Onderwijs houdt geld over door geringe stijging van salarissen

ROTTERDAM, 19 DEC. Het overschot op de onderwijsbegroting 1991 wordt voornamelijk verklaard doordat het salaris van het personeel in basis- en voortgezet onderwijs minder snel stijgt dan verwacht. Dat heeft minister Ritzen (onderwijs) gisteren in de Tweede Kamer gezegd tijdens een kort debat over de tweede aanvullende begroting voor 1991.

Begin deze maand maakte Ritzen bekend dat hij dit jaar 850 miljoen gulden overhoudt. Hij gaf toen aan dat het vooral betere ramingen en kasbeleid waren die hiertoe hebben geleid.

In april 1989, vlak voor de val van het tweede kabinet-Lubbers, kreeg oud-minister Deetman 750 miljoen gulden om de verwachte grote stijging van de salarissen van het onderwijspersoneel te betalen. De salarissen zouden hoger uitvallen door de vergrijzing van het personeel. Uiteindelijk blijkt dat mee te vallen, erkende Ritzen. Hij kon daarvoor geen verklaring geven. “Mijn ogen rolden bijna uit mijn hoofd toen ik hoorde dat in het basisonderwijs de incidentele looncomponent (het percentage van de loonsom dat wordt berekend voor salarisverhogingen door het overstappen in een andere schaal) maar 0,6 procent was. Dat is iets meer dan de helft van de 1,12 procent waarvan in 1989 nog sprake was.” De minister kondigde een onderzoek aan naar de oorzaken van de geringere salarisuitgaven.

De Kamer wil dat de minister voortaan eerst nagaat of projecten haalbaar zijn voordat hij daarvoor geld in de begroting reserveert. In de begroting voor 1991 heeft hij projecten opgenomen waarvan hij later oordeelde dat ze of nog niet rijp waren voor uitvoering of niet noodzakelijk waren. Ook dat heeft bijgedragen aan de overschotten op de onderwijsbegroting.

De Kamer vindt dat Ritzen haar te laat betrekt bij veranderingen in zijn begroting. Zij wil voortaan eerder worden genformeerd, zeker bij overschotten op de begroting. “De Kamer kan dan ook een goede afweging maken. Nu hebben we soms ingrijpende bezuinigingen moeten accepteren ter wille van een begroting waarin wellicht ruimte was om die bezuinigingen achterweg te laten”, aldus het VVD-Kamerlid J. Franssen.