Lonen in detailhandel 6 à 12 procent omhoog

ROTTERDAM, 19 DEC. De werknemers in de detailhandel die nog niet onder een collectieve arbeidsovereenkomst vielen, krijgen in april volgend jaar een loonsverhoging variërend van 6 tot 12 procent. Dit is het resultaat van onderhandelingen over een zogenoemde basis-CAO.

De CAO loopt van april 1992 tot september 1993. Per september 1992 worden de lonen aangepast aan de gemiddelde loonstijging in de detailhandel.

De vakbonden, die loonsverhogingen hadden geëist varierend van 7 tot 15 procent, zijn “zeer gelukkig” met het akkoord. “Eeindelijk krijgt het winkelpersoneel een echte CAO krijgt”, aldus de woordvoerder van de Dienstenbond FNV. En ook de werkgevers zijn “gelukkig”, aldus hun onderhandelaar C. van Gent.

De basis-CAO geldt voor werknemers in onder andere schoenenwinkels, drogisterijen, juwelierszaken, dieren- en sportwinkels, doe-het-zelf-zaken en fotozaken, samen met ongeveer 100.000 werknemers. Hun gemiddeld loon ligt volgens de bonden “ver achter” bij dat van de ongeveer 300.000 werknemers in de detailhandel die al wel onder CAO's vallen (zoals bij supermarkten, Albert Heijn, V&D en Bijenkorf).

De dienstenbonden van FNV en CNV kwamen in september met de werkgevers in de betreffende branches (vertegenwoordigd door KNOV, NCOV en Raad voor het filiaal- en grootwinkelbedrijf) overeen dat er een zogenoemde basis-CAO zou komen. Over de uitwerking van dat akkoord is gisteren overeenstemming bereikt. De werkgevers in een aantal branches (onder meer opticiëns, speelgoedzaken en naaimachinehandels met samen circa 50.000 werknemers) hebben bedongen dat ze nog gelegenheid krijgen afzonderlijke CAO's voor hun branches af te sluiten.

Werkgevers en werknemers in de schoonmaakbranche (145.000 werknemers) hebben eveneens een akkoord bereikt over een nieuwe CAO. Het voorziet in een gemiddelde loonsverhoging van 4 procent volgend jaar en twee extra vakantiedagen (totaal 25).

De bonden eisten 4,5 procent loonsverhoging en gelijktrekking van de arbeidsvoorwaarden van deeltijdwerknemers aan die van werknemers met een volledige baan. Deze gelijktrekking is volgens B. Roodhuizen van de Industriebond FNV vrijwel gerealiseerd. “De verschillen tussen full-timers en part-timers zijn vrijwel opgeheven, zonder dat dat ten koste gaat van een groep. We beschouwen dit als een overgangscontract zodat we in 1993 met een schone lei kunnen beginnen.”

Afgesproken is dat iedereen er volgend jaar 4 procent op vooruit gaat. Gezien de ingewikkelde bestaande loonstructuur is die loonsverhoging voor sommige werknemers structureel, voor anderen deels eenmalig en voor weer anderen geheel eenmalig. De werknemers krijgen er allemaal twee vakantiedagen bij, waardoor het totaal op 25 vrije dagen komt. Werknemers die niet ziek worden krijgen nog eens twee vrije dagen als bonus.