Revue over stinkteringtyfusprovincietoneeltjes

Voorstelling: Revue Revue, musical van Jos Brink, Frank Sanders en Henk Bokkinga. Spelers: Jos Brink, Frank Sanders, Lucie de Lange, Pleuni Touw, Hilde de Mildt, Just Meyer, Bas Groenenberg, Arie Cupé, e.a. Decors en kostuums: Jan Aarntzen. Regie: Horst Mentzel. Gezien: 18- 12 in de Stadsschouwburg, IJmuiden. Herhaling aldaar: 19-12, daarna elders.

Revue Revue, de nieuwe musical van Jos Brink en Frank Sanders, is de duurste uit hun carrière - en dat wil wat zeggen, want van krenterigheid konden ze nimmer worden beschuldigd. De tableaux lokken open doekjes uit, er staat een chorus line van zeventien man, de draperieën zijn weelderig, de aankleding is tot in de puntjes verzorgd en de snelle decorwisselingen verlopen smetteloos. Maar er schuilt één onbegrijpelijkheid in al die zichtbare luxe: de musical speelt zich af in een revue-gezelschap uit 1948, dat naar eigen zeggen de eindjes aan elkaar moet knopen tijdens een maandenlange tournee langs “stinkteringtyfusprovincietoneeltjes”. Hoe kan ik daarin, bij zoveel visuele overdaad, nog geloven?

Brink en Sanders spelen twee revue-komieken, die na de oorlog met enige tegenzin als duo worden herenigd. De één begint een verhouding met de vrouw van de ander, die de leading lady van de revue is. Tussen de bedrijven door wordt wat gebekvecht, zoals dat achter de schermen van het theater gebruikelijk is. Erg helder is de intrige verder niet; vooral vóór de pauze wordt de handeling voortdurend verdrongen door uitgesponnen grappen en show-nummers zonder functie in de plot. Na de pauze ontstaat er een stroomversnelling, maar dan valt er opeens erg veel uit de lucht: er worden bekentenisscènes gespeeld en gevoelens uitgewisseld tussen mensen die voordien nauwelijks met elkaar in contact waren gebracht. En dan loopt er ook nog een oudere versie van de leading lady vanuit het heden herinneringen aan haar revue-tijd op te halen, zonder duidelijk te maken wat haar functie is. De constructie rammelt, kortom, aan alle kanten.

Tussen de veren en de pluimen ontbreken de dwang van een verhaal en de attractie van krachtige zangnummers. De muziek van Henk Bokkinga krijgt zelden vleugels en wringt vaak met de woorden. Veel valse oneliners missen hun effect omdat ze onvoldoende puntig worden geplaatst. En in de beide hoofdrolspelers kan ik geen moment het soort cynische, ietwat ordinaire komieken herkennen, die vlak na de bevrijding met revuetjes op tournee waren. Jos Brink heeft voldoende typeertalent om zo'n rol geloofwaardig te kunnen spelen, maar hij kiest er meestentijds voor om de populaire grapjas te zijn die zijn publiek het liefst in hem ziet. In een revue-sketch doorbreekt hij de nagestreefde authenticiteit door de situatie te ontregelen zoals André van Duin dat pas veertig jaar later zou doen. In een repetitie-scène schept hij ruimte voor zichzelf om zonder enige logica de ene Witz na de andere te vertellen. Geen regisseur die hem aan banden heeft gelegd - en dat wreekt zich.

Brink en Sanders hebben zich terdege gedocumenteerd, dat blijkt uit het programmaboek en de accuratesse van veel van de situaties. Maar ze hebben de kern niet geraakt. Integendeel, ze hebben hun onderwerp gebruikt om grootser dan ooit uit te pakken. In plaats van de nebbisje manier waarop na de oorlog het revue-genre op uitsterven stond, presenteren ze glitz & glamour. Overigens heeft het publiek in IJmuiden er gisteravond met volle teugen van genoten.