PTT worstelt met privacy-kwestie

ROTTERDAM, 19 DEC. Wie heeft bij een onverwacht hoog uitgevallen telefoonnota niet wel eens gedacht dat zo'n rekening toch maar moeilijk te controleren valt? PTT Telecom gaat daarin vanaf volgende zomer voorzien - om te beginnen in twee disctricten - door de klant desgewenst een gespecificeerde telefoonnota te sturen.

Een duidelijke vooruitgang. Toch is er een keerzijde: de privacy. Daarom geeft de PTT in beginsel iedereen het recht te bepalen dat hij zijn telefoonnummer niet op andersmans rekening wil laten verschijnen. Bijvoorbeeld omdat het nummer geheim is of toebehoort aan een hulpdienst.

Deze stelregel is de uitkomst van een serie gesprekken met diverse belangenorganisaties. Voorafgaand overleg met maatschappelijke groeperingen - in plaats van te wachten tot er klachten komen - maakt deel uit van het nieuwe privacybeleid dat PTT Telecom deze zomer afkondigde nadat het in aanvaring kwam met het grondrecht van iedere burger op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dat gebeurde in het geval van Telegids, het geautomatiseerde telefoonboek. Het derde zoekpad stelde iedere gebruiker in staat naam en adres te zoeken bij een telefoonnummer. Dit is een duidelijke afwijking van de geldende praktijk en niet zonder gevaren, al was het alleen maar wegens het inbrekersgilde.

Toen het protest loskwam, sloot PTT direct het derde zoekpad. Inmiddels is een oplossing gevonden. Het pad wordt alleen voor speciale doeleinden ter beschikking gesteld, bijvoorbeeld aan bedrijven of instellingen die willen reageren op klanten die zich zelf met hun telefoonnummer hebben gemeld. Te denken valt aan een dagbladonderneming die mensen die telefonisch kleine advertenties opgeven, wil kunnen terugbellen om te controleren of het klopt. In het feit dat iemand zelf zijn nummer opgeeft zit een impliciete toestemming vervat, zo is de redenering van de PTT. De gebruikers van zoekpad drie (of de vergelijkbare Select-dienst) moeten bovendien een contract tekenen voordat ze worden toegelaten.

De Telegids-affaire stond niet op zichzelf, zo bleek eind november op een conferentie over privacy-vraagstukken die PTT Telecom in Rotterdam organiseerde. Ook deze bijeenkomst was een uiting van het nieuwe privacy-denken. Aanleiding was ISDN, het geïntegreerde digitale dienstennetwerk van de toekomst. Die toekomst is in Rotterdam al begonnen, want daar draait een proefnet. Per 1 december is dit uitgebreid tot de vier grote steden. Een van de nieuwe mogelijkheden is automatische nummer-identificatie (ANI). Daartoe worden de telefoons uitgerust met een vensterje waarop automatisch het nummer verschijnt van degene die opbelt. Wie wordt opgebeld kan dan beter beslissen of hij opneemt dan wel niet thuis geeft. De nummers kunnen ook worden opgeslagen, zodat de telefoon in feite als een antwoordapparaat fungeert. Instellingen kunnen een databank met hun bestand aan relaties aan het ANI-signaal hangen, zodat ze meteen alle klantengegevens bij de hand hebben wanneer de telefoon wordt opgenomen.

Alweer, buitengewoon handig - behalve voor degene die niet gekend wil worden. Dat speelt niet alleen in het geval van Blijf van mijn lijf-huis of kindertelefoon, maar ook voor de consument die eens vrijblijvend wil kunnen informeren over een belangrijke aanschaf zonder teruggebeld te worden of hij al tot een keuze is gekomen, dan wel te belanden in allerlei direct-marketingbestanden. Dat laatste is in de VS, waar "Caller ID', zoals het daar heet, reeds behoorlijk verbreid is, een favoriete toepassing gebleken.

De techniek voorziet echter ook in varianten om de effecten van ANI te matigen. Frankrijk wil bijvoorbeeld iemand die opbelt de mogelijkheid geven vermelding van zijn nummer per afzonderlijk gesprek te blokkeren. Nederland volgt op het ogenblik het Duitse systeem dat alleen voorziet in een alles-of-niets-keuze voor ANI. ISDN is in ons land echter nog alleen beschikbaar voor zakelijke gebruikers. Als het in het midden van de jaren negentig ook voor particulieren wordt opengesteld, zal zeker ook ruimte worden gemaakt voor de "per call block'-optie, verklaarde een vertegenwoordiger van de PTT op de conferentie in Rotterdam. Uiteraard wel op risico dat degene die wordt gebeld weigert een gesprek zonder nummervermelding in ontvangst te nemen.

Wel zo belangrijk voor de praktijk is de ervaring in de VS dat mensen vaak vergeten de extra code voor het blokkeren in te toetsen, vertelde dr. J.E.Katz van de Amerikaanse Bell-organisatie. Dat zou betekenen dat het niet voldoende is mensen het recht te geven ANI te blokkeren, maar dat het juist een optie zou dienen te zijn waarvoor men bij elk gesprek speciaal moet kiezen. Er wordt in de VS trouwens al gedacht aan naam-identificatie, want een telefoonnummer zegt ook niet alles. Daarvoor biedt de techniek ook weer een alternatief, zoals de “meervoudige electronische identiteit” - bijvoorbeeld met behulp van een chipkaart.

Ook hier blijkt de betekenis van de oude typering van privacy als “een conflict tussen ik en mezelf”: als je wordt opgebeld wil je weten wie opbelt, als je zelf opbelt ben je eerder geneigd te vinden dat dit de ander niet aangaat. Alles bij het oude laten is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, betoogde Katz: nu is het zo dat degene die opbelt het wie en waarom van de verbinding kent en eenzijdig beslist of het wel goed uitkomt; de opgebelde moet maar afwachten. Dat is ook een keuze waar iets tegenin valt te brengen. Van belang is in elk geval te onderkennen dat de technologische ontwikkeling niet neutraal is, maar allerlei machtvragen oproept. “De telefoon is zijn onschuld verloren”, zoals de Nederlandse deskundige dr. P.Slaa het onlangs uitdrukte in het blad Mediaforum.

Dat geldt niet in de laatste plaats voor het gespecificeerde rekeningoverzicht. Dat kan een aardig controlemiddel vormen voor de abonnee over het belgedrag van huisgenoten of werknemers. Het natuurlijke zwaartepunt ligt bij degene die de rekening betaalt, betoogde prof.mr. J.M.A. Berkvens (Nijmegen) op de PTT-conferentie. Dat betekent echter niet dat de privacy-rechten van de formeel ondergeschikte mede-gebruikers geheel kunnen worden verwaarloosd. De manier waarop dat moet gebeuren is in Europa volop in discussie. In Frankrijk denkt men aan het weglaten van de laatste vier cijfers van het nummer op de gespecificeerde rekening; in Groot-Brittannië wil men het hele nummer alleen vermelden boven een bepaald bedrag. In Duitsland ligt het accent meer op toestemming van de ondernemingsraad in bedrijven c.q. meerderjarige huisgenoten bij particuliere aansluitingen. Te denken valt ook nog aan een aparte bepaling, zoals voorgesteld in de Raad van Europa, dat een gespecificeerd rekeningoverzicht niet mag worden gebruikt voor personeelsbeoordeling.

PTT Telecom is er nog niet helemaal uit. Het minimum is wel dat de omgeving behoorlijk wordt ingelicht. Er wordt gedacht aan een soort derdenbeding dat moet worden opgenomen in de algemene aansluitingsvoorwaarden. Het kaliber van de varianten waaruit daarbij een keuze dient te worden gemaakt geeft aan dat niet alleen de telefoon, maar ook de PTT zijn onschuld heeft verloren. Dat ontgaat zeker ook de overheid niet. Welhaast terloops deelt een woordvoerder van PTT Telecom mee dat men zich rechtens verplicht acht de complete basisgegevens van het gespecificeerde rekeningoverzicht tien jaar lang te bewaren voor - al dan niet fiscale - opsporingsdoeleinden. Daarbij steekt de zorg voor de privacy van de kindertelefoon schril af.