Meisjes gaan aan techniek voorbij door onvolledig beeld

Als een meisje besluit om na de MAVO naar de MTS te gaan, heeft zij ouders die denken dat hun dochter het wel zal klaren in de techniek, leraren die haar aanmoedigen en in techniek geïnteresseerde vrienden en vriendinnen. Haar cijfers voor wis- en natuurkunde zijn hoger dan gemiddeld, hoger ook dan die van de jongens die naar de MTS gaan. Toch heeft dit meisje niet veel zelfvertrouwen op het gebied van wis- en natuurkunde, denkt ze dat de MTS moeilijk is en dat zij nauwelijks aan de eisen van het technisch onderwijs zal kunnen voldoen.

Volgens de onderzoekers van het na tien jaar gisteren afgesloten project "Meisjes, Natuurkunde en Techniek' (MENT) is er nog veel werk aan de winkel voor beleidsmakers die willen dat meisjes exacter kiezen. Zo'n 150 lezingen en workshops, 100 onderzoeksrapporten, 3 video's, 4 brochures, diverse lespakketten en honderden schoolbezoeken hebben immers maar tot één conclusie geleid: meisjes gaan aan techniek voorbij omdat ze een minder positieve houding dan jongens tegenover techniek hebben, en dat komt weer omdat ze er een onvollediger beeld van hebben.

In zijn tienjarig bestaan bij de vakgroep didactiek natuurkunde van de Technische Universiteit Eindhoven heeft MENT een groot aantal onderzoeksresultaten opgeleverd, waaronder het ervaringsfeit dat de ellende al op tienjarige leeftijd begint: als meisjes dan nog weinig of niets van techniek weten, zullen zij ook op hun 18e denken dat zij geen automonteur kunnen worden. Hoe dit probleem definitief moet worden opgelost weten de MENT-onderzoekers niet, wel is er inmiddels een methode ontwikkeld waarmee leraren het beeld dat meisjes hebben van techniek kunnen meten, compleet met computerprogramma "om de scoring overzichtelijk te interpreteren'.

Zelf denken de MENT-onderzoekers dat het - met veel volharding - mogelijk moet zijn om meisjes te beïnvloeden, getuige de resultaten van 9 emancipatie-projecten op 16 MTS-en. Op deze scholen werden meisjes met een deficiënt vakkenpakket bijgespijkerd, was een vertrouwenspersoon aangesteld, bezochten de leraren studiedagen over minderheidsgroepen en weerstanden tegen emancipatie en was de voorlichting over de school toegesneden op meisjes.

Voor gewone scholen geldt in ieder geval dat een doe-dag voor meisjes, waar steeds meer MTS-en zich aan wagen, geen waterdichte garantie voor meer meisjes op school biedt. De meeste meisjes op zo'n dag komen uit nieuwsgierigheid, en de meisjes die uiteindelijk naar de MTS gaan wisten al lang voor de doe-dag dat ze dat wilden.

Behalve naar het beeld dat meisjes hebben van techniek en het succes van emancipatie-projecten, heeft MENT ook onderzoek verricht naar het verband tussen cijfers en keuze-gedrag in 2 MAVO, waar het vakkenpakket moet worden samengesteld. Het bleek dat van de jongens die een 7½of hoger hebben voor natuurkunde, 85 procent dit vak ook kiest. Van de meisjes met datzelfde cijfer kiest slechts 57 procent natuurkunde. Van de jongens met een cijfer lager dan 5½ kiest toch nog 41 procent natuurkunde, tegen 9 procent van de meisjes. Met prestaties hebben deze keuzen dus weinig te maken.