Massale steun voor campagne tegen misbruik vuurwerk

AMSTERDAM, 19 DEC. Een ware vloedgolf van waarschuwingen tegen misbruik van vuurwerk spoelt vanaf vandaag over de jeugd. De campagne, gevoerd onder het motto “Je bent een rund als je met vuurwerk stunt”, bereikt in de week na kerst haar hoogtepunt.

De Stichting Ideële Reclame (SIRE) voert sinds 1973 in de week voor de jaarwisseling actie tegen het onverantwoord omgaan met vuurwerk. Het bijzondere van de campagne van dit jaar is dat een groot aantal bedrijven, programmamakers en gedrukte media hun belangeloze medewerking hebben toegezegd waardoor de doelgroep op de meest onverwachte momenten kan worden benaderd. Nieuw is ook dat de consument op harde wijze wordt geconfronteerd met de gevolgen van dom vuurwerkgebruik: niet meer kunnen genieten van favoriete bezigheden.

Onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste slachtoffers van vuurwerk rondom de jaarwisseling vallen onder jongens, waarvan driekwart jonger is dan 18 jaar. Veel jongens tussen de 8 en de 15 spelen - vooral op 1 januari - op riskante wijze met vuurwerk, de leeftijdsgroep tussen de 25 en 29 geeft ook een piek in het aantal slachtoffers te zien. Volgens de onderzoekers willen deze jongens “imponeren” door het vuurwerk zo lang mogelijk in hun hand te houden, door het te bundelen of door het naar derden te gooien. SIRE probeert deze "durfals' duidelijk te maken dat het helemaal niet stoer is zich te laten opjutten of anderen ertoe aan te zetten risico's met vuurwerk te nemen.

In de jaren tachtig werden rond de jaarwisseling gemiddeld 500 vuurwerk-slachtoffers in een ziekenhuis opgenomen. De jongste jaarwisseling gaf een piek van zo'n 1200 ziekenhuisopnamen te zien. SIRE-projectlieder W. de Graaff wijt dat aan het miezerige weer van oudjaar 1990 en aan de explosieve toename van illegaal, veelal niet van een gebruiksaanwijzing voorzien, vuurwerk in Nederland. Vorig jaar was het aandeel illegaal vuurwerk naar schatting 25 procent, dit jaar is dit waarschijnlijk 40 procent. De overheid weet een deel van de professionele handel in dit vuurwerk te beteugelen, maar kleine handelaren worden nauwelijks gepakt.

Volgens De Graaff kan de combinatie van het vele illegale vuurwerk, een gestegen omzet in regulier vuurwerk en nat weer, waardoor veel vuurwerk niet afgaat en vervolgens alsnog tot ontploffing wordt gebracht, desastreuze gevolgen hebben. Dat verklaart de grote schaal waarop SIRE dit jaar de preventie aanpakt. Via de directe interesse-sfeer van de doelgroep maakt SIRE duidelijk wat de jongeren moeten missen als zij "stunten' met vuurwerk.

Zo wordt in de strip Sjors en Sjimmie de held in de mond gelegd: “Lees nog even snel een van onze albums. Na oud en nieuw kan 't misschien niet meer.” Bij een foto van de schaars geklede actrice Tatjana Simic staat: “Kijk nog maar eens goed. Na 1 januari kan het misschien niet meer.” In de RTV-bladen maakt een tekst in braille duidelijk dat je die pagina op 1 januari alleen nog kan voelen. In de bioscoop zegt een stem dat je misschien na de jaarwisseling niet naar die mooie film kan kijken en bij McDonalds hangt een poster die aanraadt nu nog te genieten van een hamburger met het oog op 1 januari.

Behalve uitingen op reclameborden, in NS-stations en in advertenties zullen SIRE-advertenties opduiken in de kolommen van dagbladen (“Kijk nog maar 'ns lekker tv vanavond...”) en in radio- en tv-programma's. Vanavond begint in het Veronica-jongerenprogramma B.O.O.S. het televisie-offensief. Ook Crime Time van de TROS heeft zijn medewerking toegezegd, er zijn drie speciale videoclips vervaardigd en in jongerenprogramma's op de radio raden popsterren vuurwerkmisbruik af. Op radio en tv komen tal van commercials en zelfs Loekie de Leeuw zal meewerken. Een groot aantal bedrijven heeft zijn commercials aangepast aan de campagne.

SIRE-projecteleider De Graaff noemt de campagne uniek door de breedte en door de grootschalige medewerking van het bedrijfsleven dat reclamezendtijd en advertentieruimte beschikbaar stelt: “Als we dit allemaal zelf hadden moeten betalen, dan had de campagne ons ruim vier miljoen gulden gekost.”