Rekenkamer: Marine niet paraat genoeg

DEN HAAG, 19 DEC. De 26 mijnenvegers van de Koninklijke Marine zijn onvoldoende inzetbaar. Er zijn te veel materiële tekortkomingen en het ontbreekt aan voldoende opgeleid personeel. Maar ook leggen andere taken, zoals public relations-activiteiten, een te groot beslag op de capaciteit.

Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in haar decemberverslag 1991 dat vanmorgen verscheen.

De marine kon desgevraagd niet meedelen hoeveel dagen aan pr-activiteiten worden besteed. De Rekenkamer noemt dit in haar rapport “merkwaardig”, omdat de marine dan ook niet weet hoeveel geld en tijd deze activiteiten kosten.

Met de instandhouding van de schepen was het tijdens de onderzoeksperiode (juli 1987 - juni 1989) slecht gesteld. Bijna de helft van de schepen stamt uit de jaren vijftig en is zeer gevoelig voor storingen. Een ander deel vertoont tekortkomingen bij de oplevering. Bovendien is de voorziening van de reserve-onderdelen slecht georganiseerd, ook omdat de marine geen aparte oorlogsvoorraden aanhoudt.

Het personeel van de mijnendienst van de marine, waarvan de exploitatiekosten jaarlijks 120 miljoen gulden belopen, verandert vaak van functie. Daardoor wordt het rendement van de opleidingen van de marine lager. De inzetbaarheid in oorlogstijd wordt voorts nadelig beïnvloed omdat het bestand aan reservisten niet is bijgewerkt, aldus de Rekenkamer.