. De mensen begonnen "U' tegen me te zeggen en deden de deur voor me open. Bovendien voelde ik aankomen dat mijn specialisatie in de markt aan het veranderen was, de grote beleggers deden hun orders vaker elders. Maar velen begrepen niet wat ik in deze nieuwe uitdaging wilde vinden. Diegenen die de acties indertijd organiseerden dragen mij nu op handen.

Wat verdient de commissaris voor de notering?

Eerbied en aandacht, werd mij bij aanstelling verteld. Nee, ik praat niet over mijn salaris. Dat hou ik geheim, maar ik kan wel vertellen dat ik na mijn overstap in 1980 fors in salaris ben achteruitgegaan.

Op de grote beurzen op Wall Street en in Londen wordt het toezicht door een groep mensen uitgeoefend. Ligt in Amsterdam de nadruk niet teveel op één persoon?

Op Wall Street en in Londen zijn de beurzen vijftig tot honderd keer zo groot als hier in Amsterdam. Dus het toezicht moet daar ook wel uitgebreider zijn. Ik denk dat de belangrijke beslissingen uiteindelijk toch altijd door één persoon zullen worden genomen. Ik ben degene geweest die dat hier deed. En ik wil niet bescheiden of verlegen zijn, maar dat ging perfect. De staf om mij heen is de afgelopen jaren gegroeid van zes man in 1980 naar twintig man nu. De komende jaren moeten er hooguit twee of drie man bijkomen als het weer wat drukker wordt. Het apparaat functioneert verder prima.

Handel met voorkennis blijft moeilijk te bestrijden. De grotere effectenhuizen klagen dat fenomeen vooral op de lokale markt welig tiert. Om die reden zouden met name buitenlandse beleggers weinig actief zijn op de lokale markt. Wat denkt u daarvan?

Ik kan het me echt niet voorstellen. De meeste beursgenoteerde ondernemingen komen keurig en op tijd met hun berichten. Dat is nu juist iets dat ik zelf in mijn functie heb gestopt om daarmee met name de particuliere belegger te beschermen.

Heeft het vertrek van de particuliere belegger de afgelopen jaren te maken gehad met uw strenge toezicht en de daaruit voortvloeiende affaires met fondsen als HCS, Air Holland en Medicopharma?

De particuliere belegger is allerminst verdwenen. De enige soort belegger die we niet meer zien is de dobbelaar die vrouw en kinderen in de waagschaal stelde om maar koerswinsten te behalen. De echte belegger is er gewoon nog, maar die zit voor drie of vier jaar vast in hetzelfde fonds. Het percentage "echte' particuliere beleggers, die alles volgen en lezen over "hun' fonds, is net zo groot als twaalf jaar geleden, zo'n 15 procent. Dat is door het strenge toezicht echt niet afgenomen. Ze verzorgen alleen een minder groot deel van de omzet omdat ze hun aandelen voor langere tijd vasthouden.

U heeft tijdens uw bewind als commissaris voor de notering 19 maal een noteringdoorgehaald. Heeft u van één van die 19 keer wel eens achteraf spijtgehad?

Van al die keren denk ik nu van eentje dat ik het wellicht anders had moeten doen. Achteraf dacht ik toen dat ik me meer had laten leiden door het feit dat ik de belegger had moeten beschermen dan dat ik werkelijke kennis van de feiten had.

Doelt u hierbij op de affaire rond HCS? (Een nog steeds onbekende verkoper duwde op woensdag 31 juli 1991 de koers van het automatiseringsfonds HCS in elkaar. Van Outersterp haalde de dag daarop alle noteringen en omzetten in HCS door. Hij zei later de onbekende verkoper te kennen, maar achtte vervolging onmogelijk doordat “waarschijnlijk” niet bewezen kon worden dat er sprake was van handel met voorkennis - red.)

Over HCS wil ik alleen nog zeggen dat ik nooit het woord misbruik van voorwetenschap in de mond heb genomen. Ik heb gezegd: er was sprake van ongelijkheid van informatie. En in een later stadium heb ik naar HCS toe gesproken van "volksverlakkerij'. Ik wist welke de verkopende commissiehuizen waren bij de HCS-transacties. Toen was het voor mij een simpel rekensommetje om erachter te komen in welke kring wij naar de koper moesten zoeken.

Van Outersterp verdwijnt niet voorgoed uit de omgeving van het Beursplein. Als adviseur van onder andere de commissie voor aandelenhandel mag Van Outersterp zijn kennis over de effectenhandel blijven verbreiden. “Misbruik van kennis”, noemt hij het spottend.

Een opvolger voor Van Outersterp is er nog niet. Voorlopig worden zijn taken waargenomen door plaatsvervangend commissaris Rob Zieck. Van Outersterp: “Jammer, hij heeft op het laatste moment afgehaakt”. Vóór alles moet zijn opvolger volgens de scheidende beurscommissaris gepokt en gemazeld zijn in de effectenhandel. “Laten we waken voor nog meer ambtenaren.”